Geweld in Midden-Oosten gaat door

Bij nieuwe gewelddadigheden in IsraŽl zijn vandaag al vijf mensen om het leven gekomen. Drie IsraŽliŽrs werden doodgeschoten toen een Palestijn het vuur opende in twee restaurants in Tel Aviv. Vijftien mensen raakten gewond, twintig anderen moesten worden behandeld voor shockverschijnselen. De aanvaller werd doodgeschoten door een politieman en een klant.

Een Israelische vrouw werd doodgeschoten toen een schutter het vuur opende op haar auto. Haar man raakte lichtgewond. Ook op de Westoever blies een zelfmoordterrorist zich op naast een bijna lege bus, waarbij een passagier omkwam. De nieuwe aanslagen volgen op een uiterst bloedige dag in het Midden-Oosten. Minstens zestien Palestijnen kwamen om, waaronder vijf kinderen en een arts van het Rode Kruis. IsraŽl zet de harde lijn door als een onderdeel van de " doorlopende campagne" tegen terrorisme.

Vanacht bombardeerde de IsraŽlische luchtmacht kantoren van de Palestijnse leider Arafat. Bommen kwamen terecht op het gebouw van de Palestijnse inlichtingendienst, zo'n tien meter van het gebouw waar Arafat verblijft. Hij bleef ongedeerd.

Slaan, dan praten
De IsraŽlische premier Ariel Sharon heeft gisteren voor het Parlement verklaard dat IsraŽl "in oorlog" is en dat het Israelische leger meer invallen plant in vluchtelingenkampen. In een zeldzaam gesprek met journalisten verklaarde hij dat de "Palestijnen hard getroffen moeten worden".

"Het is niet mogelijk om een overeenkomst te sluiten voordat de Palestijnen hard zijn getroffen. Ze moeten nu getroffen worden. Als ze niet hard geslagen worden, zullen er geen onderhandelingen plaatsvinden. (...) Ze moeten geslagen worden zodat ze het uit hun hoofd zetten dat er een overeenkomst komt die Israel niet wil. Ze moeten geslagen worden, de Palestijnse Autoriteit, haar troepen en de terroristen. Worden ze niet geslagen, is er geen politieke horizon."