Yesilgöz wil antifa nog steeds op terreurlijst

De VVD wil de antifa-motie, die vorige maand werd ingediend, niet opnieuw steunen. Partijleider Dilan Yesilgöz verklaarde in Nieuwsuur dat de formulering van de motie te kort door de bocht was. Toch blijft ze vasthouden aan haar standpunt dat antifa als terroristisch moet worden aangemerkt, ongeacht of het een officiële organisatie is. Ze vindt het gedachtegoed ondermijnend voor de democratie.

Binnen de VVD rees er kritiek op de steun voor de motie. VVD-senator Cees van de Sanden stapte op vanwege de motie. Hij en andere partijleden bekritiseerden de motie omdat antifa volgens deskundigen en de inlichtingendienst AIVD geen georganiseerde groep is, maar een verzamelterm voor losse linkse activisten. Van de Sanden benadrukte dat het strafbaar stellen van denkbeelden haaks staat op de rechtsstaat en de vrijheid van meningsuiting.

Yesilgöz vindt de status van antifa irrelevant. Ze kijkt naar de handelingen die ondermijnend zijn, ongeacht registratie als organisatie. Welke handelingen ze bedoelt, heeft ze niet verduidelijkt. Ze wees wel op de problemen die Duitsland heeft met antifa. Demissionair premier Dick Schoof had de motie afgeraden, omdat de politiek niet moet bepalen of iets terroristisch is. Yesilgöz gaf aan dat dit signaal bedoeld was om de rol van de minister hierin te benadrukken.

Politiek analist Arjan Noorlander merkte op dat Yesilgöz niet alleen organisaties wil verbieden, maar ook gedachtegoed. Dit opmerkelijke standpunt veroorzaakt zorg binnen de VVD. Veel VVD'ers zien dit als symboolpolitiek vlak voor de verkiezingen, vooral omdat de partij slecht scoort in de peilingen. Voormalige kiezers zeggen dat de VVD haar liberale waarden heeft verloren, hoewel Yesilgöz in gesprekken met leden en kiezers zegt weinig fundamentele verschillen te zien over de liberale visie van de partij.