Onderwijsoverleg mislukt om miljardenbezuinigingen
De onderwijssector heeft het overleg met staatssecretaris Mariëlle Paul over het zogenoemde herstelplan abrupt afgebroken omdat het kabinet tegelijkertijd nieuwe miljoenenbezuinigingen doorvoert. In een gezamenlijke verklaring schrijven de Algemene Onderwijsbond, de PO-raad, VO-raad, CNV Onderwijs, AVS, FvOv, Ouders & Onderwijs, Voor Werkende Ouders en de scholierenorganisatie LAKS dat er voor hen geen basis meer is voor samenwerking zolang ‘de coalitie keuzes maakt die het onderwijs onderuithalen’. Hun vertrek betekent dat de gesprekken die sinds november liepen om het lerarentekort terug te dringen en de taal- en rekenprestaties van leerlingen op te krikken feitelijk zijn vastgelopen.
Aanleiding is de Voorjaarsnota, waarin boven op een eerdere structurele bezuiniging van ruim 1,1 miljard euro nog eens ruim 400 miljoen wordt weggesneden. De meeste woede richt zich op het schrappen van de Onderwijskansenregeling. Die regeling, goed voor 175 miljoen euro per jaar, stelt zo’n negenhonderd middelbare scholen in staat kwetsbare leerlingen extra begeleiding, bijlessen of onderwijsmaterialen te geven. Volgens de begrotingsplannen verdwijnt het fonds in 2027; het levert de schatkist dan 90 miljoen euro op en vanaf 2028 jaarlijks 177 miljoen. Daarbovenop wordt nog eens 50 miljoen euro gekort op programma’s voor basisvaardigheden. “Het moge duidelijk zijn: hier kunnen wij niet aan meewerken,” aldus de bonden.
De organisaties herinneren eraan dat het herstelplan juist bedoeld was om een gezamenlijk antwoord te geven op de oplopende leerachterstanden en het hardnekkige lerarentekort. Zij spreken van een ‘onverteerbare stapeling’ van bezuinigingen op precies die scholen waar de achterstanden het grootst zijn. In hun verklaring vragen zij retorisch: “Hoe kun je herstellen als je tegelijkertijd afbreekt?” Het wegvallen van de Onderwijskansenregeling is bovendien niet het enige verlies: eerder al verdween de subsidie voor brede brugklassen en werd gesneden in het programma School en Omgeving, dat naschoolse activiteiten in achterstandswijken financiert.
Bestuurders waarschuwen dat de maatregelen talent verspillen en ongelijkheid vergroten. VO-raad-voorzitter Henk Hagoort noemt het kabinetsbeleid ‘onverteerbaar’ omdat het vooral kwetsbare doelgroepen treft. Louise Elffers, voorzitter van de Onderwijsraad, wijst erop dat investeringen in kansengelijkheid bewezen hoog rendement hebben voor samenleving en economie. Volgens haar bewijst het kabinet met de stap juist het tegenovergestelde van wat het in het coalitieakkoord belooft: een sterkere kenniseconomie.
Staatssecretaris Paul zegt het vertrek te betreuren maar toont begrip voor de boosheid. Ze erkent dat het ‘een enorme opgave’ wordt om de ambities uit het coalitieakkoord waar te maken met minder geld, maar belooft door te gaan met haar missie ‘om alle kinderen in Nederland goed onderwijs te bieden, voor hun eigen toekomst en die van Nederland’. Over concrete vervolgstappen laat ze voorlopig weinig los; op haar departement wordt naar eigen zeggen ‘nagedacht over hoe nu verder’.
Het ultimatum van de sector legt de druk bij het kabinet om het bezuinigingspakket te heroverwegen. Politiek gezien is het risico groot: zonder draagvlak in het veld dreigt het herstelplan, dat al was aangekondigd als antwoord op dalende PISA-scores en een recordaantal onbevoegde leraren, de prullenbak in te gaan. Tegelijkertijd houdt de regering vast aan een besparingsdoel dat volgens onderwijsorganisaties haaks staat op de belofte van gelijke kansen.
