Werkstraf geŽist tegen tieners voor openlijk geweld

De officier van justitie heeft vandaag bij de meervoudige kamer voor jeugdzaken werkstraffen geëist tegen vier minderjarigen. Zij stonden terecht voor openlijk geweld, gepleegd op 2 april 2017 op de Nelson Mandelabrug in Arnhem.

De zitting was, zoals gebruikelijk bij minderjarigen, achter gesloten deuren. Om deze reden beperkt het OM zich tot het bekend maken van de juridische beoordeling van de zaak en de eisen die hieruit voortvloeien.

Het OM is zich ervan bewust dat de mishandeling destijds veel maatschappelijke onrust heeft veroorzaakt, vooral omdat het motief gelegen zou zijn in de homoseksuele geaardheid van de aangevers. Er zijn volgens de officier van justitie geen aanwijzingen in het dossier dat discriminatie als motief ten grondslag ligt aan het geweld. Discriminatie is daarom niet als aparte verdenking ten laste gelegd. De officier van justitie heeft bij de strafeis wel rekening gehouden met het feit dat er discriminerende woorden zijn gevallen tijdens het voorval. Het openlijk geweld is volgens het OM begonnen – zoals vaker bij uitgaansgeweld – met opmerkingen over en weer. Daarbij hebben de verdachten zich grievend uitgelaten over de seksuele geaardheid van de slachtoffers.

Tijdens de zitting is uitgebreid stil gestaan bij de vraag of één van de slachtoffers, die meerdere tanden kwijtraakte door het geweld, met een betonschaar is geslagen. Vast is komen te staan dat de verdachten een betonschaar bij zich hadden. Het letsel van het slachtoffer is door verschillende deskundigen geïnterpreteerd. Door deze deskundigen kon niet onomstotelijk worden vastgesteld dat er met een betonschaar geslagen is. Volgens de officier van justitie is hiervoor dan ook onvoldoende bewijs.

Voor de juridische kwalificatie is van belang dat er geweld is gebruikt tegen de twee slachtoffers, door een groep jongens op de openbare weg. Het onderzoek heeft uitgewezen dat één van de verdachten verantwoordelijk is voor het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij één van de slachtoffers. Deze – inmiddels 17-jarige - jongen wordt verdacht van het plegen van openlijk geweld met zwaar lichamelijk letsel ten gevolg. Dit weegt mee in de strafeis. Tegen hem werd een werkstraf van 180 uur geëist.

De overige drie verdachten wordt openlijk geweld verweten. Tegen twee inmiddels 17-jarige verdachten werd een werkstraf van 120 geëist. Tegen een inmiddels 15-jarige jongen werd een werkstraf van 120 uur, waarvan 20 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, geëist.

Bij de strafeisen is rekening gehouden met de gevolgen van het geweld voor de slachtoffers, en met de persoonlijke omstandigheden van de minderjarigen, die niet eerder met justitie in aanraking zijn geweest.