Gewapende man doodgeschoten door ICE, rellen volgen

De 37-jarige Alex J. Pretti uit Minneapolis is zaterdag door een Border Patrol-agent doodgeschoten tijdens een operatie van het Amerikaanse ministerie van Homeland Security (DHS) in Zuid-Minneapolis. Volgens de autoriteiten liep Pretti, gewapend met een 9 millimeter halfautomatisch pistool en twee extra magazijnen, op de federale agenten af. DHS zegt dat agenten probeerden hem te ontwapenen, waarna hij zich hevig verzette. Een agent schoot daarop meerdere keren. Hulpverleners dienden direct medische zorg toe, maar Pretti overleed ter plekke.

Pretti's wapen, doorgeladen en met nog twee 'clips'
Pretti's wapen, doorgeladen en met nog twee 'clips'

Pretti was Amerikaans staatsburger, woonde in Minneapolis en werkte als IC-verpleegkundige in een ziekenhuis van het ministerie van Veteranenzaken. De vakbond voor rijksambtenaren bevestigde dat hij lid was. Uit gerechtelijke documenten blijkt dat hij geen strafblad had. De staat meldde dat hij een geldige wapenvergunning had om het pistool te dragen.

De federale operatie was volgens Border Patrol-commandant Greg Bovino gericht op de arrestatie van Jose Huerta-Chuma, een man zonder geldige verblijfsstatus met veroordelingen voor huiselijk geweld, mishandeling, ordeverstoring en rijden zonder rijbewijs. Bovino stelde dat Pretti "maximale schade" leek te willen veroorzaken. Hij benadrukte dat de schietende agent al acht jaar in dienst is en "hoog opgeleid" is. DHS leidt het onderzoek naar de schietpartij, met hulp van de FBI.

Na het incident verzamelden zich volgens DHS zo’n 200 mensen bij de plaats delict. De dienst spreekt van "agitators" die agenten hinderden en aanvielen, waarna de autoriteiten middelen voor menigtebeheersing inzetten. De politie van Minneapolis riep inwoners op rustig te blijven en de omgeving te mijden. Korpschef Brian O’Hara zette al het beschikbare personeel in en kreeg steun van de Minnesota State Patrol, de sheriffkantoren van Hennepin en Ramsey County en politiekorpsen uit de voorsteden. De brandweer doofde twee kleine branden in de buurt.

De spanningen liepen zo hoog op dat extra eenheden van de Minnesota National Guard werden opgeroepen om onder meer het Bishop Henry Whipple Federal Building te beveiligen en de politie te helpen. De sheriff van Hennepin County vroeg om deze steun vanwege de "mogelijkheid van aanhoudend en groeiend conflict" rond de federale schietpartij. De National Guard zegt dat hun aanwezigheid bedoeld is om een situatie te creëren waarin mensen veilig, maar vreedzaam, kunnen demonstreren.

De oproep van de Sheriff om hulp van de National Guard
De oproep van de Sheriff om hulp van de National Guard

De schietpartij zorgde direct voor een harde politieke reactie. President Donald Trump plaatste op zijn platform Truth Social een bericht met een foto van het wapen en vroeg waarom de lokale politie volgens hem niet mocht ingrijpen om federale agenten te beschermen. Hij suggereerde dat de burgemeester en de gouverneur de inzet van lokale agenten zouden hebben beperkt. Bovino herhaalde intussen dat iedereen die agenten tegenwerkt of aanvalt, volgens hem de wet overtreedt en gearresteerd zal worden.

Op lokaal niveau was de verontwaardiging groot. Burgemeester Jacob Frey zei op een persconferentie dat hij een video had gezien waarop "meer dan zes gemaskerde agenten" te zien zijn die een inwoner slaan en doodschieten. Hij noemde de operatie gevaarlijk en riep Trump op om de inzet van de federale diensten te stoppen: "Hoeveel meer inwoners, hoeveel meer Amerikanen moeten sterven of zwaar gewond raken voor deze operatie eindigt?" Volgens Frey schaadt de federale actie de veiligheid in de stad en moeten de federale agenten vertrekken zodat rust kan terugkeren.

Gouverneur Tim Walz sprak van iets "walgelijks" en eiste dat de operatie wordt beëindigd en de "duizenden gewelddadige, ongetrainde agenten" Minnesota verlaten. Hij zei dat de staat de kosten voor de inzet van de National Guard bij de federale overheid in rekening zal brengen, omdat de operatie volgens hem de aanleiding is voor de extra uitgaven. Walz stelde dat Minnesota zelf genoeg capaciteit heeft om de veiligheid te waarborgen en dat federale diensten hun werk niet mogen hinderen. Hij wil dat de staat het onderzoek naar de schietpartij leidt en vraagt om ruimte voor de onderzoekers.

Ook de Democratische senatoren Amy Klobuchar en Tina Smith spraken zich uit. Smith noemde het incident "rampzalig" en eiste dat de immigratiedienst ICE vertrekt zodat de politie van Minneapolis de plek van de schietpartij veilig kan stellen en haar werk kan doen. De vakbond van de Border Patrol sloeg juist terug naar critici. Volgens de bond zijn agenten goed getraind om zichzelf te beschermen en zorgen politici en media met "haatdragende en valse retoriek" voor een klimaat waarin mensen zich tegen de diensten keren en gevaarlijke confrontaties ontstaan.

De situatie in Minnesota was al gespannen sinds een eerdere dodelijke schietpartij op 7 januari, waarbij een ICE-agent Renee Nicole Good doodschoot nadat zij hem met haar SUV aanreed. Die zaak leidde tot landelijke protesten en veel kritiek op de harde immigratiekoers van de regering-Trump. Gouverneur Walz, burgemeester Frey en andere lokale bestuurders beschuldigen de federale diensten al langer van roekeloos optreden. Na de dood van Good zei Frey eerder al dat ICE "op moest zouten uit Minneapolis". De dood van Alex Pretti verdiept nu de kloof tussen de stad, de staat en de federale overheid verder.