1,5 miljard aan private equity in zorg
Private investeerders genereren jaarlijks naar schatting 1,5 miljard euro aan omzet in de Nederlandse zorgsector, waarbij de medisch-specialistische zorg verantwoordelijk is voor meer dan 900 miljoen euro van deze inkomsten. Vooral in de mondzorg en kraamzorg spelen private investeerders een prominente rol, waar zij goed zijn voor ongeveer 20 procent van de totale omzet.
Ondanks haar eerdere pleidooi voor een verbod op private investeringen in de zorg, is minister Fleur Agema van Volksgezondheid terughoudend geworden om deze stap nu te nemen. Ze vreest dat een verbod de financiering van de zorgsector in gevaar zou kunnen brengen, wat ze recent aan de Tweede Kamer heeft medegedeeld. Veel Kamerleden pleitten eerder voor een verbod, omdat ze bang zijn dat de kwaliteit van de zorg onder druk komt te staan door de betrokkenheid van private investeerders.
Uit een onderzoek van EY, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, blijkt echter dat er geen aanwijzingen zijn dat de zorgkwaliteit bij door private investeerders gesteunde instellingen slechter is. Evenmin is er bewijs dat de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg negatief worden beïnvloed.
Private-equity-partijen hebben een grote aanwezigheid in de medisch-specialistische zorg, waar het grootste deel van hun investeringen naartoe gaat. De tandheelkundige sector volgt met bijna 200 miljoen euro aan investeringen. Hoewel er veel private equity-geld in de medisch-specialistische zorg omgaat, vertegenwoordigt dit slechts 3,75 procent van de totale zorguitgaven die worden gefinancierd door de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg.
In totaal investeren 35 private-equity-partijen in zorginstellingen die onder de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg vallen. Vooral in de mondzorg zijn deze investeerders actief, met 11 partijen die zich in deze sector begeven. Opvallend is dat er in de gehandicaptenzorg door private-equity niets geïnvesteerd wordt.
