Baanrenner BŁchli met enorme overmacht naar World Cup-winst

Baanwielrenner Matthijs Büchli heeft tijdens de World Cup in Berlijn de keirin gewonnen. Dat deed de Nederlander namens BEAT Cycling Club niet zomaar: hij liet op niet mis te verstane wijze zien wie de beste was.

Met een goede twee ronden te gaan gooide de Fransman Sebastien Vigier het tempo omhoog, maar voor Büchli was dat kinderspel. Hij zette aan, nam de leiding en reed alles en iedereen strak uit het wiel, waarna hij met een - voor keirinbegrippen - enorm verschil won. Matthew Glaetzer uit Australië werd op ruime afstand tweede, voor de Maleisiër Azizul Awang. Harrie Lavreysen eindigde als zesde en laatste in de finale, achter Vigier en de Colombiaan Kevin Quintero.

Op de kilometer tijdrijt schopten Sam Ligtlee en Theo Bos het beiden tot de finale. Bos liet daarin een fenomenaal goede slotronde zien, de sterkste van allemaal zelfs, en dat bracht hem met 1:00,868 minuten op het podium: derde, vier tienden voor de vierde plek van Ligtlee. De Duitser Joachim Eilers reed 1:00,645 en zag Quentin Lafargue uit Frankrijk zich stukbijten op die tijd.

Elis Ligtlee en Laurine van Riessen werden in de individuele sprint bij de vrouwen in de kwartfinales uitgeschakeld door Olena Starikova en Anastasiia Voinova uit Oekraïne en Rusland. De Nederlandse dames verloren beiden met 2-0 en waren zo goed als kansloos. Shanne Braspennincx moest in de achtste finales haar meerdere erkennen in de Australische wereldtopper Stephanie Morton.

Morton pakte uiteindelijk ook de dagwinst in Berlijn en deed dat door Voinova over twee heats relatief simpel te kloppen in de finale. Starikova pakte het brons door de derde en beslissende heat tegen de Russin Daria Shmeleva nipt te winnen.

Op het omnium bij de vrouwen kwam Amy Pieters tot een negende plek. Ze eindigde als tiende, dertiende en twaalfde op de scratch, tempokoers en afvalrace en wist met een paar punten in de afsluitende puntenkoers nog iets te klimmen. De Britse Katie Archibald won de eerste drie onderdelen allemaal en hield haar voorsprong keurig vast. Letizia Paternoster uit Italië werd tweede, door de Amerikaanse Jennifer Valente in de eindsprint naar de derde plek terug te verwijzen.

Dion Beukeboom en Jan Willem van Schip reden op de koppelkoers best aardig mee, maar het was net niet genoeg om serieus te strijden om de medailles: zesde. Lasse Norman Hansen en Casper von Folsach waren namens Denemarken een klasse apart, Mark Steward en Oliver Wood pakten namens de Britten het zilver en oldie Roger Kluge veroverde met Theo Reinhardt het brons namens het thuisland.