Gemeenten gaan nog meer heffingen graaien komend jaar
Gemeenten verwachten in 2026 samen 15,3 miljard euro aan heffingen binnen te halen. Dat is 6,5 procent meer dan in 2025. De groei is nog steeds flink, maar wel kleiner dan in de twee jaren daarvoor, toen de opbrengsten met 8,5 en 8,0 procent stegen. Volgens nieuwe cijfers van het CBS komt 84,7 procent van alle inkomsten uit vier grote posten: de onroerendezaakbelasting (ozb), afvalstoffenheffing, rioolheffing en parkeergelden. Die leveren samen 13,0 miljard euro op, waarbij vooral de parkeergelden (+8,8 procent) en de ozb (+6,3 procent) harder groeien dan de rest.
Gemeenten blijken hun opbrengsten vaak wat te laag in te schatten. In 2024 lag de werkelijke opbrengst uit heffingen 3,6 procent hoger dan begroot: 13,8 miljard euro in plaats van 13,3 miljard. Dat patroon zien we ook in eerdere jaren. Sinds 2016 zijn de inkomsten uit heffingen vrijwel elk jaar gestegen, met een sprong van 9,4 miljard euro in 2016 naar die verwachte 15,3 miljard euro in 2026.
De ozb-opbrengst loopt in 2026 op tot 6,3 miljard euro. Die groei is wel minder groot dan in de drie voorafgaande jaren. Drie zaken bepalen de ozb-opbrengst: de WOZ-waarde van panden, het aantal panden en de tarieven die de gemeenteraad vaststelt. De ozb op niet-woningen stijgt met 7,7 procent, bij woningen is dat 5,1 procent. Daarmee groeit de belasting op bedrijfspanden en andere niet-woningen dus sneller dan die op huizen.
In de vier grootste steden lopen de verschillen in ozb sterk uiteen. Utrecht springt eruit met een stijging van 9,7 procent. Rotterdam en Amsterdam volgen met respectievelijk 5,6 en 5,5 procent, terwijl Den Haag met 2,6 procent de laagste toename laat zien. Amsterdam heeft de tarieven voor woningen juist verlaagd en die voor niet-woningen verhoogd. Daardoor nemen de begrote ozb-opbrengsten voor woningen daar af, terwijl de opbrengsten uit niet-woningen stijgen. In de drie andere grote steden stijgt de ozb-opbrengst zowel bij woningen als bij niet-woningen.
Ook de andere grote heffingen gaan omhoog. De afvalstoffenheffing stijgt in 2026 met 5,1 procent naar 2,8 miljard euro. De rioolheffing komt uit op 2,2 miljard euro, een plus van 5,3 procent. Parkeerheffingen leveren naar verwachting ruim 1,6 miljard euro op, 8,8 procent meer dan een jaar eerder. Een groot deel van die extra parkeeropbrengsten komt van Amsterdam (+43,1 miljoen euro), Rotterdam (+14,6 miljoen euro) en Den Haag (+9,7 miljoen euro). In Amsterdam breidde de gemeente het gebied met betaald parkeren op straat uit en gingen de tarieven in parkeergarages omhoog door hogere onderhoudskosten. Parkeerheffingen maken nu 10,5 procent uit van alle gemeentelijke heffingen, al is de groei wel wat minder dan in 2025, toen er nog 11,7 procent bij kwam.
Bij de kleinere heffingen springen vooral de secretarieleges eruit. Die gaan in 2026 naar verwachting met 15,7 procent omhoog, tot 427 miljoen euro. Dat is relatief de sterkste stijging van alle gemeentelijke heffingen. Deze leges hangen vaak samen met producten als paspoorten, rijbewijzen, huwelijksvoltrekking en andere documenten. De huidige piek komt door de verlenging van de geldigheidsduur van paspoorten in 2014, van vijf naar tien jaar. De eerste documenten met tien jaar geldigheid verliepen vanaf 2024, wat nu zorgt voor een golf aan nieuwe aanvragen.
De toeristenbelasting groeit ook stevig door. In 2026 verwachten gemeenten daar 654 miljoen euro uit te halen, een stijging van 9,0 procent. Amsterdam is veruit de grootste speler: 42,2 procent van alle toeristenbelasting komt daar vandaan. De hoofdstad ziet de opbrengst naar 275,5 miljoen euro stijgen, 9,8 miljoen meer dan in 2025, mede door een verwacht hoger aantal overnachtingen. In andere gemeenten gaat de toeristenbelasting gemiddeld zelfs met 13,2 procent omhoog. Dat komt door hogere tarieven, de invoering van de belasting in nieuwe gemeenten en het belasten van het verblijf van arbeidsmigranten en andere niet-ingeschreven verblijfsgasten.
