Veel chemicaliën zijn niet op te sporen in water

Voor veel chemicaliën in water zijn er geen of onvoldoende meetwaarden bekend. Een Duits onderzoeksteam heeft dit voor de VS aangetoond en erover gerapporteerd in het tijdschrift 'Science'.

Voor slechts 0,52 procent van de ongeveer 297.000 potentieel milieurelevante chemicaliën in de database van het Amerikaanse Environmental Protection Agency zijn voldoende gegevens beschikbaar over zowel hun aanwezigheid in waterwegen als hun effecten, schrijft het vijfkoppige team van de Technische Universiteit Rijnland-Palts in Kaiserslautern-Landau. Voorheen was er een gebrek aan gegevens over toxiciteit; tegenwoordig is er een gebrek aan grenswaarden en meetgegevens. "De alsmaar toenemende snelheid waarmee nieuwe chemicaliën in het milieu terechtkomen, vormt een uitdaging voor de beoordeling van potentiële milieurisico's."

DDT werd ook over het hoofd gezien
De studie stelt dat zonder monitoring van het voorkomen en de verspreiding van de meeste chemicaliën, er in sommige gevallen een kans bestaat dat er aanzienlijke milieurisico's over het hoofd worden gezien. Dit is bijvoorbeeld in het verleden het geval geweest met het insecticide DDT of, meer recent, met de PFAS-groep chemicaliën wat in veel alledaagse producten wordt toegepast.

Het team schrijft dat sommige stoffen al giftig zijn voor waterorganismen in concentraties die nog niet kunnen worden gemeten. Dit geldt met name voor insecticiden, met name de groep pyrethroïden. Deze zijn zeer giftig voor veel insectenlarven, maar ook voor vissen en andere waterorganismen.

Pyrethroïden worden niet alleen in de landbouw gebruikt, maar ook als middel tegen hoofdluis, voor houtconservering en tegen kleermotten. Ze zijn veel minder giftig voor mensen dan voor insecten.