Buongiorno Bar 2000
Koffie drink ik bij Mario van bar 2000, een eindje verderop. Om de hoek van de voordeur kijk ik of de pitbull van mijn hondsdolle buurman op straat loopt. De kust is vrij, met rappe passen passeer ik de gevreesde poort. Ik haal opgelucht adem. De weg is zo steil dat ik niets anders doe dan mijn voeten vooruit zetten. Mijn lichaam ploft er achteraan.
"Amicoooo".
Ciro leunt met zijn ellebogen op de laadbak van zijn driewieler. Hij pelt sla met zeven vingers. Zijn linkerhand telt drie lege plekken. Samen met zijn tweelingbroer verkoopt hij groente, fruit en wijn aan de wijkbewoners. De oudjes zijn al 35 jaar eigenaar van Ciro & Ciro.
"Ga je zeilen?", hij kijkt me loensend aan.
"Zeilen? Nee, ik ga beneden koffie drinken."
"Wanneer ga je dan zeilen?"
Hij prikt een vieze vinger op mijn borst. Het lijkt erop dat ik moet zeilen.
"Ik weet het niet, misschien komende zomer Ciro."
Hij humt wat en draait zijn hoofd naar de sla. Terwijl ik doorloop hoor ik hem mompelen.
"Denk eraan jongen, in Napels waait altijd de juiste wind in het zeil"
De visboer heeft een plastic schort om en zaagt stukken zwaardvis. De houten kratten met vis in ijs staan midden op de straat. Een automobilist klapt bij het passeren zijn spiegel in om geen garnalen te pletten. Een dikke vrouw op pantoffels heeft een vis in iedere hand en probeert de houdbaarheidsdatum te ruiken. Vanaf de zijstraten doorkruisen Vespa's met stoer kijkende jongens in een seconde voorbij. Het geluid is trouw aan de beelden. Een enkele glimp, een enkel geluid en ze duiken weg achter de palazzi.
Beneden aan de Via Toledo staat de kiosk van de krantenman. Hij stookt vuur in een stalen bak en stouwt met een houten balk oud papier naar de bodem. Een man van weinig woorden. Wanneer hij me ziet loopt hij de kiosk binnen. Ik wurm mijn hoofd voor de lage raam.
"Il Mattino, graag."
"Huh?". Hij trekt een zuur gezicht. Hij maakt de indruk dat ik hem lastig val.
"IL MATTINO.", ik probeer duidelijk te articuleren.
Een knik. Ik geef de euro en krijg de krant en twee munten van vijf cent terug.
Met de krant onder de arm steek ik de Via Toledo over. Het wordt al druk. De Napolitanen maken een passeggiata met moeder en staren naar de sierlijke etalages. Zonder gevoel voor tijd en richting blijven mensen stilstaan op de stoep. Ik wring me door het volk een weg naar de overkant. De deur van bar 2000 staat wijd open. Terwijl ik betaal bij de kassa zet Mario de koffie vast klaar. Hij maakt een praatje en klaagt over zijn vrouw. Ik glimlach en drink de espresso in een teug leeg. "A domani, Cries!", roept hij me na. "Tot morgen".
Uiteraard. Nu eerst weer naar boven.