Wachtgeld flink omhoog wegens vallende kabinetten en opstappende kamerleden
Het bedrag dat de overheid kwijt is aan wachtgeld voor oud-Kamerleden en ex-bewindspersonen is in tien jaar tijd flink gestegen. In 2016 ging het nog om 1,6 miljoen euro per jaar, in 2025 is dat opgelopen tot 8,1 miljoen euro. In 2024 lag het totaal zelfs op een record van 8,7 miljoen euro. Een duidelijke daling lijkt er voorlopig niet te komen, omdat recente politieke ontwikkelingen nog niet volledig in de cijfers zijn verwerkt.
Volgens staatsrechtgeleerde Hansko Broeksteeg hangt die stijging direct samen met onrust onder kiezers en de groei van het aantal partijen in de Tweede Kamer. De afgelopen jaren vielen drie kabinetten op rij voortijdig, waardoor er steeds een nieuwe lichting politici vertrok en recht kreeg op wachtgeld. In stabielere periodes, zoals onder Rutte II en Rutte III, liep het aantal oud-politici in de regeling juist terug en daalden de totale kosten.
Sinds 2021 is dat beeld omgeslagen. In 2024 bereikte het wachtgeldbedrag een piek, en ook 2025 blijft hoog. De gevolgen van de verkiezingen van oktober 2025 moeten nog grotendeels komen: in november vertrokken zeventig Kamerleden, die nu recht hebben op een uitkering. Daarbovenop stapten uit het kabinet-Schoof al negentien van de dertig bewindslieden op, waarvan zeventien in 2025. Als er snel een nieuw kabinet aantreedt, krijgen ook de huidige demissionaire ministers en staatssecretarissen wachtgeld. De kosten in 2026 kunnen daardoor verder stijgen.
De regeling valt onder de Appa-wet en geldt maximaal drie jaar en twee maanden. In het eerste jaar ontvangen oud-politici tot 80% van hun laatste salaris, daarna 70%. Een Kamerlid verdient bruto 10.134 euro per maand, een minister 14.760 euro. Broeksteeg noemt de regeling "niet sober, maar ook niet riant" en wijst op het hoge risico van een politieke loopbaan. Arbeidsrechtdeskundige Barend Barentsen vindt de extra miljoenen "klein bier" vergeleken met de miljarden die omgaan in de gewone werkloosheidsuitkering. Wel ziet hij een spanningsveld nu de nieuwe coalitie de WW verkort tot maximaal een jaar, terwijl de Appa langer doorloopt. Ook vraagt hij zich af of de intensieve begeleiding naar nieuw werk houdbaar blijft als het aantal oud-politici in de regeling verder oploopt.
