Kiezen voor polarisatie is gevaarlijke politiek

Jigzoz

Het kabinet-Schoof heeft zich met haar beleid en uitspraken een opmerkelijke positie toegeëigend in het Nederlandse politieke landschap: dat van een bewind dat polarisatie niet slechts tolereert, maar lijkt te omarmen. Waar eerdere regeringen doorgaans streefden naar het verbinden van bevolkingsgroepen en het sussen van maatschappelijke spanningen, kiest dit kabinet voor een retoriek en beleidsagenda die tegenstellingen aanscherpen en verdeeldheid voeden. Deze aanpak, bewust of niet, vormt een directe bedreiging voor de sociale cohesie en het vertrouwen in de overheid.

Een van de meest opvallende kenmerken van de huidige bestuursstijl is de manier waarop specifieke groepen burgers worden aangewezen als oorzaak van maatschappelijke problemen. Jongeren met een migratieachtergrond worden bijvoorbeeld bekritiseerd als ‘niet geïntegreerd’ of ‘niet in lijn met de kernwaarden’. Zulke uitspraken maken van een deel van de bevolking een zondebok en wekken de indruk dat er binnen de overheid sprake is van een wij-zij-denken. Dit discours sluit niet alleen deze groepen uit, maar versterkt ook het gevoel van vervreemding en ongelijkheid dat al leeft onder gemarginaliseerde gemeenschappen.

Wat deze retoriek extra zorgwekkend maakt, is dat het niet incidenteel lijkt te zijn. Het patroon herhaalt zich: woorden als ‘kutmarokkanen’ en verwijzingen naar een ‘integratiecrisis’ worden in politieke en beleidskringen gebruikt zonder dat er significante verontwaardiging of correctie volgt. Wanneer zulke termen niet alleen worden getolereerd, maar in sommige gevallen ook worden gebagatelliseerd, wordt een cultuur van acceptatie rondom uitsluiting en vijanddenken genormaliseerd. Dit vormt niet alleen een breuk met de normen van fatsoenlijk bestuur, maar voedt ook een breed maatschappelijk wantrouwen in de overheid.

Daarnaast speelt de beeldvorming rondom bepaalde minderheden een belangrijke rol in de strategie van polarisatie. Door groepen zoals moslims en Marokkaanse Nederlanders expliciet te benoemen als oorzaak van antisemitisme of maatschappelijke onrust, creëert de regering doelbewust een narratief waarin deze groepen verantwoordelijk worden gehouden voor bredere sociale problemen. Deze vorm van vijandgedreven politiek is niet nieuw in populistische kringen, maar is ongekend als strategie van een regering die pretendeert het algemeen belang te dienen. Door groepen als probleem te definiëren, verschuift het kabinet de aandacht van de bredere, structurele oorzaken van maatschappelijke spanningen naar individuele gemeenschappen.

Een belangrijke consequentie van deze aanpak is dat het vertrouwen van burgers in de overheid verder afbrokkelt. Een overheid die bepaalde groepen aanwijst als vijand, verliest haar legitimiteit als neutrale scheidsrechter die er voor iedereen is. Het idee dat de regering doelbewust een deel van de bevolking uitsluit, voedt gevoelens van onrechtvaardigheid en kan extremisme in de hand werken. Groepen die zich buitengesloten voelen, kunnen zich steeds verder afkeren van de samenleving, wat leidt tot een versterking van de polarisatie die de overheid juist zou moeten bestrijden.

Ook binnen het kabinet zelf zijn de gevolgen van deze aanpak zichtbaar. Het vertrek van een staatssecretaris die het beleid en de omgangsvormen als polariserend ervoer, is slechts één voorbeeld van de spanningen die ontstaan wanneer er geen gezamenlijke visie is op respect en inclusiviteit. In plaats van deze signalen serieus te nemen, koos de regering ervoor om de problemen te ontkennen en zich naar buiten toe te profileren als een eenheid. Dit weerspiegelt een prioriteit die eerder ligt bij macht en stabiliteit dan bij het aanpakken van de onderliggende problemen.

Het idee dat een regering het voortouw neemt in polarisatie, staat haaks op de traditionele rol van bestuurders. Een overheid hoort te streven naar verbinding, vooral in een samenleving die toch al onder grote druk staat door geopolitieke spanningen, economische onzekerheid en sociale ongelijkheid. De geschiedenis toont voorbeelden van leiders die erin slaagden om door middel van empathie en dialoog bruggen te bouwen tussen uiteenlopende bevolkingsgroepen. Het huidige kabinet kiest echter voor een andere aanpak, waarbij escalatie en verdeling de boventoon voeren.

Wat hierbij opvalt, is het gebrek aan transparantie en verantwoordelijkheid binnen het bestuur. Uitspraken die achter gesloten deuren worden gedaan, toch uitlekken en vervolgens min of meer worden ontkend, dragen bij aan een cultuur van onduidelijkheid en wantrouwen. Wanneer de notulen van vergaderingen geheim worden gehouden en termen zoals ‘racisme’ angstvallig worden vermeden, ontstaat de indruk dat de regering haar eigen fouten probeert te verhullen. Deze geheimzinnigheid versterkt het idee dat de politiek niet integer is, wat de kloof tussen burgers en overheid nog verder verdiept.

Het beleid van actieve polarisatie heeft niet alleen invloed op de politiek en het bestuur, maar ook op de samenleving als geheel. Door groepen als vijand te definiëren en problemen te individualiseren, ontstaat er meer ruimte voor sociale spanningen en confrontaties. De gevolgen hiervan zijn zichtbaar in het dagelijks leven: meer wantrouwen tussen verschillende bevolkingsgroepen, een toenemend gevoel van onveiligheid en een samenleving die steeds verder uit elkaar groeit. Dit maakt het moeilijker om tot oplossingen te komen voor gezamenlijke uitdagingen, zoals klimaatverandering, woningnood en onderwijsproblematiek.

Een belangrijke les uit het verleden is dat polarisatie vaak wordt aangejaagd door onzekerheid en angst. In tijden van crisis zoeken mensen naar eenvoudige antwoorden en duidelijke vijanden. Het is de taak van bestuurders om juist in die momenten een baken van stabiliteit en verbinding te zijn. Het kabinet-Schoof lijkt deze rol echter te veronachtzamen. In plaats van spanningen te verminderen, kiest het kabinet ervoor om olie op het vuur te gooien, wat de verdeeldheid in de samenleving alleen maar verder aanwakkert.

Wat nodig is, is een herbezinning op de rol van de overheid in een gepolariseerde samenleving. De kracht van een regering ligt niet in het versterken van tegenstellingen, maar in het bieden van oplossingen die iedereen ten goede komen. Dit vraagt om een bestuur dat niet alleen luistert naar de extremen, maar ook oog heeft voor de gematigde middengroepen die vaak de stille meerderheid vormen. Het vereist moed om buiten de eigen kring van gelijkgestemden te treden en bruggen te slaan naar mensen met andere opvattingen. Dit soort leiderschap is echter niet te vinden bij het kabinet-Schoof. Integendeel.

De keuze van het kabinet om polarisatie te omarmen, is niet zonder risico’s. Het beschadigt niet alleen de reputatie van de overheid, maar bedreigt ook de stabiliteit en samenhang van de samenleving. In een tijd waarin vertrouwen in de politiek al broos is, is het gevaarlijk om groepen tegenover elkaar te plaatsen en spanningen bewust te vergroten. Als dit beleid wordt voortgezet, dreigt Nederland een samenleving te worden waarin de kloof tussen burgers en overheid, en tussen verschillende bevolkingsgroepen, onoverbrugbaar wordt. Het is de hoogste tijd voor een koerswijziging, waarbij respect, inclusiviteit en verbinding centraal staan. Alleen dan kan het kabinet zijn verantwoordelijkheid als dienaar van het algemeen belang waarmaken.