Confessions (slot)

Johan (kuifkrullen)

(Geacht Fok!-publiek,
mijn nieuwe roman is zo goed als af. Zonder dat u het wist bent u zo nu en dan ‘testpubliek’ geweest voor - delen van - stukken die ik schreef. In het komende drieluik wil ik u graag wederom in deze rol plaatsen. Misschien is deze mededeling nergens voor nodig. Maar het leek me fatsoenlijk u ervan op de hoogte te brengen.)

Confessions (1); Confessions (2) 

 --- 

“Het was de eerste dag van de lente. Ik hing was op in de tuin. Iet wat overmoedig misschien, zo heel zonnig was het niet. Mijn dochter zou die dag thuis komen. Sinds ze studeerde kwam ze steeds minder thuis. Dat is geen raar verschijnsel. Niet heel leuk voor de ouders maar het meisje wordt volwassen en dan heb je je ouders minder nodig.
 Ik hoorde haar auto aankomen. Daar ontwikkel je als vader een gehoor voor. Het geluid van je dochters auto. Ik kneep het laatste kussensloop aan de lijn en liep naar binnen.
 Door het raam zag ik haar auto staan.
 Ik besloot naar de keuken te gaan. Ze zou zelf wel binnenkomen. Als je direct naar de deur vliegt dan krijgt je kind nog het idee dat je de hele middag op haar hebt zitten wachten. Dat is dan wel zo maar dat hoeft ze niet te weten. Je moet ten alle tijden voorkomen dat je kind medelijden met je krijgt.
 Maar ze kwam niet binnen. Het duurde vijf minuten. Het duurde tien minuten.
 Ik ging toch maar eens kijken.

Mijn meisje.
Mijn mooie meisje.
Ze lag op haar rug.
Voet onder haar billen.
Kwijl droop uit haar mond.
Op haar shirt zaten rode vlekken.

Ik zag hem de straat uitrennen.
Ik kon er niet achteraan gaan. Ik kon mijn lichaam niet controleren. Ik kon me niet zetten tot een achtervolging.
Ik kon alleen maar vallen.
Eindeloos vallen.

 

 

 

 

In de maanden die volgden leek er niets te gebeuren. Niet omdat alles zo snel ging of omdat er zoveel gebeurt dat je geleefd wordt. Nee, in die maanden was ik zelf een beetje dood. Ik ademde. Maar daar hield het ook mee op.

Onderzoeken. Wachten. Gesprekken. Wachten. Beschrijven wat ik zag. Wie ik zag. Wachten. De psyche en vijandenkring van mijn dochter binnenstebuiten keren. Wachten. Psychische hulp. Wachten. Verdachte. Geen hard bewijs.

En daar sta je dan als ouders. Mijn meisje. Ons meisje bloedde dood op onze oprit. Neergestoken door een gek die niet gepakt wordt vanwege gebrek aan bewijs.
Vier uur zat hij vast.
Iets minder zelfs.
Voor een verhoor.
Hij ontkende en kon gaan.
Dat was alles.

Ik wist dat hij het was.
Mijn vrouw wist het.
De politie.
Het halve land.
Hij liep fluitend het politiebureau uit.

Ik ben hem gevolgd en heb gedaan waar ik nog altijd geen spijt van heb. Maar waardoor ik nu al weken op de vlucht ben.
Negen steken waren er nodig om mijn dochter te wreken.
Ik was niet ontoerekeningsvatbaar.
Geen waas voor mijn ogen.
Ik heb heel bewust mijn dochter gewroken.

Ik heb beloofd dat ik mijzelf zou aangeven wanneer u mij de kans zou geven mijn verhaal te vertellen. Hier is het. Dit is het.
In de media word ik betiteld als een harteloze moordenaar. Misschien ben ik dat ook wel. Ik weet het niet.
Maar ik wilde dat u mijn kant van het verhaal zou kennen voordat ik ingerekend zou worden.”