Waarom mogen vrouwen niet kiezen voor een traditionele rolverdeling?
Vrouwen mogen vandaag van alles zijn, zolang het maar de juiste versie van vrijheid is. Carrièrevrouw, ondernemer, onafhankelijk, ambitieus en vooral: zichtbaar los van alles wat naar klassieke rolpatronen ruikt. Maar zodra een vrouw zegt dat ze best een traditionele rolverdeling in haar relatie wil, verandert die moderne ruimdenkendheid opvallend snel in ongemak, gegniffel of regelrechte afkeuring.
Dat is vreemd, want keuzevrijheid hoort toch juist te betekenen dat ook impopulaire keuzes legitiem zijn. Een vrouw die graag meer thuis is, meer voor de kinderen doet of bewust leunt op een partner die vooral kostwinner is, maakt óók een keuze. Toch wordt die keuze vaak behandeld alsof ze per definitie verdacht is, alsof er achter elke tevreden huiselijke afspraak een verborgen nederlaag schuilgaat.
De kritiek komt allang niet meer alleen van mannen die een mening hebben over hoe vrouwen hun leven moeten inrichten. Juist ook vrouwen zijn vaak verrassend streng voor elkaar. Er lijkt een ongeschreven ladder van respectabiliteit te bestaan, waarbij een vrouw hoger eindigt naarmate haar leven meer lijkt op het model dat in bepaalde kringen als geëmancipeerd geldt.
En daar zit de wrange ironie: wie zegt voor vrouwelijke autonomie te zijn, maar vervolgens slechts een beperkt aantal uitkomsten respecteert, is helemaal niet voor autonomie. Dan is vrijheid geen principe meer, maar een keurmerk. Je mag kiezen, zolang je maar kiest wat cultureel netjes, ideologisch veilig en sociaal bewonderenswaardig wordt gevonden.
Voor veel vrouwen is een traditionele rolverdeling bovendien geen teken van onderwerping, maar van voorkeur, rust of praktische logica. In de ene relatie werkt het simpelweg beter als de taken klassiek zijn verdeeld. In een ander gezin kiest de vrouw daar bewust voor omdat zij meer voldoening haalt uit zorg, ritme en aanwezigheid dan uit vergaderingen, targets en het eeuwige presteren buitenshuis.
Dat hoeft niemand mooi of modern te vinden, maar het is wel een reële levenskeuze. De gedachte dat een vrouw pas volwaardig vrij is als ze economisch, emotioneel en symbolisch maximale afstand houdt tot traditionele vrouwelijkheid, is een merkwaardige vernauwing van het begrip vrijheid. Alsof vrouwelijkheid pas serieus genomen wordt wanneer die zoveel mogelijk op de mannelijke route lijkt.
Het ongemak met traditionele keuzes verraadt ook iets anders: veel mensen vertrouwen vrouwen kennelijk alleen wanneer die kiezen voor vooruitgang volgens de juiste definitie. Kiest een vrouw voor huiselijkheid, toewijding aan gezin of een meer klassieke relatieverdeling, dan wordt al snel gesuggereerd dat ze zich iets heeft laten aanpraten. Alsof volwassen vrouwen helder genoeg zijn om een bedrijf te leiden, maar niet om zelf te bepalen hoe ze hun relatie willen organiseren.
Daarmee ontstaat een nieuwe vorm van sociale druk, subtieler dan openlijk verbieden, maar nog steeds dwingend. Vrouwen hoeven vandaag niet meer in één model geduwd te worden, maar wel vaak uit een ander model getrokken. De boodschap is dan niet: jij mag niet kiezen, maar: jij mag dat niet kiezen, want dat zegt iets verkeerds over vrouwen in het algemeen.
Maar een individueel leven is geen campagnebeeld. Niet elke vrouw wil haar bestaan inzetten als statement, voorbeeld of correctie op maatschappelijke verwachtingen. Sommige vrouwen willen gewoon een relatie waarin taken klassiek verdeeld zijn, zonder zich daarvoor te moeten verantwoorden aan mensen die zichzelf graag progressief noemen.
Misschien is dat de echte test van emancipatie in het heden: kunnen we accepteren dat vrouwen ook keuzes maken die wij ouderwets, onhandig of oninspirerend vinden? Als het antwoord nee is, dan is er minder vrijheid dan we graag denken. Dan mogen vrouwen kiezen, maar alleen uit het schap dat door anderen alvast is goedgekeurd.