Tongs voetbalverhalen # 242
Stel je mag een Nederlands Elftal aller tijden samenstellen. Je begint natuurlijk achterin. In het doel onbetwist Jan van Beveren. Daarna de laatste man. Ronald Koeman zal voor velen de eerste optie zijn. Echter, misschien gaan ze twijfelen aan het einde van deze column.
Er was immers een Amsterdammer die in Rotterdam furore maakte. Net zoals Robbie Rensenbrink en Ruud Gullit als Amsterdammers nooit voor Ajax gespeeld. Wel wereldtoppers geworden. In 1964 werd Rinus Israël, samen met Rob Rensenbrink en Jan Jongbloed, landskampioen met DWS. De laatste landskampioen voordat de grote drie clubs de buit ging verdelen. Alle drie zouden 10 jaar later actief zijn op het WK-74. De één met meer succes dan de ander.
Rinus Israël had zich in de tien jaar daartussen als grote voetballer laten zien. In de aanloop naar de succesperiode van Oranje en het Nederlandse voetbal was Ijzeren Rinus een pionier. Niet alleen in de aanloop, met als prelude het landskampioenschap van DWS. Ook in de eerste succesperiode van het Nederlandse voetbal was ie een leider. Israël stapte van DWS over naar Feijenoord, waar hij als speler zijn grootste successen zou gaan beleven. Driemaal een landskampioenschap, eenmaal de KNVB beker, de Europa Cup I en de UEFA Cup. Plus natuurlijk de Wereldbeker. In de finale van de Europa Cup I in 1970 tegen Celtic FC scoorde hij zelfs één van de twee Rotterdamse goals.
Legendarisch zijn de beelden van een majestueuze Rinus Israël die met één hand omhoog, als verdediger, juichend terug loopt na met een geplaatste kopbal gescoord te hebben in de EC-1 finale tegen Celtic. Een legendarische finale. Ajax verloor het jaar er voor de finale van AC Milan. Ajax viel in de val van het catenaccio. Verloor met 4-1. Feijenoord en Rinus kwamen namens Nederland revanche nemen. Celtic was destijds een Europese grootmacht. Was in 1967 zelfs de eerste Britse club die de EC-1 wist te winnen. Na tien jaar het ene na het andere nationale en internationale succes te hebben geboekt als aanvoerder van Feijenoord en speler van Oranje ging ie "afbouwen" bij een andere Rotterdamse club, Excelsior. Zijn knieën wilden eigenlijk niet meer. Hetgeen op het WK-74 al pijnlijk duidelijk was geworden.
De laatste man, de ijzervreter, de charismatische voetballer, moest zijn plaats op dat toernooi afstaan aan Arie Haan. Na zijn vertrek bij Feijenoord speelde hij een seizoen bij Excelsior. In dat seizoen 1974-1975 werd ie zelfs gekozen tot voetballer van het jaar in de Eredivisie. Een laatste man die bij een degradatiekandidaat, half invalide speler van het jaar wordt. Alleen een ijzervreter presteert zoiets.
De laatste zeven jaar van zijn actieve spelerscarrière speelde hij bij PEC Zwolle (1975-1976 tot en met 1981-1982). Op het tandvlees speelde hij door. Tot aan de tanden bewapend. Z'n knieën gehuld in rekverband. Zijn voetballoopbaan rekkend. Zijn maatje bij Feyenoord in het hart van de verdediging, de veel te jong overleden Theo (De Tank) Laseroms zal trots op hem zijn geweest. Rinus Israël, een Feyenoord instituut. Te vergelijken met De Kromme en Coentje. Geen wereldster geworden. Zou ook niks voor hem zijn geweest. De opa en familieman begon een sigarenzaak en kaart nog steeds met zijn vrienden in z'n stamkroeg. Grote mond, klein hartje. Een gouden gids geweest voor het Nederlandse voetbal.
tong80