Zware treinramp in Zuid-Spanje: minstens 21 doden en tientallen zwaargewonden

In het zuiden van Spanje zijn zeker 21 mensen om het leven gekomen bij een zware treinramp op de hogesnelheidslijn tussen Madrid en de steden Sevilla en Málaga. Minstens vijftien mensen raakten zwaargewond, in totaal zijn ongeveer 75 gewonden naar ziekenhuizen gebracht. In de twee treinen samen zaten rond de vierhonderd passagiers.

Het ongeluk gebeurde rond 19.45 uur bij Adamuz, een plaats in de buurt van Córdoba. De laatste drie rijtuigen van een trein richting Madrid ontspoorden eerst en kwamen in botsing met een tegemoetkomende trein. Door de klap raakte die tweede trein ook van de rails. De voorste rijtuigen van die trein schoten volledig naast het spoor en enkele wagons vielen van een spoordijk van ongeveer 4 meter hoog.

Een inzittende, een Spaanse journalist, zat in het eerste rijtuig van de trein naar Madrid. Hij vertelde aan RTVE dat hij plots "een geluid hoorde dat leek op een aardbeving" en daarna merkte dat de trein ontspoord was. Een van de rijtuigen lag volgens hem volledig op zijn kant. Hij zegt dat mensen meteen de hulpdiensten belden en ruiten insloegen met noodhamers om naar buiten te kunnen.

De trein naar Madrid was van de maatschappij Iryo en vervoerde 317 passagiers. De andere trein, van de Spaanse spoorwegmaatschappij RENFE, had ongeveer honderd mensen aan boord. Een onbekend aantal mensen zit mogelijk nog vast in de wrakken, melden de autoriteiten.

Transportminister Oscar Puente sprak op X van een "verschrikkelijke impact" van de ramp. Op beelden die reizigers deelden, is te zien hoe passagiers door ingeslagen ramen naar buiten klimmen en langs het talud naar veilige grond klauteren. In de duisternis proberen mensen elkaar te helpen, terwijl wrakstukken verspreid langs het spoor liggen.

Omwonenden schoten direct te hulp. Volgens de krant La Razon brachten zij warme kleding, dekens en eten naar geëvacueerde passagiers die langs het spoor stonden te wachten. Ook hielpen ze mensen opvangen tot de hulpdiensten hen konden overbrengen naar veilige plekken.

De gemeente stelde gebouwen open om reizigers tijdelijk onder te brengen, tot er vervoer geregeld was naar grotere steden in de omgeving, zoals Córdoba. Hulpdiensten hadden moeite om de rampplek te bereiken, omdat die alleen via smalle landweggetjes bereikbaar is, waarvan veel stukken onverhard zijn. Dat maakte de evacuatie en medische zorg ter plekke extra lastig.