Fuck wat missen we de videotheek...

Danny

Er was een tijd dat een filmavond nog iets was waar je naartoe leefde. Niet iets wat je achteloos tussen twee bezigheden door propte, maar een klein evenement op zich. Je sprak het van tevoren af, soms zelfs een dag eerder. "Vanavond een film huren?" klonk bijna als een plan met gewicht. En dus stapte je op de fiets richting de videotheek, weer of geen weer, want ja, je wilde een film kijken. En in de videotheek trof je geen oneindige catalogus, geen algoritme dat je zogenaamd kende. Gewoon jij, een rek vol plastic hoezen en een beslissing die je zélf moest nemen.

Eenmaal binnen begon het ritueel. Langzaam langs de schappen schuifelen, titels hardop lezen, covers beoordelen alsof je jury was bij een obscure filmprijs. Die ene film waar iedereen het over had? Uiteraard al uitgeleend. Dus dan maar verder zoeken. Twijfelen tussen twee titels, ze allebei vasthouden, weer terugleggen, toch weer pakken. Ondertussen ving je flarden op van andere bezoekers die net zo besluiteloos waren als jij. Het was geen efficiënt proces, maar dat was ook niet de bedoeling. Je was bezig. Je koos. En na een minuut of twintig, dertig had je beet. Eén film. Misschien twee, als je het weekend écht serieus nam. Of - als je het echt niet meer wist - liet je de keuze over aan de videotheekmedewerker, "want die heeft er verstand van."

En dan kwam het moment van betalen - contant, uiteraard - en die lichte spanning of je op tijd zou zijn met terugbrengen. Want ergens wist je: dit ding heeft een deadline. Dat gaf het gewicht. Thuisgekomen was er geen discussie meer. Dit was ‘m. Geen backup-opties, geen “we kijken anders nog wel even verder”. Je had gekozen, dus je ging kijken. En dat deed je ook. Telefoon? Die hing nog aan de muur en kon alleen maar bellen. Afleiding was iets voor mensen met een videorecorder én een rijk sociaal leven, dus in de praktijk: niemand. Je zat op de bank, zak chips open, blikje cola erbij, en je gaf je over aan wat je had meegenomen.

En zelfs als de film tegenviel—want laten we eerlijk zijn, dat gebeurde vaak genoeg—keek je hem gewoon af. Je had er moeite voor gedaan. Je had gefietst, gezocht, betaald. Halverwege afhaken voelde bijna als verraad aan je eigen investering. Dus je zat het uit, soms mopperend, soms stiekem toch geboeid. En achteraf had je in ieder geval iets om over te praten. Een slechte film was nog steeds een ervaring. Morgen moest 'ie terug, en als je dat vergat, stond daar die ene medewerker die je aankeek alsof je persoonlijk de filmindustrie om zeep hielp. En je mocht natuurlijk een boete afrekenen.

Fast forward naar nu. Filmavond begint met dezelfde intentie, maar zonder enige vorm van commitment. Je ploft op de bank, opent een streamingdienst-of acht- en denkt: "Even een film kijken." Dat "even" is meteen al een leugen. Wat volgt is geen ontspanning, maar een soort digitale marathon. Eindeloos scrollen door rijen titels die allemaal tegelijk beschikbaar zijn en daardoor gek genoeg totaal niet urgent voelen. Want ja, morgen staat het er ook nog. En overmorgen. En waarschijnlijk over drie jaar ook nog.

Je begint enthousiast. Eerste categorie: "Trending". Tweede: "Aanbevolen voor jou" (wat meestal betekent: totaal niet voor jou). Je klikt iets aan, start een trailer, en na twintig seconden denk je: nee, toch niet. Terug. Volgende. Nog eentje. Je herkent acteurs, maar kunt ze niet plaatsen. Je leest samenvattingen alsof je ze moet analyseren.

En ergens onderweg, zonder dat je het echt doorhebt, slaat de vermoeidheid toe. Niet van het kijken, maar van het kiezen. Keuzevrijheid verandert langzaam in keuzestress. Alles kan, dus niets voelt goed genoeg. Die ene film waar je vroeger genoegen mee nam? Die zou je nu na vijf minuten al hebben weggeklikt. Want er is altijd iets beters. Of in ieder geval: de belofte van iets beters.

Na een uur denk je: misschien een andere dienst. Want ja, dáár staat vast wel iets. Dus open je de volgende app, en begint het hele circus opnieuw. Scrollen, twijfelen, trailer, afhaken. Tegen de tijd dat je eindelijk iets vindt dat "wel oké" lijkt, kijk je op de klok. Het is inmiddels zo laat dat je denkt: ja, dit ga ik nu niet meer redden. Straks val ik halverwege in slaap. Laat maar.

En dus zet je maar een serie aan die je al kent. Iets wat geen aandacht vraagt, wat je half kunt volgen terwijl je nog even door je telefoon scrolt. De filmavond waar je ooit naartoe leefde, is gereduceerd tot achtergrondgeluid. Geen begin, geen einde, geen echte beleving. Gewoon content die voorbij glijdt terwijl jij ergens anders bent.

Het gekke is: we hebben nu alles. Meer keuze dan ooit, betere kwaliteit, groter gemak. En toch voelt het alsof er iets is kwijtgeraakt. Misschien zat de magie nooit in die films zelf, maar in het feit dat je ervoor moest kiezen. Dat je er moeite voor deed. Dat je genoegen nam met wat er was, in plaats van eindeloos te zoeken naar wat er misschien beter zou kunnen zijn.

Vroeger had je minder, maar maakte je er meer van. Nu hebben we alles, en doen we er verrassend weinig mee. Misschien hadden we die videotheek nooit moeten inruilen. Of op z’n minst dat half uurtje twijfelen moeten houden, maar dan met een eindpunt. Want ergens tussen al dat scrollen zijn we vergeten hoe het voelt om gewoon te kiezen, te gaan zitten en te kijken. Echt te kijken.