Kantje boord

Ik kan tegenwoordig weer op de fiets naar het werk. Had ik al verteld van mijn nieuwe werkplek? Het gebouw ligt aan de andere kant van Apeldoorn en zoals jullie allemaal weten is Apeldoorn nogal uitgestrekt. Het kost me een klein half uur van voordeur naar voordeur.
Op maandag gaat het echter anders. Maandagmorgen werk ik niet. Ik heb een contract van 36 uur en koos voor een lang weekend. Nu kan ik iedere maandagmorgen naar de markt om kaas en fruit te halen. Ik hoef er niet eens heel ver voor om te rijden.

Vanochtend is het koud, maar heel zonnig. Er staat een zacht briesje. Ik heb hem mee. Luchtigjes trap ik de pedalen rond. Het einde van de morgen komt in zicht. Als ik in de buurt van het centrum kom, zie ik her en der al mensen met boterhammen in de hand rondlopen. Vlak voor de nieuwe fietstunnel onder het spoor staat het grote nieuwe opleidingscentrum. Het barst hier van de jongeren die pauzeren of naar de bus lopen.
Als ik de helling van de tunnel afrijd, stop ik met trappen. Freewheelend rijd ik het donker in. Halverwege de tunnel zet ik weer kracht op de pedalen. De klim is niet steil, maar kost toch wat energie. Als ik de tunnel uit kom, doet het zonlicht bijna pijn aan mijn ogen.

Ineens word ik ingehaald door een bromscooter. Ik kijk opzij. De bestuurder is een meisje van een jaar of negentien. Haar lange donkerblonde haren komen van onder haar valhelm vandaan en wapperen vrolijk in de wind. Hťťl even zie ik haar ogen. Wat een prachtige ogen. Uit haar mond klinkt een lied. Ze zingt. Wat lief! Het meisje draagt een kort leren jack en een strakke spijkerbroek met platte laarsjes. Ze rijdt nu voor me uit. Haar jack is te kort; haar spijkerbroek te laag. Ik heb zicht op een stukje van haar rug en op het kanten boord van de lichtblauwe lingerie die van onder haar spijkerbroek omhoog komt.

Ik moet achter haar aan. Wat een meisje. Wat een lichtblauw kant. Wat is het voor liedje? Ik moet het weten. Als een bezetene begin ik nu te trappen. Inmiddels ben ik bovenaan het Stationsplein en moet ik oversteken. Ik heb voorrang, en de brommer heeft die voorrang ook ruimschoots genomen, maar het is druk met auto's. Gelukkig stopt iedereen netjes en kan ik door.
Het meisje heeft er aardig de sokken in. Maar daar verderop staat het stoplicht op rood. Mooi.
Ik voel wat druppeltjes zweet over mijn rug lopen. Toch eens wat gaan doen aan die conditie van me. De brommer staat stil voor het stoplicht. Ik kom dichterbij. Het meisje zingt nog steeds hardop. Ik spits mijn oren om te kunnen horen welk lied het is. Het klinkt als een recente R&B-hit.
"Ooooh, baby, you know how I love you," zingt haar heldere meisjesstem. Ik zie het lichtblauwe kanten boord van haar onderbroek. Ineens geeft ze gas en scheurt weg. Het stoplicht is op groen gesprongen. De bromscooter rijdt verder de Stationsstraat in.

Ook ik maak weer vaart en spurt achter haar aan. Was het maar andersom en kwam dit schitterende meisje achter mij aan. Dan hoefde ik nu niet zo als een dolle te fietsen. Gelukkig zijn daar verderop weer verkeerslichten. Met een beetje mazzel moet ze daar weer stoppen.
Wat zong ze nou? Een of andere vage R&B-song. "Ooooh, baby, you know how I love you." Nee, dat wist ik niet. Maar fijn dat ik het nu wel weet. Aan de andere kant: als ze wťrkelijk zoveel van mij zou houden, waarom rijdt ze dan steeds van me weg?
Het volgende stoplicht staat op groen en het meisje op de bromscooter rijdt vlug rechtuit. Ik verhoog mijn snelheid nog maar eens. Het water loopt nu in straaltjes van mijn voorhoofd en over mijn rug. Ver na haar bereik ik de stoplichten. Die staan ondertussen weer op rood.
"Shit," hijg ik hardop. Ik neem het risico en rijd gewoon door. Een grote zwarte terreinwagen moet hard voor me remmen. Ik hoor een luide toeter, maar blijf me concentreren op het streepje lichtblauwe kant dat daar verderop steeds kleiner wordt.

Ik haal allerlei fietsers op de Stationsstraat in. Het Marktplein komt nu dichterbij en de brommer met het meisje is steeds verder weg. Ze slaat niet af om naar de markt te gaan. Ik rijd ondertussen met Joop Zoetemelkachtige snelheid over het fietspad.
"Verhip, ik red het niet," realiseer ik me hardop. "Weer een ideale partner aan mij voorbij gegaan. En dat terwijl ze zoveel van me houdt."
Ik moet hier naar links het Marktplein op. Kaas en fruit kopen. Maar wat is dat daar recht voor mij? Er staat een ontzettend leuk mokkeltje met korte blonde haren te wachten op haar fiets tot de weg vrij is om over te steken. Terwijl ik naar haar kijk geef ik een ruk aan het stuur naar links. Ik verlaat het fietspad en raak half een lantarenpaal. De klap is aanzienlijk. Ik slinger van mijn fiets af en beland languit op de openbare Stationsstraat. Er komt een gigantische vrachtwagen aan denderen. Ik hoor een enorme scheepstoeter en gierende remmen.

"Zeg dat je van me houdt," smeek ik het meisje met de lichtblauwe kanten lingerie en het leuke mokkeltje met de korte blonde haren.
Ze staan niet eens over mij heen gebogen en bezorgd te zijn. Het is wat met die wijven tegenwoordig. Je slooft je voor ze uit, trapt jezelf in het zweet om ze te bereiken en ze bekijken je niet eens. Wel leuk zingen van "Ooooh, baby, you know how I love you." Maar waarmaken? Ho maar. Evengoed toch mooie korte blonde haren en een prachtig stukje lichtblauw kant.

De vrachtwagen stopt enkele centimeters bij mij vandaan. Dat was kantje boord.


Apeldoorn, februari 2008