Amerikaanse democratie lijkt te eroderen

De Verenigde Staten, door sommigen geroemd als een baken van democratie, zien hun reputatie op dat gebied snel afnemen, zowel nationaal als internationaal. Uit recente peilingen en wetenschappelijke analyses lijkt een verontrustende neerwaartse trend in de staat van de Amerikaanse democratie naar voren te komen.

In een peiling eerder dit jaar gaf bijna driekwart van de Amerikaanse respondenten aan dat de democratie in hun land "vroeger een goed voorbeeld was voor andere landen om te volgen, maar dat de laatste jaren niet meer is". Deze sentimenten worden gedeeld buiten de VS: een meerderheid van de respondenten in Canada, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Japan en Zuid-Korea gaf aan het eens te zijn met deze stelling.

Daarnaast gelooft meer dan 60 procent van de Amerikaanse respondenten in een andere peiling uit december 2023 dat de democratie in Amerika gevaar loopt, afhankelijk van wie de komende presidentsverkiezingen wint. Republikeinse respondenten zien daarbij Democratische kandidaten als een bedreiging voor het systeem en vice versa.

Nu de Amerikaanse presidentsverkiezingen naderen worden kiezers regelmatig door de media geconfronteerd met de aanval op het Capitool op 6 januari 2021, waarbij aanhangers van voormalig president Donald Trump probeerden de bekrachtiging van de verkiezingsuitslag van 2020 te stoppen. De herinneringen aan die gebeurtenis doen velen twijfelen of de verkiezingen van 5 november dit jaar vrij en eerlijk zullen verlopen en dat er daarna een vreedzame machtsoverdracht zal zijn.

Niet alleen kiezers, maar ook politicologen zien dat er sprake is van erosie van de Amerikaanse democratie. Zij gebruiken verschillende methoden om de staat van een democratie te meten. Een prominente maatstaf is het Varieties of Democracy (V-Dem) project, dat zich richt op het concept van vrije en eerlijke verkiezingen. V-Dem laat een lichte daling zien in de gezondheid van de Amerikaanse democratie over het afgelopen decennium.

Experts zijn het alleen niet eens over hoe deze daling geïnterpreteerd moet worden, maar Rachel Beatty Riedl, politicoloog aan de Cornell University, benadrukt het belang van het sowieso vroegtijdig opmerken van democratische erosie: "Het is echt belangrijk om aandacht te besteden aan die kleine dalingen."

Politicologen discussiëren daarnaast al lang over de definitie van democratie: is het een kwestie van ja of nee of is er sprake een spectrum? Adam Przeworski van de New York University stelt dat democratie in ieder geval pas bestaat wanneer een zittende regering vreedzaam de macht overdraagt na verlies bij verkiezingen. "Democratie is een systeem waarin [zittende] regeringen verkiezingen verliezen," zegt hij, waarmee hij dus het al dan niet democratisch zijn van een land reduceert tot een kwestie van ja of nee.

Het V-Dem project ziet democratie juist als een spectrum en probeert de staat van de democratie langs een continuüm te meten, waarbij verschillende dimensies worden geëvalueerd, zoals ongelijkheid, burgerparticipatie en checks and balances. Deze metingen zijn deels subjectief, gebaseerd op beoordelingen van politicologen wereldwijd. In de VS is de score voor liberale democratie gedaald van 0,85 in 2015 naar 0,77 in 2023 op een schaal van 0 tot 1.

Hoewel de VS nog steeds vergelijkbaar scoort met landen als het Verenigd Koninkrijk en Canada, waarschuwen onderzoekers dat zelfs kleine dalingen serieus genomen moeten worden. Riedl benadrukt dat het lastig is om precies te bepalen wanneer een land richting autocratie verschuift, maar dat vroege herkenning cruciaal is om verdere achteruitgang te voorkomen.

Sommige onderzoekers betwisten de bevindingen van een democratische terugval. Andrew Little en Anne Meng constateren juist dat er geen duidelijke trend is van democratische achteruitgang en stellen bovendien dat berichtgeving experts kan beïnvloeden in hun beoordeling. Dat zou betekenen dat de resultaten van dergelijke onderzoeken eigenlijk alleen iets zeggen over de teneur in de media.

Riedl en haar collega's wijzen op factoren als ongelijkheid en polarisatie die bijdragen aan democratische erosie. Deze omstandigheden kunnen populistische leiders naar voren brengen die autocratische agenda's nastreven onder het mom van het dienen van ‘de gewone man’. Daniel Treisman van UCLA stelt daar tegenover dat de kans dat de Verenigde Staten in een autocratie veranderen extreem laag is, verwijzend naar het feit dat volgens V-Dem-data geen enkele langdurige democratie ooit is opgehouden te bestaan.

Voorbeelden uit andere landen tonen het belang aan van sterke institutionele structuren. In Brazilië werd voormalig president Jair Bolsonaro verhinderd om zich opnieuw verkiesbaar te stellen nadat hij ongefundeerde claims maakte over verkiezingsfraude. In Zuid-Korea leidden massale protesten en een onafhankelijk rechtssysteem tot de afzetting van president Park Geun-hye na een corruptieschandaal.

Ook in de VS zijn er nog steeds sterke pijlers voor democratische veerkracht, zoals onafhankelijke media en actieve burgerparticipatie. "Instellingen en regeringsleiders kunnen worden versterkt om agenten van democratie te zijn wanneer ze die stimulans van onderaf krijgen," besluit Riedl.