“Nu stop ik ťcht!” (19)

De vorige aflevering lees je hier.

Pien is blij dat ze vandaag vrij is. Jos en Koen komen vanmiddag uit school naar haar toe en ze heeft ze beloofd om vanavond met ze naar de film te gaan. De jongens hebben de film uitgekozen, en Pien heeft nog geen idee in wat voor filmscenario ze vanavond zal belanden. Voorlopig heeft ze genoeg aan dat van haarzelf.

Het was een rare nacht. Ze is meegegaan naar het politiebureau en daar heeft ze precies verteld wat er allemaal gebeurd is tussen Til en haar. Gelukkig was ze weer behoorlijk bij haar positieven, kon ze ondanks de alcohol, helder nadenken en haar verhaal goed verwoorden. De politie heeft haar aangeraden om contact op te nemen met Sylvano. Als Arie van hem hoort hoe de vork in de steel zit, dan zal hij wel anders te werk willen gaan.
“Maar gaan jullie Til dan niet arresteren?” vroeg Pien nog. De politieagent had gelachen, alsof ze een heel naïeve vraag had gesteld.

“Zo werkt dat niet, mevrouw. Er is nooit eerder aangifte gedaan, een bezoekverbod of een straatverbod aangevraagd bij de rechter. Tja, zolang u dat niet doet, kunnen wij ook niks doen. Nu kunt u ook geen aangifte doen, want mevrouw had toestemming van uw collega om binnen te komen, dus dan kunnen wij niets doen. U zult het eerst met hem eens moeten zijn, en uw baas zal misschien een mail kunnen sturen met daarin zijn bezwaren.”

Nu staat Pien een tikje besluiteloos met de telefoon in haar hand. Zal ze Sylvano bellen? Ze heeft geen idee hoe duur het is, zo’n telefoontje naar Amerika. Ze weet niet eens hoe laat het daar op dit moment is! Misschien moet ze Arie bellen. Hij zal zich ook wel rot voelen na de gebeurtenissen van gisteravond. Ze wil hem graag vertellen, dat ze zich heel erg in de steek gelaten voelt door hem. En dat ze zich kapot heeft geschaamd, dat ze meegenomen werd door de politie. Gelukkig zaten er nog maar een paar klanten…

Ze schrikt zich rot, als de telefoon in haar hand begint te rinkelen. Ze laat het ding bijna vallen van schrik. Het is Arie. Pien kan meteen aan zijn stem horen, dat hij zich ook niet zo prettig voelt. “Hoe gaat het, Pien?” vraagt hij, een tikje bedeesd. “Ik voel me hartstikke klote,” zegt Pien eerlijk. En dan zwijgt ze weer. Hij belt háár toch? Dan mag hij ook met de billen bloot.

“Het spijt me heel erg, van gisteravond. Ik heb vannacht Sylvano nog gebeld, en je had helemaal gelijk. Maar ik kon het me niet voorstellen, ik ken Til al zoveel jaren, en tegen mij is ze altijd alleen maar hartelijk en aardig geweest. Het is echt geen slechte vrouw, of zo.”
“Ja, hou maar op. Je zegt eerst sorry, om vervolgens je gedrag volledig goed te praten!” roept Pien verontwaardigd. “Ik vond Til ook heel erg aardig. Ik heb haar leren kennen toen ik met mijn zoons op vakantie was, en zij was daar ook.” En Pien vertelt het hele verhaal aan Arie. Haar pogingen om te stoppen met drinken, en de pogingen van Til om haar steeds maar weer over te halen om ‘niet zo ongezellig te doen.’
“Zelfs het baantje in de kroeg was met voorbedachten rade. Je had haar toen moeten zien, ze was gewoon jaloers, als ik een leuk gesprek met iemand had! Ze behandelde me als een voetveeg en deed ook nog eens alsof zij en ik een relatie hadden. Nee, ik ben helemaal klaar met dat mens.”

Arie heeft aandachtig geluisterd. “Ik begrijp dat het behoorlijk uit de hand is gelopen, tussen jullie. Maar ik heb het er met Sylvano over gehad, en hij is het met me eens, dat het misschien het verstandigst zou zijn, om het weer goed te maken met Til.” “Goedmaken? Ben je niet goed bij je hoofd of zo? Ik wil dat mens niet meer zien, snap dat dan!” roept Pien woedend.
“Nee, luister nou. Als ik nou bemiddel in een gesprek. En als ik er nou voor zorg, dat Til haar excuses aanbiedt, en dat we ook afspraken op papier zetten. Dan kunnen we ook beslagen ten ijs komen, mocht het nodig zijn om de politie in te schakelen. We kunnen dan tenminste bewijs laten zien en..”
“Ach, schei toch uit,” valt Pien hem in de rede. “Dat is allemaal zo subjectief als de pest. Ik kan een blik van haar heel anders interpreteren dan dat jij dat doet. En ik ken die triomfantelijke smoel van haar. Jullie mannen hebben dat niet eens door!”
Arie verliest een beetje zijn geduld. “Als jij wilt, dat Sylvano met een gerust hart kan wegblijven, dan moet je ook een beetje water bij de wijn doen. Toen ik met het idee kwam om een verzoeningspoging tussen jou en Til te bewerkstelligen, leek hij heel erg opgelucht. Voor hem is het ook geen prettig idee, dat Til elk moment weer binnen kan lopen en dat jij dan weer kan ontploffen. Hij was niet blij, Pien, dat je meegenomen werd door de politie.”
Die slijmerd. Waarom had hij Syl daarmee lastig gevallen? Als je iemand z’n vakantie zo gunt, dan ga je hem toch niet lastig vallen met dit soort verhalen? Wat is die Arie een matennaaier zeg!
“Weet je wat jij doet, Arie? Jij gaat die zaak maar lekker draaien, samen met Vivian. Ik stop ermee. Ik ben het zo verschrikkelijk spuugzat! Al mijn tijd, liefde en energie heb ik in die toko gestoken, zodat Sylvano naar Amerika kon. Ik heb er zelfs een baan die me is aangeboden voor opgeofferd. Maar misschien is dat nog niet te laat. Dus ik ga nu ophangen en wens je verder veel succes. Ik wil Til nooit meer zien, dus dat betekent dat ik mijn werk in de kroeg niet meer kan doen. Dag Arie.”

Voordat ze ook maar de tijd heeft om te piekeren over haar actie, pakt Pien haar jas van de kapstok, haalt haar fiets uit de schuur, en fietst zo hard ze kan naar de zonnestudio. Als ze haar fiets neerzet, probeert ze nieuwsgierig en ook een tikje nerveus naar binnen te gluren. Maar de ramen zijn dichtgeplakt met krantenpapier, dus Pien kan niet zien of er iemand is. Ze klopt op het raam van de deur, en even later staat Angela in de deuropening. Ze heeft een verfkwast in haar hand en kijkt in eerste instantie verbaasd. Maar die blik maakt snel plaats voor een schuldige blik. “Ik dacht, ik ga maar eens even kijken! Ik ben zó benieuwd!” doet Pien een beetje overdreven enthousiast.
“Pien, eh, ja, nou, het komt eigenlijk niet zo gelegen, ik loop al achter op schema, en ik moet echt snel weer aan de slag,” zegt Angela met een vuurrode kleur op haar wangen.
Maar Pien laat zich zo snel niet afschepen. Ze doet een stap over de drempel en onwillekeurig doet Angela een stap terug. Ze lopen zwijgend naar binnen. Het ruikt sterk naar verf en schoonmaakmiddelen. “Ik kan je de komende tijd best komen helpen hoor,” zegt Pien, terwijl ze Angela vriendelijk aankijkt. “Ik heb alvast ontslag genomen bij die kroeg waar ik werkte, dus ik heb alle tijd van de wereld!”

“Laten we maar even gaan zitten,” zegt Angela, en wijst op twee tuinstoeltjes die midden in de studio staan. Pien voelt gewoon dat er wat is. Dan kijkt Angela haar aan. “Pien, ik heb je heel vaak gebeld, de afgelopen tijd. Je antwoordapparaat heb ik zeker wel zes keer ingesproken. Maar je reageerde maar niet. Je hebt al die berichten toch wel gehoord?” Pien knikt, en de angst slaat haar om het hart. Ze heeft inderdaad niet gereageerd, omdat ze tegen Sylvano had gezegd, dat ze helemaal niet van plan was om weg te gaan. Bovendien had ze het zo druk met het herinrichten van de kroeg, dat ze haar antwoordapparaat wel had afgeluisterd, maar met een half oor.

“Heb je mijn laatste berichtje nog gehoord?” vraagt Angela. Pien denkt na, ze kan het zich niet herinneren. “Ik geloof dat je vroeg, of ik binnenkort eens wilde komen kijken, nou, hier ben ik dan!” Angela schudt haar hoofd. “Nee. Ik zei tegen je, dat er iemand had gebeld voor een baan. En dat als ik niet binnen drie dagen iets van jou zou horen, dat ik met haar een gesprek aan wilde gaan, omdat ik niet langer het gevoel had dat jij nog wel geïnteresseerd was. En ik moet over een maand open, dus ik moet zeker weten dat ik dan iemand in de studio heb staan. Inmiddels heb ik deze sollicitante dus ook maar aangenomen, want dat bericht heb ik meer dan een week geleden ingesproken.”

Even later zit Pien weer op haar fiets. Haar hart bonkt in haar keel, en het fietsen valt haar zwaar. Wat een ellende! Had ze nou maar gereageerd op die boodschappen op haar antwoordapparaat, wat is ze stom geweest. Nu heeft ze niks. Tegen haar gewoonte in –want als de jongens bij haar zijn heeft ze meestal geen wijn in huis– fietst ze langs de supermarkt om een paar flessen wijn te kopen.
Ze moet echt even tot zichzelf komen. Als ze die avond met haar zoons in de bioscoop naar een film zit te kijken waar ze absoluut haar gedachten niet bij kan houden, verheugt ze zich op het tijdstip dat de jongens naar bed gaan. Dan kan ze eindelijk op de bank de narigheid van de afgelopen vierentwintig uur op zich in laten werken en nadenken. Op de bank met een glas en een fles wijn. Ja. Dat wil ze. Nou en? Ze heeft er alle redenen voor. Uit haar mond voorlopig niet meer het zinnetje: “Nu stop ik écht!”

De volgende aflevering lees je hier.