Een jaar na de verkiezingen: hoe staat het ervoor?
Het afgelopen Nederlandse politieke jaar stond in het teken van constante ophef, diepe verdeeldheid, beschuldigingen en verrassende wendingen. Na de verkiezingen van vorig jaar kwam na maandenlange verkenningen en onderhandelingen het Kabinet-Schoof tot stand, terwijl de maatschappij en het politieke landschap verder polariseerden. Sindsdien is het vertrouwen in de politiek afgenomen, zijn grote politieke verschuivingen zichtbaar geworden in de peilingen en hebben meerdere partijen interne en externe crises doorgemaakt. Ondanks alles zijn sommige electorale krachtsverhoudingen juist opmerkelijk stabiel gebleven, zoals blijkt uit de meest recente zetelpeiling van Peil.nl.
De verkiezingen van 22 november 2023 resulteerden in een enorme overwinning voor de PVV, die met 37 zetels als grootste partij uit de stembus kwam. De vorming van een nieuw kabinet bleek vervolgens een moeizaam proces. De VVD, die traditioneel een prominente rol speelt in coalitiebesprekingen, gaf direct na de verkiezingen aan niet in een kabinet met de PVV te willen stappen, een beslissing die voor veel commotie zorgde binnen de partij en het electoraat. Dit leidde tot een tijdelijke daling in de peilingen voor de VVD, die kortstondig zelfs naar 16 zetels zakte. Maar de VVD zwichtte al snel en omdat ook NSC vrijwel direct na de verkiezingen terug was gekomen op de bewering dat de partij niet met de PVV zou gaan regeren, kwam het kabinet-Schoof tot stand: het meest rechtse kabinet in de Nederlandse politieke geschiedenis.
Het beleid van het kabinet heeft het afgelopen jaar voor veel controverses gezorgd. Het asielbeleid, waarin werd ingezet op een forse inperking van instroom en een herverdeling van opvanglocaties, leidde tot grote spanningen tussen gemeenten en de landelijke overheid. Meerdere gemeenten verzetten zich openlijk tegen het beleid, wat soms resulteerde in juridische procedures. Ook de keuzes rondom klimaatmaatregelen waren een belangrijk punt van discussie. Terwijl het kabinet zich uitsprak voor een ‘realistische en haalbare’ aanpak van klimaatverandering, vonden veel milieuorganisaties en linkse partijen de plannen te slap en onvoldoende om de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen.
Ondanks deze politieke onrust laten de meest recente peilingen zien dat de electorale krachtsverhoudingen grotendeels stabiel blijven. De PVV staat momenteel op 38 zetels, een winst van één zetel ten opzichte van de verkiezingsuitslag. Het CDA, dat vorig jaar met 5 zetels een historisch dieptepunt beleefde, laat een gestage groei zien en staat nu op 14 zetels. Deze stijging kan worden toegeschreven aan een strategische focus op regionale thema’s en een terugkeer naar traditionele waarden.
De VVD blijft daarentegen worstelen met haar identiteit, nu de PVV de rol van invloedrijkste rechtse partij volledig heeft overgenomen en staat nu op 19 zetels, een verlies van vijf zetels ten opzichte van de verkiezingen en die uitslag werd al gezien als een enorme teleurstelling. Politieke analisten suggereren dat de deelname aan het kabinet-Schoof, gecombineerd met de opkomst van het CDA als concurrent, de VVD parten speelt. Nieuw Sociaal Contract, dat vorig jaar spectaculair debuteerde met 20 zetels, is inmiddels weggezakt naar slechts 3 zetels. Dit verlies wordt toegeschreven aan een gebrek aan consistente boodschap en het ontbreken van ervaren politici binnen de partij.
Een opmerkelijk aspect van de politieke dynamiek is de aanhoudende polarisatie tussen links en rechts. GroenLinks/PvdA, die bij de verkiezingen samen 25 zetels haalden, staan een jaar later nog steeds op datzelfde aantal. Hoewel de combinatie aanvankelijk werd gepresenteerd als een krachtig alternatief voor rechts, heeft de samenwerking geen duidelijke electorale winst opgeleverd. Politieke strategen wijzen erop dat de combinatie mogelijk een deel van het traditionele PvdA-electoraat afschrikt, dat zich minder thuis voelt bij het progressieve karakter van GroenLinks. D66, dat bij de verkiezingen werd afgestraft en terugviel naar 9 zetels, toont een lichte verbetering in de peilingen en staat nu op 11 zetels. Toch blijft de partij ver verwijderd van haar eerdere hoogtepunt en lijkt het moeilijk te profiteren van de onvrede over het huidige kabinet.
In het afgelopen jaar waren er wel enkele opmerkelijke fluctuaties in de peilingen. De PVV bereikte begin dit jaar een hoogtepunt van meer dan 50 zetels, gedreven door groeiende onvrede over immigratie en een succesvolle campagne rondom veiligheid en betaalbaarheid. Toch zakte de partij al snel terug naar haar huidige peil van 38 zetels, waarmee de partij nog altijd met afstand de grootste zou zijn. Aan de andere kant liet het CDA een gestage opmars zien, zonder grote pieken of dalen, terwijl de VVD in de eerste maanden na de verkiezingen een dieptepunt bereikte, maar zich langzaam herstelde. Deze dynamiek toont aan dat een deel van het electorale landschap in Nederland nog steeds in beweging is, ondanks de aanhoudende polarisatie tussen links en rechts.
Naast de interne dynamiek van de coalitie en de peilingen, waren er ook andere momenten van ophef in het afgelopen jaar. Het aftreden van een staatssecretaris vanwege een integriteitskwestie, de aanhoudende protesten tegen het stikstofbeleid en de verhitte debatten over Europese samenwerking hebben allemaal bijgedragen aan een intens jaar in de Nederlandse politiek. Dit weerspiegelde de bredere maatschappelijke spanningen en het gevoel dat het politieke midden steeds verder verdwijnt.
Omdat de coalitie geen meerderheid heeft in de Eerste Kamer en de zetelverhoudingen daar ongewijzigd blijven tot 2027, is duidelijk dat de huidige coalitie met grote uitdagingen te maken zal blijven hebben. Met een krappe meerderheid in de Tweede Kamer en toenemende interne spanningen, lijkt het steeds moeilijker om eensgezind beleid te voeren. Politieke waarnemers speculeren regelmatig over de mogelijkheid van nieuwe verkiezingen, vooral als de spanningen binnen de coalitie weer eens openlijk oplopen. De electorale kaarten zouden in dat geval opnieuw geschud worden, maar het is onwaarschijnlijk dat een nieuwe coalitie gemakkelijker te vormen zal zijn. Het afgelopen jaar heeft immers laten zien hoe diep de breuklijnen in de Nederlandse politiek zijn geworden.
De balans na één jaar laat een gemengd beeld zien. Hoewel sommige partijen electorale winst hebben geboekt, zoals het CDA, zijn anderen, zoals de VVD en Nieuw Sociaal Contract, duidelijk in zwaar weer terechtgekomen. De PVV blijft de dominante speler, maar het is de vraag of de partij op lange termijn kan profiteren van haar huidige populariteit. De linkse oppositie lijkt daarentegen weinig in staat om electoraal te groeien, ondanks het falen van het kabinet op meerdere fronten. Met de verkiezingen van 2023 als ijkpunt is duidelijk dat het politieke landschap in Nederland complexer en meer verdeeld is dan ooit tevoren. De signalen wijzen erop dat bestuurlijke stabiliteit voorlopig ver te zoeken is.
