Advies: Salarissen politici moeten met bijna een vijfde omhoog
Het salaris van ministers, wethouders en raadsleden moet de komende drie jaar fors stijgen, met uitschieters tot wel 18 procent. Dat adviseert het Adviescollege Rechtspositie Politieke Ambtsdragers (Arpa) aan het nieuwe kabinet. Volgens het college is de verhoging noodzakelijk omdat de functies zwaarder zijn geworden en de beloning momenteel uit de pas loopt met de verantwoordelijkheden.
Het rapport, getiteld 'Een gewaardeerd ambt', werd zonder veel vertoon gepubliceerd maar bevat een explosieve boodschap. Onder leiding van Alexander Rinnooy Kan concludeert het college dat de huidige beloning niet meer aansluit bij de praktijk.
Een van de belangrijkste argumenten voor de loonstrook-inhaalslag is de scheefgroei tussen politici en hun ambtenaren. Momenteel verdient een secretaris-generaal (de hoogste ambtenaar op een ministerie) maandelijks zo'n 1.000 euro bruto meer dan de verantwoordelijk minister. "De beloning van de minister als politiek eindverantwoordelijke dient als regel de hoogste te zijn", aldus het adviescollege.
Om dit recht te trekken, stelt Arpa de volgende verhogingen voor over een periode van drie jaar:
- Wethouders en raadsleden (grote gemeenten): +18%
- Ministers en staatssecretarissen: +15%
- Tweede Kamerleden: +12%
- Raadsleden (kleine gemeenten): +10%
Naast de financiële scheefgroei wijst het rapport op de toegenomen zwaarte van het politieke werk. Maatschappelijke vraagstukken zijn complexer geworden en de druk vanuit de samenleving is gegroeid. Bovendien speelt de persoonlijke veiligheid een rol; politici zijn vaker zichtbaar en krijgen vaker te maken met intimidatie en bedreiging. Het college vreest dat de politiek minder aantrekkelijk wordt voor talent als de arbeidsvoorwaarden niet verbeteren.
Het advies komt op een uiterst delicaat moment. Het nieuwe kabinet overweegt juist om de salarissen van ambtenaren te bevriezen en te bezuinigen op de zorg en sociale zekerheid. Een forse loonsverhoging voor de eigen beroepsgroep zal dan ook ongetwijfeld leiden tot een verhit debat in de Tweede Kamer.
Opvallend is dat niet iedereen in de plannen er op vooruit gaat. Voor de Commissaris van de Koning wordt geen verhoging voorgesteld; hun salaris zou in de toekomst juist moeten worden gelijkgetrokken met dat van een staatssecretaris in plaats van een minister.
