'Veel mythes over groepsverkrachting'

Icoon MisdaadHet beeld dat mensen hebben van groepsverkrachtingen, onder andere dat het een nieuw verschijnsel is, dat vooral in Rotterdam plaatsvindt en in vrijwel alle gevallen door allochtonen, klopt niet. Ook is het onzin om te stellen dat groepsverkrachtingen het gevolg zijn van seksueel geladen videoclips. Dat zegt Jan Hendriks, onderzoeker en psycholoog, vandaag in Trouw. Volgens hem bestaan er veel mythes over groepsverkrachtingen en worden die onder meer veroorzaakt door de buitensporige hoeveelheid publiciteit die de laatste tijd gegeven is aan een aantal zaken.

Van overal en van alle tijden
Uit historisch materiaal blijkt volgens Hendriks dat groepsverkrachting een probleem van alle tijden is. In bijvoorbeeld oorlogen kwam het altijd veel voor, maar zeker ook daarbuiten. Uit verschillende bronnen blijkt dat in onder meer het Florence van de Renaissance en het Nederland van de jaren '20 en '30 van de vorige eeuw dertig procent van de aanrandingen en/of verkrachtingen door groepen plaatsvond. Dat zijn cijfers die min of meer gelijk zijn met de cijfers van tegenwoordig.

Ook het beeld dat vooral Rotterdamse allochtonen zich er schuldig aan maken is fout. Weliswaar is Rotterdam de gemeente waar de meeste groepsverkrachters wonen, maar het komt net zo goed voor in andere steden, ook kleinere en ook ver buiten de Randstad, zoals in Zwolle en Leeuwarden. De verkrachtingen zijn daarnaast zeker niet het geplande werk van hechte, georganiseerde bendes, maar meestal gewoon jongens die toevallig bij elkaar zijn en door toevallige omstandigheden ertoe besluiten een meisje met z'n allen te verkrachten.

Videoclips
Hendriks noemt het "veel te simplistisch" om videoclips de schuld te geven van de verkrachtingen. Dat verband is, zegt hij, nooit hard te maken. Het vrouwbeeld, het onderscheid tussen 'nette meisjes' en 'hoeren', dat vaak in dat soort clips naar voren komt en dat wellicht meer leeft bij bijvoorbeeld Antilliaanse daders dan bij autochtone daders, is volgens hem ook zeker niet de enige reden dat mensen overgaan tot groepsverkrachtingen. Veertig procent van de daders in Nederland is autochtoon; daaruit concludeert Hendriks dat dit vrouwbeeld weliswaar een rol zou kunnen spelen, maar hooguit een onderdeel zou kunnen zijn van het geheel van oorzaken die een rol spelen. Goede analyses zijn er overigens nauwelijks; er is nog te weinig onderzoek gedaan.

Algemeen crimineel
De daders blijken uit Hendriks' onderzoek vaak algemeen crimineel gedrag te vertonen. Maar liefst 41 procent van de groepsverkrachters pleegt ook geweldsdelicten, zoals beroving. Daarom vindt Hendriks dat je ze niet zomaar als zedendelinquent moet zien, maar meer als crimineel in het algemeen. De behandeling moet daarom ook niet alleen op het zedenmisdrijf gericht zijn. "Daar doe je hen ťn de samenleving mee tekort."