Sympathisanten Le Pen openen aanval op rechtsstaat

Marine Le Pen, leider van het Franse extreemrechtse Rassemblement National (RN), werd maandag door een Parijse rechtbank veroordeeld wegens verduistering van Europees geld. De zaak heeft Frankrijk in politieke beroering gebracht en er zijn felle discussies losgebarsten over integriteit, rechtsstatelijkheid en de grenzen van politieke macht. Tegelijkertijd maakt de kwestie duidelijk hoe Le Pen en haar partij omgaan met verantwoordelijkheid en hoe snel zij bereid zijn terug te grijpen naar complotdenken wanneer zij zich geconfronteerd zien met gerechtigheid.

De uitspraak is glashelder: Le Pen en 24 partijgenoten zijn schuldig bevonden aan het illegaal doorsluizen van meer dan vier miljoen euro aan Europees belastinggeld naar de kas van hun eigen partij. Le Pen kreeg daarvoor vier jaar gevangenisstraf, waarvan twee voorwaardelijk en twee onder elektronisch toezicht. Bovendien werd ze voor vijf jaar uitgesloten van politieke verkiesbaarheid, waardoor haar deelname aan de presidentsverkiezingen van 2027 onmogelijk zou worden. De rechtbank vond de feiten ernstig genoeg om direct in te grijpen met een verkiezingsverbod: een drastische maar juridisch goed onderbouwde stap.

Het verweer van Marine Le Pen en haar partij valt terug op een bekend patroon: een complottheorie dat de Franse justitie politiek gemotiveerd handelt en haar bewust uit de verkiezingen wil houden. Het eigen handelen wordt verwoord met eufemismen en van de rechtspraak wordt een karikatuur gemaakt. Zo spreekt RN van een ‘administratief akkefietje’ en noemt het het vonnis een ‘atoombom’.

Dit narratief vindt weerklank bij haar aanhangers. Vooral in RN-bolwerken, zoals de noordelijke stad Hénin-Beaumont en Perpignan aan de voet van de Pyreneeën, reageerden aanhangers woedend en ontgoocheld. In Hénin-Beaumont klinkt luid en duidelijk dat Le Pen nooit ‘een cent in eigen zak heeft gestoken’ en dat ze ‘het geld gebruikte voor Frankrijk’. Diezelfde retoriek hoor je in Perpignan, waar vicevoorzitter Louis Aliot, eveneens veroordeeld, burgemeester is. Sympathisanten hier spreken over ‘politieke vervolging’ en verwijten justitie partijdigheid. De gedachte dat rechters handelen op bevel van president Macron is er breed verspreid, ook al ontbreekt daarvoor elk bewijs.

De feiten zijn aanzienlijk minder eenvoudig weg te wuiven dan Le Pen en haar aanhangers willen doen geloven. De verduistering van Europese middelen was systematisch en welbewust, niet een eenvoudige administratieve fout. De betaalde assistenten waren immers niet werkzaam voor het Europees Parlement maar uitsluitend voor het Rassemblement National, waarmee de partij bewust Europese belastingbetalers heeft opgelicht. Bovendien negeert Le Pen bewust dat in Frankrijk al sinds 2016 in het wetboek van strafrecht is vastgelegd dat voor dergelijke misdrijven expliciet een verkiezingsverbod geldt. De ironie wil bovendien dat juist Marine Le Pen, die zichzelf nu als slachtoffer presenteert, ooit een uitgesproken voorstander was van nog veel drastischere politieke gevolgen voor fraudeurs: in 2013 pleitte ze in een interview voor een levenslang politiek verbod voor politici die tijdens hun ambt frauduleuze misdrijven plegen.

Hoewel in Frankrijk een meerderheid van de bevolking (57 procent volgens recente peilingen) vindt dat de rechters correct hebben gehandeld, toont 40 procent zich gevoelig voor het argument van politieke manipulatie. Daarmee voedt Le Pen bewust een gevaarlijke polarisatie en het wantrouwen jegens democratische instituties, zoals de onafhankelijke rechtspraak. Geen ongebruikelijke gewoonte van rechtsradicale politici. Haar partij heeft reeds protesten georganiseerd en 300.000 handtekeningen opgehaald met een petitie die haar steunt, waarbij het narratief dat democratie in gevaar zou zijn breed wordt verspreid.

Ook internationaal krijgt Le Pen steun uit de hoek van politieke sympathisanten. De Amerikaanse president Donald Trump, zelf ook vervolgd en veroordeeld voor meerdere strafbare feiten en de eerste zetelende Amerikaanse president met een strafblad, noemt de veroordeling van Le Pen een ‘heksenjacht’. Trump roept zelfs openlijk op tot haar ‘bevrijding’ en vergelijkt haar situatie expliciet met die van zichzelf, waarbij hij impliceert dat linkse partijen wereldwijd hun tegenstanders via juridische middelen monddood maken. Viktor Orbán van Hongarije en Matteo Salvini uit Italië ondersteunen Le Pen eveneens en spreken van politieke rechtspraak. Dmitri Peskov, woordvoerder van het Kremlin, beweerde dat Europese hoofdsteden bewust democratische normen overtreden.

Politieke waarnemers in Frankrijk wijzen ondertussen op de ernst van deze situatie voor de democratie en rechtsstaat. Politicoloog Alain Duhamel benadrukt terecht dat de volgende grote politieke strijd in Frankrijk zich zal richten op de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, die nu zwaar onder vuur ligt. De snelheid waarmee het hoger beroep van Le Pen wordt behandeld, een zeldzame uitzondering, laat zien hoe gevoelig deze zaak ligt en hoe groot de druk vanuit de samenleving en de politiek inmiddels is geworden.

De felle en agressieve reacties vanuit Le Pens achterban, inclusief bedreigingen van rechters, zijn niet alleen zorgelijk, maar illustreren tevens de ware aard van het Rassemblement National: achter de façade van normalisering die Marine Le Pen de afgelopen jaren heeft opgebouwd, blijkt nog altijd het radicale, antisysteem-karakter van het vroegere Front National schuil te gaan.