Wijf

Het was weer eens razend gezellig in huize bazbo. Vrouwlief zat op de bank tegenover mij, aan de andere kant van de salontafel. Op die tafel stond bier, wijn en allerhande nootjes. De gordijnen waren gesloten en her en der in de kamer brandde een kaarsje en een enkele lamp. Buiten raasde de januaristorm om het huis. Binnen was het behaaglijk warm. Minder gezellig was het dat Vrouwlief zat te kijken naar een of ander Brits dartstoernooi op televisie.
Ja, dat is erg. Toch houd ik heel veel van haar. Ikzelf heb helemaal niets met sport op televisie. Vrouwlief ook niet, maar de twee grote dartstoernooien slaat ze niet over. En ach, soms doe ik een intellectuele knieval en kijk ik met haar mee. Of de pijltjes nu wel of niet in de triple twintig gaan, interesseert me niet zo; als de camera zoekt naar de mooie vrouwen in het publiek, dan is mijn aandacht wel getrokken.

‘Veel belangstelling voor deze wedstrijd,’ zei de Nederlandse commentator van Eurosport. ‘We zien daar [voeg hier de naam van uw favoriete sporter in] en zijn wijf.’
‘Hoorde je dat?’ lachte Vrouwlief.
‘Ha ja,’ zei ik. ‘Dat was een leuke verspreking. Hij haalde het Engels en Nederlands door elkaar. De Engelsen zeggen ‘his wife’. Dit was een iets te letterlijke vertaling.’

Wijf. Bijzonder woord.
Tegenwoordig heeft het woord ‘wijf’ in Nederland een negatieve lading. In de dierenwereld spreken we gewoon over ‘het wijfje’, als het over een vrouwelijk exemplaar gaat. Daar heeft niemand een probleem mee. Maar als ik over straat loop en iemand hardop benoem als ‘lekker wijf’ of ‘mal wijf’, dan kan ik rekenen op een boel commentaar.
Een eeuw en langer geleden was dat wel anders. Toen was het begrip ‘wijf’ voor een vrouw of echtgenote juist zeer gangbaar. Tegenwoordig denken we bij een ‘wijf’ aan een vrouw van onelegante soort en is de verbinding met het huwelijk er ook niet meer. Het is daarin vergelijkbaar met het woord ‘kerel’, dat vroeger ‘gewone man’ betekende en later ‘man uit de boerenstand’ of ‘ruw, onbeschoft persoon’.
‘Wijf’ werd in de middeleeuwen uitgesproken als ‘wief’. En dat ken ik van dat liedje Ain boer wol noar zien noaber tou. Daarin zit de regel: ‘Zien wief dij wol mit him goan’.

Etymologisch onderzoek laat zien dat het Nederlandse ‘wijf’ en het Engelse ‘wife’ dicht bij elkaar liggen. Wacht, daar slaan we even het Van Dale Etymologisch woordenboek op na. De digitale versie, welteverstaan.
wijf* [vrouw (pejoratief)] {1236 in de betekenis ‘niet-adellijke vrouw’} oudsaksisch, oudfries, oudengels wīf, oudhoogduits wīb, oudnoors vīf; vergelijken we met gotisch biwaibjan [omwinden, omhullen], dan komen we misschien bij de oorspr. betekenis, want de haren van de bruid werden in een doek gebonden. Het onzijdig geslacht wijst erop dat de oorspr. betekenis kan zijn geweest ‘het opbinden’ en dus ‘getrouwde vrouw’ (deze droegen hun haar opgebonden).
Verder googlen levert op: ‘Wijf. Engels wife, Duits Weib, in de betekenis van echtgenote. Het oorspronkelijk Germaanse woord wiba betekende eigenlijk de gesluierde. Het woord is verwant aan woorden die omwinden of omhullen betekenen. Van oorsprong werd hier een gehuwde vrouw mee aangeduid. Het haar van de bruid werd omhuld met een doek. De herkomst van de bruidsluier is hierin waar te nemen.’
Goh, een hoofddoek. Doet me denken aan de leuke mevrouw uit de Turkse winkel, bij mij niet al te gek ver vandaan.

‘Lekker wijf’. Ik zie het stiekem als compliment en als ik het zou zeggen, gebruik ik het ook als zodanig. Of brengt de mooie vrouw meer de oerbehoefte in mij naar boven, iets ordinairs, plats en vulgairs en spreek ik daarom van ‘wijf’?
Zelf gebruik ik de term ‘wijf’ niet zo heel vaak. Het zal wel weer door mijn moeder komen, die er bij haar kinderen fors inramde zich te gedragen en geen dingen te doen en te zeggen waardoor ze wel eens in de problemen zouden kunnen komen. Nee, ik spreek liever over ‘mooi meidje’, ‘prachtige vrouw’, ‘voorbeeldig feminien exemplaar’ of ‘personage dat me een harde plasser bezorgt’.

Ik las ooit ergens een interview met een muzikant die over een vrouwelijke collega zei: ‘Dat is een heerlijk geschift wijf.’ De spanning tussen het compliment en de bewondering enerzijds en het ordinaire, platte en oorspronkelijke anderzijds is hier voelbaar. Ik vind het dan ook een mooie uitspraak.
Jazeker, soms kan zo’n wat platvoerse term ook juist een compliment zijn. Denk aan ‘topwijf’ en ‘moordwijf’. Het schijnt dat stelletjes in de slaapkamer soms vunze taal bezigen om elkaar op te hitsen. ‘Dirty talk’ is de term hiervoor. Ik heb hier geen ervaring mee. Mijn motto is: ‘Geen gelul aan mijn kop als ik met belangrijke dingen bezig ben.’
Voor een ieder die zich hier wél verder in wil verdiepen, verwijs ik graag naar de beroemde Vaders-aflevering van De Vliegende Panters, getiteld Vuile hoer.

We zaten nog altijd wat na te grinniken om de verspreking van de commentator. Zo gek was die verspreking dus eigenlijk niet. ‘Wijf’ is gewoon een oud-Nederlandse term voor ‘echtgenote’ en dat -'echtgenote'- bedoelde de commentator ook.
Ik keek eens naar de bank aan de andere kant van de salontafel en naar de vrouw die daar zat. ‘Wat een lekker …,’ dacht ik.
De conclusie was snel getrokken. Voortaan heet ze Wijflief.

-
Apeldoorn, januari 2013