Benny Buisman: Column Zonder Kijken

Redactie

Afgelopen maand was een woelige maand voor ons aller FOK!. Een eerdere column die ik schreef, waarin ik flink losging over twee nietszeggende namen die momenteel als een vergaloppeerd paard rondhuppelen in Medialand, werd zonder opgaaf van reden geweerd van deze Frontpage. Mogelijk omdat ik iets te kort door de bocht vloog, en mijn eigen zorgen op een satirische wijze uitte. Ik heb niets gehoord over het hoe of waarom, maar laten we er ons niet bij neerleggen, een nieuwe week betekent een nieuwe reden om te schrijven.

Voor wie het zich trouwens afvraagt, het vak van televisie recenseren is een respectabel vak. Je zou het tegenwoordig niet zeggen, met types als Albert Verlinde die jarenlang in de TROS Kompas ook een blokje kreeg voor zijn uitkots-tekstjes, of Carlo Boszhard die in de Televizier nooit echt de vinger op de zere plek durfde te leggen. Nee, mijn grote favorieten zijn columnisten als wijlen Boudewijn Büch. Helaas is men tegenwoordig vergeten dat deze legendarische schrijver, TV-maker en in latere jaren curiosa-verteller bij Barend & Van Dorp, zo'n 15 jaar onafgebroken televisiestukjes schreef. Eerst voor Elsevier, daarna voor Nieuwe Revu. Hij kreeg de vrijheid en ruimte om iemand tot op het bot af te branden, of de hemel in te prijzen. Hij wel.

De hemel in prijzen is een wat ongemakkelijke term als ik het wil hebben over Martijn Krabbé, de bekende televisiepresentator die door zijn ongeneeslijke ziekte in de mediawereld niet meer normaal kan worden aangekeken. Dat is altijd zo gek; alles en iedereen moet maar de maat worden genomen, totdat ze ziek zijn. Dan begint de heiligverklaring, soms zelfs nog ver voor iemand er niet meer is. Het is niet zo dat Krabbé het niet verdient, maar ik zie nog Humberto Tan bij Krabbé aan de keukentafel zitten met zijn lullige tabletje. Hij wil de beelden van de oeuvreprijs op het Televizierring-Gala nog eens bij Martijn onder de neus schuiven, maar die geeft aan dat hij er eigenlijk niet naar kan kijken. Jammer Martijn, de camera loopt, dus kijken kreng, huilen graag! Dat scoort onder de doelgroep namelijk het beste. Zoom in!

Ik hoorde Martijn als voice-over laatst in 'Kopen zonder kijken'. Dit programma waarin koppels hun woningkeuze overlaten aan een zwaar-gesponsord team van experts zit alweer in het zoveelste seizoen. Ook dit jaar weer koppels en gezinnetjes die op een dramatische huizenmarkt eigenlijk onmogelijke eisen stellen. De aflevering vanuit Den Bosch, waarin dochterlief 'liever niet langer dan een kwartier naar het station wilde fietsen' spant wel het toppunt: zij sliep in de enige slaapkamer van het huis, terwijl het stel noodgedwongen in een opgepropt kamertje moest. Martijn presenteerde het jarenlang, maar heeft het nu door zijn situatie afgestaan aan verschillende RTL-collega's. Wel spreekt hij nog steeds het programma in, en doet dat goed.

'Maar Benny, is dat omdat hij er een leuke kwinkslag in geeft? Omdat ie lekker cynisch is? Omdat hij er zijn eigen draai aan geeft?' Nee, niets van dat al. Hij is goed, omdat hij er bijna als onmerkbaar gewoon ís. Een goed presentatietalent kan zich wegcijferen in een programma, en de aandacht enkel pakken wanneer er met urgentie iets verduidelijkt dient te worden. In het medialandschap van nu kun je een geweer afvuren en er 95% zeker van zijn dat je een persoonlijkheid met narcisme doodschiet (in de overige 5% raak je oud-soapie Cheyenne Löhnen (wie?); dat is wel een narcist, maar is dan weer helemaal geen persoonlijkheid).

Martijn Krabbé heeft al sinds zijn eerste programma op RTL 4 (De Postcode Record Show in '95), maar eigenlijk al sinds zijn radioprogramma's bij de TROS het talent om het (zo hoor ik in de wandelgangen) te houden bij een vriendelijke aanwezigheid, hard werken, zijn klus voltooien en tevreden een productie afronden. Zelfs als iets mis gaat, doorgaan, altijd doorgaan om een take te redden.
Het is jammer dat zo'n talent tegenwoordig vooral wordt behandeld als 'ach wat zielig', want Krabbé heeft en toont simpelweg de kloten om door te gaan met het werken aan werk, zonder het hierbij om hemzelf te laten draaien. Gewoon steeds weer opnieuw, keer op keer de take proberen te redden. In dat opzicht juich ik toe dat hij nog lang de takes probeert te redden en we nog heel lang van hem kunnen genieten op televisie.