Peters column 2

Peter (risk one)
Het is weer begonnen, na de dromerige vrijheid van twee weken zonder verplichtingen of ongevraagde verantwoordelijkheden, word je vroeg op de maandagochtend weer terug geworpen in de koude harde realiteit. Met maar vier uur slaap, want ik heb de wilskracht niet om mijn slaapritme zaterdag al aan te passen, zat ik dromerig in de schoolbanken. Ik werd weer gedwongen de vrijheid af te zweren en te accepteren dat er geen alternatief is.
Inmiddels is de eerste week al voorbij en heb ik het eerste weekend ook al vaarwel moeten zeggen.
De eerste week is het ergst. Een harde klap, midden in je gezicht. En mijn klap was hard. Harder dan normaal.
Meestal kom je de eerste week door door één dag per keer te leven, niet vooruitkijken, niet achteruitkijken, een minimum aan huiswerk en je zo rustig mogelijk houden.
Het had niet zo mogen zijn.
Ik heb namelijk een kleine reputatie opgebouwd omtrent mijn aversie tegen school.
Ik heb iets tegen school en niet zo als elke puberende leering, maar veel gegronder, veel dieper. Ik verafschuw het systeem. Vraag me niet om alternatieven te geven, maar ik heb moeite om me binnen de regels van het hypocriete onderwijssysteem te bewegen. En de reden dat leraren hier mee zitten is het feit dat ik nog wel eens in discussie wil gaan. Ik ben daar niet de enige in, ik vorm, in ieder geval volgens de leraren, een berucht duo met een vriend en klasgenoot van me.
Tezamen vechten wij verbaal tegen de regels waarin wij ons niet weten te schikken. En dat kunnen de leraren niet hebben. Het is niet zo zeer het feit dat we zo vaak ons gelijk weten te krijgen als wel het feit dat we geen respect hebben voor de authoriteit van onze meerderen.
En de conrector had er kennelijk genoeg van. De grens was bereikt, zo zei hij terwijl ik hem in de ogen probeerde te blijven staren. Want dat kunnen machtsgeile mensen niet hebben, recht aan gekeken worden.
Ik zat samen met mijn verbaal medestrijder op de dunbeklede design-stoeltjes van zijn krappe kantoortje.
De grens was bereikt. De worden "corvee", "schorsing" en "levenslange opsluiting" schoten door mijn hoofd. Ik hield me rustig en overdacht de mogelijke consequenties. Het is me al eerder gebeurt dat mijn situatie op school zo uit de hand liep en ik hoopte stilletjes dat dit pas het begin van het einde was.
Mijn gebeden bleken verhoord te worden, want na vijf minuten veilige nederigheid kwam ik erachter dat de situatie een stuk minder dreigend was.
We hadden allebei ons huiswerk wiskunde verzuimd te doen en de lerares had wat heftig gereageerd richting de machtsgeile conrector. Over op onze plaats binnen de school. Een discussie waar wij redelijk wat ervaring mee hebben, omdat het daar altijd op uit draait. Na een kwartier was de machtsgeile conrector er eindelijk uit dat wij niet zo goed binnen de regels en gewoonten van de school pasten. Ja, zo leer je nog eens wat.
Wij leefden, zo concludeerde hij, in een eigen wereldje. Die opmerking bewaar ik voor een volgende column, want daar heb ik flink wat over te zeggen.
Ik was inmiddels een beetje moe geworden van de hele discussie, maar mijn metgezel debatteerde heftig door. Wij vonden de stof die we voorgeschoteld kregen saai, langdradig en te vol met onzin en hadden wel betere dingen te doen. Gelukkig was de machtsgeile conrector zo vriendelijk om uit te leggen dat als we met alle stof klaar waren we best aan een ander vak mochten gaan werken. Een hele tegemoetkoming, zo vondt hij zelf.
En hij vond het irritant van mijn medeslachtoffer, merkte hij op, dat hij niet ook concessies wilde doen. "Ja", was zijn antwoord, "Ik vind u ook irritant".
Het gezicht van de machtsgeile conrector vertrok en de punten van zijn snor wezen nog sterker naar de vloer. Het gesprek verdraaide, de situatie bleek duidelijk en de machtsgeile conrector vertelde ons dat hij niet van plan was nog concessies te gaan doen. Hij bleef redelijk, maar we hoefden geen gunsten meer te verwachten.
Redelijk, ik verwacht allang geen redelijkheid meer, ik heb de goede man namelijk nooit kunnen betrappen op ook maar één indicatie van het feit dat hij de definitie van redelijkheid kent.
Zijn opmerking dat wij de verhoudingen niet goed zagen en wij hem toespraken als "onze beste vriend" zei voor mij al genoeg. Wij moeten wat meer respect hebben voor hem, kortom. Omdat hij hoger staat en omdat dat gewoon zo hoort.
Het ergste is nog wel dat hij zelf waarschijnlijk niet eens doorheeft hoe duidelijk hij zegt dat het hem irriteert dat wij geen ontzag voor hem hebben.
Mijn eerste week. Een doodsaai gesprek van drie kwartier, waaruit blijkt dat ik, vers uit de vakantie gesprongen, mijn best moet gaan doen om binnen de ongeschreven regels van de school te blijven.
Het lukt me toch niet, dat weet ik nu al.