Huiselijk geweld treft mannen bijna net zo vaak als vrouwen, vrouwen net zo vaak dader

Mannen in Nederland worden bijna even vaak slachtoffer van huiselijk geweld als vrouwen, maar blijven vaak onzichtbaar. Dat blijkt uit onderzoek en ervaringen van Jeroen Traas, voorzitter van de landelijke stuurgroep Mannenmishandeling, en forensisch onderzoeker Vivienne de Vogel. Zij waarschuwen dat hardnekkige vooroordelen over mannelijke slachtoffers en vrouwelijke plegers zorgen voor een blinde vlek in beleid en hulpverlening.

Uit de Prevalentiemonitor van het CBS uit 2024 blijkt dat 3,4 procent van de mannen aangeeft het afgelopen jaar fysiek huiselijk geweld te hebben meegemaakt, tegenover 3,8 procent van de vrouwen. In 16,6 procent van de gevallen is een mannelijke partner de dader, in 14,5 procent een vrouwelijke partner. Bij dwingende controle, waarbij één partner de ander manipuleert en controleert, rapporteren 1,6 procent van de vrouwen en 1,1 procent van de mannen ervaringen in het afgelopen jaar, cijfers die dichter bij elkaar liggen dan vaak wordt gedacht.

Volgens De Vogel heeft de maatschappij moeite om vrouwen als pleger en mannen als slachtoffer te zien. Vrouwen gebruiken volgens haar vaker verbaal en psychisch geweld, zoals kleineren, isoleren, vernederen en controleren, maar plegen ook fysiek geweld. Mannen zouden hun agressie gemiddeld vaker fysiek en intimiderend uiten. Psychisch geweld is volgens De Vogel niet minder schadelijk dan fysieke mishandeling en kan bij kinderen die het meemaken leiden tot psychische problemen, schooluitval en middelengebruik.

Traas ziet in de praktijk dat mannen zich weinig melden bij hulpinstanties of opvang. Schaamte speelt een grote rol, maar ook angst om niet geloofd te worden of hun kinderen kwijt te raken. Slechts 3 procent van de mannen die te maken hebben met huiselijk geweld doet aangifte, zegt De Vogel, mede doordat vrouwelijke partners soms dreigen met valse beschuldigingen of het ontzeggen van contact met de kinderen. Dat maakt de stap naar politie of hulpverlening extra groot.

Daarnaast ontbreekt het nog vaak aan kennis bij instanties, stellen Traas en De Vogel. Hulpverleners, politie en omstanders gaan er volgens hen snel vanuit dat de man de dader is en de vrouw het slachtoffer, waardoor mannelijke slachtoffers minder snel worden herkend. In Nederland zijn momenteel zo’n 40 opvangplekken beschikbaar voor mannen die vluchten voor huiselijk geweld, tegenover ongeveer 1000 plekken voor vrouwen. Die beperkte capaciteit raakt volgens Traas niet altijd vol, juist omdat mannen de weg naar hulp slecht weten te vinden en de bestaande opvang niet altijd aansluit bij hun behoeften.

De Vogel en Traas pleiten daarom voor meer aandacht in de samenleving voor huiselijk geweld tegen mannen en voor geweld door vrouwen. Zij vinden dat de risico’s van geweld door vrouwen nu worden onderschat en bij mannen juist overschat, wat ingrijpen bemoeilijkt. Meer onderzoek, betere scholing van professionals en openheid over mannelijke slachtoffers moeten er volgens hen voor zorgen dat mannen eerder hulp durven zoeken en passende ondersteuning krijgen.

Mannen en vrouwen ongeveer even vaak dader als slachtoffer huiselijk geweld (Afbeelding: Grok AI / FOK.nl)
Mannen en vrouwen ongeveer even vaak dader als slachtoffer huiselijk geweld (Afbeelding: Grok AI / FOK.nl)