Suriname neemt afscheid van Desi Bouterse

In de Surinaamse hoofdstad Paramaribo is zaterdag afscheid genomen van voormalig legerleider, president en partijvoorzitter Desi Bouterse, die net voor Kerstmis op 79-jarige leeftijd overleed. Ruim veertig jaar lang was Bouterse een van de meest dominante figuren in de politiek van Suriname: als leider van de militaire coup in 1980, als architect van de jaren tachtig en als twee keer verkozen president in een democratisch tijdperk. Toch hing er tijdens de uitvaartdagen een dubbele lading in de lucht. Enerzijds kwam een onafzienbare menigte, door sommigen geschat op tienduizenden, om ‘Papa Bouta’, zoals veel aanhangers hem noemden, de laatste eer te bewijzen. Anderzijds kon niemand om het feit heen dat hij in december 2023 definitief was veroordeeld tot twintig jaar cel voor zijn rol in de Decembermoorden van 1982. Daarvoor was hij voortvluchtig en ondergedoken en hij stierf zonder een dag van die straf te hebben uitgezeten.

Geen staatsbegrafenis, maar ‘volkseer’
De regering van Suriname, geleid door president Chan Santokhi, besloot op basis van Bouterses strafblad en veroordeling dat hij geen staatsbegrafenis zou krijgen. Deze beslissing kwam niet als een verrassing voor de buitenwereld, gezien het beladen verleden van de ex-legerleider. Voor zijn aanhangers deed het er echter weinig toe: vanuit de Nationale Democratische Partij (NDP) werd aangekondigd dat Bouterse een ‘volksbegrafenis’ zou krijgen. Sommigen binnen de partij noemden het zelfs ‘volkseer’. Dit concept zou volgens hen in essentie groter en belangrijker zijn dan welke staatsbegrafenis dan ook. Het resultaat was een indrukwekkend eerbetoon waarbij de straten van Paramaribo volstroomden met rouwenden, nieuwsgierigen en toegewijde volgelingen.

De sfeer was, ondanks de aanleiding, op veel momenten feestelijk en uitgelaten. Langs de route stonden mensen te dansen of te zingen, althans zodra de stoet dichterbij kwam. Door middel van muziek, waaronder liederen van Max Nijman en Bob Marley, en zelfs optredens van dichters, probeerde de NDP leiding te geven aan een waardig maar ook ‘licht’ ritueel. “Hij hield van feestjes,” zei iemand uit de organisatie, “dus dit is precies hoe hij het zelf zou hebben gewild.” Verschillende prominente gezichten uit de Surinaamse politiek en samenleving stelden zich op langs de route, vaak gekleed in de paarse partijkleuren van de NDP of in militaire camouflagekleding als eerbetoon aan Bouterses achtergrond.

Van huis naar partijkantoor: de eerste etappes
Het afscheid begon ’s ochtends vroeg in de woning van Bouterse in Leonsberg, waar familie en intimi hem in kleine kring konden zien. De overledene was gekleed in militair tenue, compleet met zijn bekende zonnebril en pet, alsof hij wilde herinneren aan de periode waarin hij veel aanhangers voor zich wist te winnen. Een groep oud-militairen in uniform legde de Surinaamse vlag op de kist, die werd afgesloten met een glazen deksel, in de stijl van legendarische revolutionairen elders ter wereld. Zo was Bouterses gezicht nog tot borsthoogte zichtbaar voor de buitenwacht.

Vervolgens werd de kist in een witte lijkwagen geplaatst, die stapvoets richting het grote partijcentrum van de NDP, Ocer, zou rijden. De lijkwagen was zodanig gebouwd dat de menigte Bouterse kon zien liggen. Door grote ramen aan de zijkant kon het publiek letterlijk oog in oog komen te staan met hun overleden leider. Rond het konvooi reden tientallen auto’s en motoren, sommige bestuurd door mannen in militair uniform met bivakmutsen op. Dat beeld riep de vraag op of Bouterse nog steeds beschikte over een privélegertje, zoals critici hem al die jaren verweten. De autoriteiten lieten het begaan: openlijk ingrijpen zou ongetwijfeld op veel weerstand zijn gestuit.

Een route vol symboliek
De stoet legde een kilometerslange tocht af, van het noorden van de stad naar het zuiden, en passeerde talloze plekken die voor Bouterse van belang waren geweest. Zo reed men langs het presidentieel paleis waar hij in twee afzonderlijke periodes de scepter zwaaide en langs De Nationale Assemblee, waar hij in zijn laatste democratische ambtstermijnen tal van politieke gevechten leverde. De meest beladen plek op de route was echter zonder twijfel Fort Zeelandia. Hier werden in december 1982 vijftien politieke tegenstanders geëxecuteerd, een gebeurtenis die in Suriname bekendstaat als de Decembermoorden en waarvoor Bouterse bijna veertig jaar later tot twintig jaar celstraf werd veroordeeld.

Dat de rouwstoet pal langs deze grimmige historische locatie kwam, riep bij sommige Surinamers gevoelens van woede en verdriet op. Tegendemonstraties of openlijk protest bleven echter uit, volgens veel waarnemers omdat Suriname een kleine gemeenschap is waarin men in het dagelijks leven op elkaar aangewezen is. “We moeten door,” klonk het uit de mond van een nabestaande die ervoor koos zijn winkel te sluiten om niet geconfronteerd te worden met het beeld van Bouterses optocht. “Je kunt hier niet jarenlang blijven knokken, we hebben elkaar nodig.”

Tienduizenden mensen langs de weg
Terwijl de stoet zich voortbewoog, groeide de menigte buiten. Bij de centrale markt, een bekend punt in Paramaribo, stonden duizenden mensen dicht op elkaar om een laatste glimp op te vangen. Bloemen werden op de lijkwagen gegooid, er werd gezongen en geroepen. Opvallend was dat veel jongeren zich in het paars hadden uitgedost en de NDP-vlaggen meedroegen. Zij gaven aan te komen uit waardering voor ‘de enige leider die Suriname echt heeft vooruitgeholpen’, verwijzend naar Bouterses infrastructuurprojecten, scholenbouw en de, volgens critici onverantwoordelijke, hoge overheidsuitgaven tijdens zijn bewind.

Een van de meest gehoorde opmerkingen langs de route was: “Hij was een echte man van het volk.” Mensen wilden daarbij graag benadrukken dat Bouterse volgens hen benaderbaar bleef, zelfs toen hij het hoogste ambt bekleedde. Sommigen wezen erop dat hij midden op straat in Paramaribo nog steeds kon worden aangesproken, iets wat men bij voorgaande presidenten minder vond passen.

Gebeurtenissen in het partijcentrum
Bij aankomst in het uitgestrekte complex van Ocer bleek pas goed hoe groots de manifestatie was opgezet. Het terrein werd al snel een paarse zee van mensen, terwijl een enorme tent en een podium ruimte boden aan toespraken van familieleden, voormalige partijgenoten en religieuze leiders. Zelfs oud-president Jules Wijdenbosch, ooit een medestander en later criticus, roemde Bouterses inzet voor Suriname. “Hij heeft fouten gemaakt,” gaf Wijdenbosch toe, “maar hij heeft ook zijn best gedaan voor het land.”

Bouterse lag in zijn kist, geflankeerd door vertegenwoordigers van inheemse stammen in traditionele kledij. De organisatie toont op die manier het multiculturele karakter van de NDP, een partij die als een van de eersten in Suriname actief bruggen probeerde te slaan tussen etnische groepen. Dichters brachten persoonlijke odes en er was zelfs een videoboodschap van de zanger Eddy Grant, bekend van de hit Living on the Front Line. Grant vond dat nummer toepasselijk voor Bouterse, die zijn leven lang in de politieke en militaire vuurlinie zou hebben gestaan.

Externe reacties en gemis aan buitenlandse dignitarissen
Hoewel het evenement in Suriname zelf ongekend groot was, bleef de buitenlandse vertegenwoordiging beperkt. De premier van Barbados, Mia Mottley, stuurde een videoboodschap waarin ze Bouterse een van de meest charismatische leiders van het Caribisch gebied noemde. De enige buitenlandse spreker in Paramaribo was de voormalige president van buurland Guyana, Donald Ramotar. Hij nam de gelegenheid te baat om de westerse landen nog eens te bekritiseren en riep op tot vergaande solidariteit met de bevolking van Gaza. Volgens Ramotar was Bouterse altijd een scherp tegenstander van ‘imperialistische machten’, waarin hij ook een reden zag voor de Surinaamse problemen.

Verder werd de uitvaart niet bezocht door hooggeplaatste staatshoofden of diplomaten, iets wat bij een reguliere staatsbegrafenis vrijwel zeker anders zou zijn geweest. De NDP wuifde dat weg: “Volkseer is grootser en hoger dan staatseer,” verkondigden partijprominenten met trots. Voor hen waren de talloze Surinamers op de been het bewijs dat Bouterse de geschiedenisboeken in zal gaan als een centrale figuur, ongeacht het ontbreken van officiële rouwdelegaties uit het buitenland.

Spanningen met de pers
Een dag voor de uitvaart kondigde een woordvoerder van de NDP aan dat media in het partijcentrum Ocer zich aan ‘richtlijnen’ dienden te houden. Zo mochten journalisten niet spreken over een ‘moordenaar’ of ‘veroordeelde’. De partij verwees daarbij naar de veiligheid: als journalisten die termen tóch in mond zouden nemen, zou men niets kunnen garanderen. Meerdere lokale media, waaronder nieuwssite Starnieuws en De Ware Tijd, kondigden prompt aan geen verslag te zullen doen als er sprake was van censuur. Daarop trok de NDP het besluit snel terug, onder het mom dat er sprake was van een misverstand. De kritiek verstomde niet helemaal, maar uiteindelijk zorgde de aanpassing ervoor dat de Surinaamse pers en internationale media bleven berichten over het afscheid. De NDP had die aandacht op haar beurt graag, mede met het oog op de aanstaande verkiezingen in mei. Verschillende sprekers benadrukten dat de erfenis van Bouterse voortleeft in de partij en dat men ‘de strijd’ van Bouterse wil voortzetten.

De drie mede-veroordeelden
Terwijl Bouterse zelf tot aan zijn dood voortvluchtig was gebleven, zaten enkele medeveroordeelden voor de Decembermoorden al geruime tijd in de gevangenis. Drie van hen, allen op leeftijd, mochten van justitie afscheid nemen in het mortuarium voordat de kist naar Leonsberg werd gebracht. Zij waren, net als Bouterse, sergeanten ten tijde van de coup van 1980 en speelden een rol in de tragische gebeurtenissen van 8 december 1982. Een van hen, Ernst Gefferie, had zich net als de andere twee na de definitieve veroordeling begin 2023 vrijwillig gemeld om zijn straf uit te zitten. Hun korte bezoek aan Bouterses opgebaarde lichaam, begeleid door de politie, is voor velen exemplarisch voor de verwarde erfenis van de ex-legerleider: hij had hen ooit meegenomen in zijn revolutionaire project, maar liet hen achter om zelf elders onder te duiken.

Het moment van crematie
Aan het einde van de dag, na urenlange toespraken en een enorme opkomst van rouwenden, werd de kist met behulp van een paard en koets naar het crematorium vervoerd. Die reis verliep wederom in een optocht, hoewel de drukte inmiddels iets was afgenomen. Bij het crematorium, zo’n twintig minuten verderop, zaten al veel mensen te wachten. Over de luidsprekers klonk nogmaals de muziek die Bouterse zo koesterde, terwijl de ondergaande zon een gloed wierp over de stad en het laatste traject van zijn publieke afscheid.

Het moment zelf, de crematie, voltrok zich in relatieve beslotenheid. Een kleine groep familieleden, nauwe vrienden en partijgenoten kreeg de ruimte om afscheid te nemen. Daarmee kwam een einde aan een dag die voor veel Surinamers in het teken stond van een bijzondere mix van rouw, bewondering, woede en melancholie. Dat Bouterse een omstreden nalatenschap achterlaat, is wel duidelijk. De feiten dat hij ooit Suriname uit het koloniale tijdperk zou hebben helpen tillen en dat hij tegelijkertijd verantwoordelijk werd gehouden voor ernstige mensenrechtenschendingen, maken zijn geschiedenis complex en met momenten pijnlijk.

Gedeeld, maar omstreden erfgoed
“Het is onvermijdelijk dat zo iemand verdeeldheid achterlaat,” zei een Surinaamse jongeman die langs de route stond, maar geen NDP-shirt droeg. Hij gaf aan vooral uit nieuwsgierigheid te zijn gekomen. “Er zijn veel mensen die dit prachtig vinden en geloven dat hij Suriname groot heeft gemaakt. En er zijn anderen die zeggen: hij was een moordenaar en een dictator. Misschien is het allebei waar. Wie weet gaat de geschiedenis daar anders over oordelen dan wij vandaag doen.” Dat sentiment kwam ook naar voren in toespraken van Donald Ramotar, de Guyanese ex-president, en in de video van premier Mia Mottley uit Barbados, die hem prees om zijn charisma maar geen woord repte over de Decembermoorden.

Wat velen buiten kijf stelden, zelfs zij die het niet zo op Bouterse hebben, is dat hij met zijn multiculturele partij een bepaalde eenheid in Suriname belichaamde die de traditionele etnische partijen tot dan toe niet hadden weten te brengen. Het was Bouterse die in de jaren tachtig, tijdens de ‘Revo’, probeerde verschillende bevolkingsgroepen te verenigen in een nationaal project. Of dat daadwerkelijk gelukt is, daarover lopen de meningen uiteen. Tegenstanders wijzen op corruptie, financieel wanbeheer en de niet-aflatende schendingen van de mensenrechten in de periode waarin hij de macht stevig in handen hield.

De toekomst van Suriname zonder Bouterse
Nu de kist van Desi Bouterse is vergaan in de hitte van de crematieoven, rijst de vraag hoe Suriname zal omgaan met zijn erfenis. De timing is opvallend: in mei staan alweer nieuwe verkiezingen gepland en de NDP lijkt van plan om de nalatenschap van hun ‘volksleider’ prominent naar voren te schuiven in de campagne. Ingrid Bouterse-Waldring, zijn weduwe, liet weten dat ze in het bestuur van de partij zal blijven en dat ze de idealen van haar overleden echtgenoot wil voortzetten. Verschillende NDP-prominenten spraken hoopvol over een nieuwe electorale zege, in de geest van wat Bouterse zou hebben gewild.

Tegelijkertijd blijft het voor nabestaanden van de Decembermoorden een bittere pil dat hij nooit voor zijn daden achter de tralies belandde. Menigeen vraagt zich af of deze uitvaart en de gigantische belangstelling ervoor de herinnering aan de slachtoffers niet verder naar de achtergrond zullen duwen. De vraag blijft of Suriname met Bouterses dood ook een nieuw hoofdstuk kan openen, of dat de diepe verdeeldheid rond zijn figuur blijft doorwoekeren.