Opnieuw onbekende dode geÔdentificeerd dankzij DNA

Opnieuw heeft een langvermiste, die op het eiland Terschelling als onbekende dode is begraven, zijn naam teruggekregen. De man die in november 1967 op het eiland aanspoelde, blijkt zeeman Kees van Rijn te zijn uit Katwijk. Dit is donderdag bekend geworden.

Nabestaanden van Van Rijn hebben begin januari DNA afgestaan. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft dit vergeleken met DNA-profielen in de Databank Vermiste Personen van de politie. Het coldcase team van de Eenheid Den Haag heeft de nabestaanden donderdagmiddag het nieuws verteld.

Eerdere identificatie
De nieuwe match is een direct gevolg van een eerdere identificatie. Nabestaanden van Van Rijn hoorden deze winter het nieuws dat een onbekende dode op Terschelling was geïdentificeerd nadat zijn nabestaanden DNA hadden afgestaan bij het coldcase team van de Eenheid Rotterdam. Het ging om kapitein Andries Penning van het schip De Westland. Naar aanleiding van dit nieuws, besloot een familielid van Van Rijn om ook DNA af te staan.

Orion
Kees van Rijn maakte als 22-jarige deel uit van de bemanning van de KW37 Orion die op 28 oktober 1967 in zeer zware storm verging op de Noordzee bij Terschelling. Alle zes bemanningsleden kwamen hierbij om het leven. Van hen is nu alleen de schipper, Jan Nijgh, nog niet gevonden.

Zeeslachtoffers
Het coldcase team van de Eenheid Den Haag begon in 2014 aan het project ‘Zeeslachtoffers’, samen met het Landelijk Bureau Vermiste Personen (LBVP) en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Bij honderdvijftig mensen van wie familie niet van zee is teruggekeerd, is wangslijm afgenomen. Dankzij vernieuwde technieken kon in 2018 al de 26-jarige matroos Arie van der Plas van de KW37 Orion worden geïdentificeerd.

De tijd dringt
‘Dat er nu een nieuwe match is, is geweldig nieuws’, reageert teamleider Izanne de Wit van het Landelijk Bureau Vermiste Personen (LBVP). ‘Wij bekijken voortdurend een zaak opnieuw, om alsnog een match te vinden. Dat loont. Dit laat ook zien dat we achterblijvers op tijd moeten bereiken. De tijd dringt.’ De kans om iemand te identificeren is het grootst bij eerstegraads familieleden, zoals broers of zussen, ouders of kinderen. De Wit: ‘Om onbekende doden te identificeren hebben we écht referenten nodig. Ik hoop dat nabestaanden niet meer twijfelen, maar ook DNA afstaan als ze iemand in hun familie missen.’

Nieuwe kans
Sinds een wijziging van de Wet op de lijkbezorging in 2010 wordt altijd DNA-materiaal afgenomen van onbekende doden. Inmiddels is ook het DNA van vrijwel alle sinds 1920 aangespoelde onbekende drenkelingen opgenomen in de databank.

Nabestaanden van mensen die op zee vermist geraakt zijn, krijgen binnenkort opnieuw een kans om hun DNA af te staan aan rechercheurs van het coldcase team van de politie-eenheid Den Haag. ‘We horen steeds vaker dat nabestaanden die in 2014 geen DNA hebben afgestaan, dit alsnog graag willen doen’, vertelt Leo Simais van het coldcase team. ‘Die kans bieden we graag.’