Meer vrouwen niet op zoek naar een baan
Uit de nieuwste Emancipatiemonitor van het CBS blijkt dat vrouwen met kinderen bijna vier keer zo vaak niet werken als hun mannelijke partners. Het gaat hierbij om vrouwen die ook niet op zoek zijn naar een baan.
In totaal heeft 17 procent van de vrouwen – zowel alleenstaand als in een relatie – geen betaalde baan en is ook niet van plan om werk te zoeken. Dit percentage ligt meer dan twee keer zo hoog als bij mannen. Opvallend is dat mannen en vrouwen vaak een gelijkwaardige taakverdeling in het huishouden nastreven, maar in de praktijk lijkt dit moeilijk te realiseren.
Bij koppels met kinderen is het verschil het grootst. Veel gezinnen kiezen ervoor dat de vrouw thuisblijft, vooral omdat ze gemiddeld minder verdient dan de man. Twee op de drie vrouwen zou wel meer uren willen werken, maar alleen als het gezinsinkomen van de man niet voldoende is. Desondanks blijft slechts één op de tien stellen trouw aan het ideaalbeeld van een gelijke verdeling van werk en zorg.
De zorg voor het gezin blijkt de meest voorkomende reden voor vrouwen om niet te willen werken. Traditionele normen spelen hierin een rol: vrouwen bedelen zich vaker uit eigen beweging de zorgtaken toe, en kinderopvang voor hele jonge kinderen wordt kritisch bekeken. Naast zorgtaken geeft gezondheid ook vaak de doorslag, vooral voor vrouwen met een partner en kinderen. Terwijl zowel mannen als vrouwen ziekte of arbeidsongeschiktheid als reden opgeven, laat dit bij vrouwen zich eerder vertalen in een keuze voor huishoudelijke taken.
Ondanks deze verschillen is een derde van de vrouwen zonder baan wel geïnteresseerd in werk, mits ze hun uren en werkplek kunnen afstemmen op het privéleven. Tegelijkertijd geven ook werkende mensen aan dat ze liever minder uren zouden maken om meer tijd voor zichzelf of het huishouden over te houden. Vrouwen benoemen hierbij huishoudelijke taken vaker dan mannen, die hier minder waarde aan lijken te hechten.
