Inwoner Kanaleneiland is buurt zat

Een Nederlandse inwoner van het Kanaleneiland in Utrecht wil de buurt zo snel mogelijk verlaten omdat het er hem te gevaarlijk wordt. Onlangs werd bij zijn 14-jarige zoon een pistool op het hoofd gezet - wat later een namaakpistool bleek - en vorig jaar werd hij zelf door een groep in elkaar gebeukt nadat hij iemand tot de orde riep die zijn hondjes had bekogeld.

Het Utrechts Nieuwsblad tekende zijn verhaal op: ''In 1989 zijn we hier naartoe verhuisd. Toen was het nog leuk wonen. In onze straat was het ongeveer fifty-fifty. De helft Nederlanders, de rest buitenlanders, vooral Marokkanen. Na Fortuyn is de sfeer omgeslagen en dat werd nog versterkt door de moord op Van Gogh. Iedereen voelt zich in een hoekje gedrukt. We praten niet meer met elkaar. Je bent gelijk een racist als je ergens wat van zegt. Je ziet de ene na de andere Nederlander vertrekken en voor ons is het ook tijd te verkassen. Liefst zo ver mogelijk hier vandaan''.

Volgens de man, die niet wil dat de krant zijn naam publiceert, spelen Nederlandse en allochtone kinderen apart van elkaar in zijn straat. Vaak worden er kinderen gepest: ''Ze zoeken een slachtoffer. Dat is heel vaak een Nederlands kind. Ze hebben iets tegen Nederlanders. Kankerhollander, kaaskop,....je krijgt een portie verbaal geweld over je heen.'' Als ze het met woorden niet kunnen winnen, halen ze de grotere jongens erbij van vijftien, zestien jaar. Dan wordt er geschopt, gevochten, ge´ntimideerd, zo citeert de krant de man.

Volgens de klager heeft het ook geen zin om naar de ouders te gaan: ''Dat heeft mijn vrouw wel gedaan. Dan moet er weer een hele zwik familie bijkomen. Neven en nichten die op de achtergrond lopen te schelden. Heeft geen zin. De Wijkagent? Die is weleens geweest. Toen hadden ze het petje van mijn zoon afgepakt. De politie wil dat je zo snel mogelijk melding maakt van een incident. Komt de agent en zegt-ie: het is gewoon pesterij, meneer.''

Eerdaags dient de rechtszaak tegen degenen die hem inelkaar hebben geslagen. Dat kwam als volgt: ''Liep mijn dochter buiten met de hondjes, twee kleine diertjes die geen vlieg kwaad doen. Bekogelden ze die dieren. Een hond is bij hen ongedierte. Ik kan die dieren ook niet op het balkon laten, omdat ze dan bekogeld worden. Het was zo'n klein jochie, dat het deed. Ik naar buiten. Kwam er meteen een hele groep opdagen. Bonk, daar had ik een klap te pakken van een jongen van een jaar of achttien. Gebroken neus. Geweld geeft status. Als je iemand een klap geeft, ben je de man. De kleintjes lokken het uit, de groten knappen het op''.

Nadat zijn zoon een pistool tegen het hoofd kreeg en hij de dader eigenhandig aanhield, liep het helemaal uit de hand. Twee dagen later zag hij die jongen alweer op straat lopen, een week later zag zijn dochter andere jongens met het wapen. Inleveren? Dat hoeft zeker niet van de politie. ''Ach, het verbaast me ook niets. De politie is hier louter aan het knuffelen. Pamperen.''