Benny Buisman: Toen was geluk heel gewoon

Redactie

Kijk, ik ga niet ineens beweren dat ik een trouw kijker was van Toen Was Geluk Heel Gewoon – ik hou van Nederlandse comedyseries, maar Toen Was Geluk stond altijd nog op mijn ‘nog te bingen’-lijstje. Toch wist zelfs ik dat zowel Gerard Cox als Joke Bruijs twee namen zijn, die het grootste respect verdienen als het gaat om de berg aan Nederlands amusementserfgoed die zij achterlaten.

Nee, dit gaat niet puur een klef meelift-stukje worden nu ze allebei zijn overleden, maar de Nederlandse media heeft er altijd zo’n naar handje van om van die mensen één keertje vlug te eren, als het even kan met een stukje dat bomvol fouten staat (zo werd de actrice bij haar overlijden al door een ander nieuwsplatform aangeduid als ‘Joke Bruins’) en ze daarna zachtjesaan te vergeten. En dat zou toch zo jammer zijn.
Zij hebben zowel samen als apart (en uiteindelijk toch weer samen) een carrière beleefd waar je u tegen zegt. Maar dat ze de afgelopen dagen, zo kort na elkaar, samen naar de andere kant gingen; dat vind ik tragisch, en ergens toch ook weer mooi. De absolute bezegeling van hun leven en werk samen.

Tuurlijk, ze waren al jaren niet meer getrouwd, en in interviews haalden ze beiden aan dat dit de beste keuze is geweest die ze konden maken. Op creatief vlak zag je die bevestiging, want langlopende series als Vreemde Praktijken en, nog veel succesvoller, Toen Was Geluk… (De KRO-comedy gebaseerd op The Honeymooners, die in 1999 de Televizierring in de wacht sleepte), zijn zeldzaam. Niet iedere Nederlandse comedyserie weet het zestien jaar vol te houden.

Dat was ook heus niet alleen te danken aan de chemie tussen Cox en Bruijs, als ouwe zeur Jaap Kooiman en zijn lieve echtgenote Nel –vergeet namelijk ook het schrijfwerk van het duo Cox en Sjoerd ‘Simon Stokvis’ Pleijsier niet–, maar het gaf het wel genoeg impuls om het tot in lengte van dagen met plezier te spelen. En dat plezier, juist dat spatte van het scherm. De kijker vrat het op, en de KRO bestelde reeks op reeks, zestien jaar lang.

Joke Bruijs kwam als aanstormend talent in de jaren 70 naast grote namen als Piet Bambergen en René van Vooren (alias De Mounties) op het podium te staan. Gerard Cox had als chansonnier een solo-zangcarrière, maar maakte in 1968 met Frans Halsema en Adèle Bloemendaal een gezamenlijk theaterprogramma, waaruit het duo Halsema en Cox ontstond. Een duo dat na enkele jaren ontbond en ieder weer z’n eigen weg ging. En al deze namen zijn stuk voor stuk de moeite waard om uit te zoeken. Googel ze, kijk eens wat theaterfragmenten. Luister liedjes, zoek naar het cabaret of scènes uit series, films.

Het is uit een heel andere tijd, maar dat is het mooie aan televisie. Het opent de deur náár die andere tijd. Toen was geluk… heel gewoon.