'AtheÔsme was heel normaal in de oudheid'

Lang niet iedereen in de oudheid geloofde in dingen als mensen met het lichaam van een paard, Goden in een stierenlichaam die copuleren met aardse vrouwen en personen die een oog doneren om wijsheid te krijgen. Een groot deel van de mensheid in de klassieke wereld zou je als atheïst kunnen beschouwen, zo wijst een studie van ene Tim Whitmarsh uit.

Tim kan het weten, want hij is hoogleraar Griekse cultuur en bovendien onderzoeker van het fameuze St. John's College, verbonden aan de universiteit van Cambridge. Het idee dat atheïsme een modern, West-Europees verschijnsel is, verwerpt hij.

"De vroege atheïsten maakten universele bezwaren tegen de paradoxale natuur die religie in zich heeft", zo legt Whitmarsh uit. "Het vraagt je namelijk om dingen te accepteren waarvan je intuïtief aanvoelt dat ze geen deel uitmaken van jouw werkelijkheid."

"Het feit dat dit duizenden jaren geleden al het geval was, suggereert dat vormen van ongeloof binnen alle culturen kunnen bestaan. Waarschijnlijk is dit ook altijd het geval geweest."

Whitmarsh staaft zijn beweringen aan de hand van zeer oude Griekse en Romeinse teksten die hij bestudeerd heeft. Sommige daarvan zijn ouder dan de geschriften die Plato de wereld na liet.

Opvallend is dat het atheïsme vooral een kans kreeg binnen maatschappijen waarin polytheïsme de norm was. Hieruit zou de conclusie kunnen worden getrokken dat het de normaalste zaak van de wereld was en dat bij (bijvoorbeeld) de Germaanse volkeren atheïsme ook veelvuldig voorkwam. Het werd zeer waarschijnlijk niet als een vreemde afwijking gezien.

Aan het gouden tijdperk van het atheïsme kwam een eind toen bij de voorheen tolerante samenlevingen de aanvaarding van een enkele, veeleisende god werd opgedrongen. Het monotheïsme liet geen ruimte voor andere opvattingen dan hun 'waarheid'.

Whitmarsh zegt hierover: "Het idee dat een priester jou vertelt wat je moet doen, was een tot dusverre onbekend verschijnsel in de Griekse wereld."