De Roodharige Kinderlokker

De grote boze volwassen wereld is zich weer aan het bemoeien met de mooiste wereld die er is; de leefwereld van kindjes waar de grootste levensvraag te maken heeft met het al dan niet mogen verbranden van mieren met een vergrootglas. Een wereld met snoezige twaalfjarigen met beginnende tietjes, vooral gesignaleerd bij de meisjes en jongetjes met bolle buikjes. De discussie van overgewicht wordt wederom opgehangen aan de reclame-uitingen. Met name pretpaleis McDonald’s ligt onder vuur vanwege de actieve werving van kinderzieltjes.

McDonald’s is ge´ndoctrineerd in de hoofdjes van alle lieve kijkbuiskindertjes van onder de 12. De grote gele M van deze fastfoodketen behoort tot een van de eerste beeldmerken die kinderen herkennen nog voor ze kunnen lezen. Niet zo gek eigenlijk, want het kind in mij wordt ook blij van rood, geel, de glijbaan naar de ballenbak, de verzamelspeeltjes bij het eten, de kleurplaat en natuurlijk de schminkhoek bij kinderfeestjes. Het eten is helemaal niet belangrijk. Dat ligt al verlaten op tafel na de eerste drie happen, niet in de laatste plaats omdat het nergens naar smaakt. McDonald’s moet wel de plek zijn waar de kinderen het weinige vet dat ze binnenkrijgen het snelst verbranden.

Natuurlijk is McDonald’s voor ouders heel eng. Het heeft alle aspecten van de klassieke kinderlokker. Een grote onbekende man met een rode neus, veel krullen en flapschoenen. Menig volwassene krijgt de kriebels van zulke enorme stylingfouten, maar kinderen worden nieuwsgierig en gaan heel hard jengelen als die nieuwsgierigheid niet wordt bevredigd. Die grote clown lokt de kleintjes binnen met de belofte van friet en heel veel speelgoed. Dat speelgoed wordt, net als bij de klassieke lokker in de lange regenjas, zorgvuldig verborgen in een verpakking. Pas als de kinderen hun prijs hebben betaald, mogen ze kijken wat de doos verborgen houdt voor een echt kippenvelmomentje.

Nee, die snoezige papzakjes onder de twaalf, daar maakt het grootste deel van de Tweede Kamer zich terecht geen zorgen om. Gelijk hebben ze, want het grote gevaar schuilt pas in de periode na hun twaalfde. Dan begint de middelbare school. Tegen de tijd dat de kleintjes in hun rugzak zijn gegroeid, hebben ze tussenuren en zoeken ze een plekje om rond te hangen. Niet op school, dat is niet cool. Niet in het cafÚ, want daarvoor zijn ze net te jong. Dan maar naar een fastfoodketen, waar ze kindvriendelijk zijn en dus niet zo opkijken van een beetje extra herrie. Daar begint het Grote Vreten, waar zelfs de gymleraar met zijn Coopertestfluitje niet meer tegenop kan.

Toch ligt de oorzaak van overgewicht niet direct in de marketing. Grote boze mensen denken dat vaak, omdat zij van de generatie zijn die nog echt in reclame geloofden. Wat de reclame en mode voorschreef, moest je wel kopen, omdat er toen niet veel meer keus was. De grote boze mensen denken daarom dat kinderen ook alles geloven. Maar die zijn opgegroeid met touwtje springen en internetten, waardoor ze goed weten wat de boodschap, doel en doelgroep zijn van een reclame, nog voor een enge volwassene dit heeft uitgevogeld.

Een reclamecampagnetje verbieden voor kinderen onder de twaalf heeft daarom geen enkele zin. Ik wacht tot de eerste grote boze meneer of mevrouw opstaat die aan meer dan alleen symptoombestrijding durft te doen. Laten we bijvoorbeeld een vetaccijns zetten op alle producten met risico op overgewicht! Laten we bij fastfoodketens de toegang ontzeggen voor kinderen onder de zestien jaar! Laten we het snoepgoed in de supermarkt verplaatsen naar de drankafdeling! Laten we voedselbonnen invoeren met een maximum aantal Kcal per persoon per week! Ja, laten we Úcht iets doen aan overgewicht! Dan laten we de kinderen tenminste even met rust.