Motie tegen verhoging AOW-leeftijd haalt geen meerderheid

De coalitie van D66, VVD en CDA komt voorlopig weg met haar plan om de AOW-leeftijd sneller te laten stijgen. Tijdens het debat over het coalitieakkoord hing er even een dreigende sfeer, omdat een motie van GL-PvdA tegen de verhoging bijna genoeg steun kreeg. Uiteindelijk kwam er net geen meerderheid tot stand, waardoor de plannen voorlopig blijven liggen waar ze liggen en de 'weerstand' meer voor de bühne leek dan daadwerkelijke oppositie.

De kern van het conflict draait om de koppeling tussen de levensverwachting en de AOW-leeftijd. In 2019 is in het pensioenakkoord afgesproken dat de AOW-leeftijd met acht maanden omhooggaat voor elk extra jaar dat we gemiddeld langer leven. Die afspraak gold als een moeizaam bereikt compromis tussen kabinet, vakbonden en werkgevers. De huidige coalitie wil daar nu vanaf 2033 een zwaardere stap van maken: een stijging van twaalf maanden voor ieder extra levensjaar. In de praktijk betekent dat dat mensen merkbaar langer moeten doorwerken. Zo schuift voor iemand die in 1984 is geboren de AOW-leeftijd op naar ongeveer 70 jaar.

In de Tweede Kamer klinkt felle kritiek, van linkse tot rechtse partijen. Veel oppositiepartijen willen helemaal geen verdere verhoging van de AOW-leeftijd meer. Daarnaast zijn ze boos omdat de coalitie volgens hen breekt met het pensioenakkoord. Dat akkoord kreeg destijds vrijwel unanieme steun in de Kamer en kwam tot stand na jaren van overleg met vakbonden en werkgevers. Veel Kamerleden zien het juist als voorbeeld van hoe politiek en maatschappelijke organisaties samen afspraken kunnen maken.

Juist daarom valt het slecht dat deze coalitie zegt te willen samenwerken met het maatschappelijk middenveld, maar tegelijk zo’n belangrijke afspraak openbreekt. CU-fractievoorzitter Mirjam Bikker noemde de nieuwe plannen "een handgranaat" die de coalitie de polder in gooit. Zij eiste, net als Jesse Klaver van GL-PvdA, dat D66, VVD en CDA de aanpassing van de AOW-plannen laten vallen. Toen dat niet gebeurde, diende GL-PvdA een motie in waarin de Kamer kon uitspreken dat "de verhoging van de AOW-leeftijd in deze vorm niet kan rekenen op steun in het parlement".

Die motie kreeg brede steun uit de oppositie. PVV, FVD, BBB, DENK, 50PLUS, PvdD, SP en Volt sloten zich aan. Even leek het erop dat JA21 de doorslag kon geven. Die partij twijfelde nog, waardoor een nipte meerderheid in zicht kwam. Tijdens de dinerpauze liet fractievoorzitter Gidi Markuszower op X echter weten dat hij de motie wel "sympathiek" vond, maar ook "prematuur". Hij vond het dus te vroeg om het plan al af te schieten.

Uiteindelijk stemde JA21 dan toch voor de motie, maar dat bleek niet genoeg. De zeven afgesplitste PVV-Kamerleden van Groep Markuszower stemden juist tegen, waardoor de motie strandde. Ook de SGP gaf geen steun. Die partij is overigens niet blij met de verhoging van de AOW-leeftijd, maar wilde zich niet vastleggen op deze formulering. Daardoor bleef de coalitie overeind en ligt het AOW-plan nog steeds op tafel.

De achtergrond van de hele operatie is financieel. De versnelde verhoging van de AOW-leeftijd moet vanaf 2033 elk jaar meer dan 2,7 miljard euro besparen. Dat geld is in het coalitieakkoord al ingepland om andere uitgaven mee te dekken, zoals de hogere uitgaven aan defensie. Zolang de coalitie deze miljarden nodig heeft voor haar plannen, lijkt ze weinig ruimte te zien om de AOW-lijn weer terug te draaien. De politieke druk neemt ondertussen wel toe, nu een groot deel van de Kamer zich al publiekelijk tegen de versnelde verhoging heeft uitgesproken.

(Afbeelding: Grok AI / FOK.nl)
(Afbeelding: Grok AI / FOK.nl)