Pishekel aan de cafť-WC

Column door partyyboyy

De avond van zaterdag is voor mij de tijd om uit te gaan. Meestal ben ik in mijn stamcafé ‘de hoge noot’ te vinden. Na een paar biertjes achter de kiezen begint de blaas vol te geraken. Toch probeer ik het toiletbezoek zo lang mogelijk uit te stellen. Ik heb namelijk een pishekel aan het gedwongen ritueel dat er telkens weer aan te pas moet komen.

Het café heeft te weten geen afgesloten toilethokjes. Dit zorgt voor de nodige podiumvrees. Deze vrees heeft niets met de afmetingen van Cornelis te maken. Hieromtrent heerst namelijk alleen maar tevredenheid. Het is echter een soort faalangst om iets niet te doen waarvoor je bent gekomen. Deze plasangst wordt ook wel Paruresis genoemd, waarvan ongeveer tien procent van de bevolking last heeft. Het verhaal van afgelopen zaterdag zal velen daarom met enige bekendheid in de oren klinken.

Ik denk dat ik twee uur binnen ben geweest. In deze tijd had ik al een flink aantal biertjes gedronken, waardoor er een druk op mijn blaas kwam te staan. Omdat ik graag toch nog wat wilde drinken was het noodzaak om de blaas te legen. Daarom verlegde ik mijn blik van mijn vrienden naar de toiletdeur. Hierdoor was het mogelijk om het patroon van ingaande en uitgaande mannen in de gaten te houden. Toen de rekensom 1 – 1 = 0 gemaakt kon worden zette ik het bierglas aan de kant en snelwandelde met een noodvaart het toilet binnen. Eenmaal in het toilet aangekomen constateerde ik dat de rekensom juist was. Ik liep naar het urinoir in de hoek en liet Cornelis naar buiten. Van een luchtje happen was voor hem geen sprake. Er hing namelijk een geur bestaande uit een mengsel van urine, rook en alcohol.

Toen mijn urine bijna het einde van mijn leidingwerk had bereikt ging onverhoopt de toiletdeur open. Hierdoor zakte alles weer naar de plaats vanwaar het kwam. Alle moeite voor niets. Een grote vent, welke duidelijk zichtbaar teveel had gedronken, kwam binnengewankeld. Hij brabbelt wat onverstaanbare zinnen. Het was nu van belang om me zoveel mogelijk in een eigen wereld te keren. Een methode welke voor mij werkt is het aantal tegeltjes aan de muur tellen. De muren waren echter egaal, een tegenvaller. Dan maar aan een lopende kraan denken. Maar hoe hard ik ook mijn best deed het lukte niet.

Terwijl ik een nieuwe strategie stond te bedenken, met Cornelis in mijn handen, kreeg de dronkaard hoogte van mijn podiumvrees.
‘lukt het niet?’
- ‘nee, hij is defect!’
‘dan moet je ‘m een keer door laten spoelen.’
- ‘daar ben ik dus mee bezig, maar dat lukt niet.’

Toen brabbelde hij nog iets onverstaanbaars en liep zonder handen te wassen de deur uit. Ik had hem wel tegen z’n kop willen slaan, maar mijn handen waren vol. Gelukkig was ik in ieder geval weer alleen op het toilet. Met een grote zucht ging ik voor poging nummer twee. Maar net nadat ik alle lucht had uitgezucht ging de toiletdeur weer open. Mijn beste vriend kwam binnengelopen.
‘heeeeeeeej, ik moet zeiken!!’
- ‘zeiken doe je al de hele dag.’
‘wat sta jij hier al lang op het toilet zeg.’
- ‘Ja ik ben nu klaar!!’

Zonder te doen waarvoor ik was gekomen liep ik gefrustreerd het toilet uit. Eigenlijk gaat er ook niets boven lekker plassen in de vrije natuur. Dus ben ik naar buiten gelopen en heb daar een mooie muur gezocht welke ik kon verzuren. Thuisgekomen heb ik meteen gewikipediad op het fenomeen. Gelukkig bleek dat het op een aantal manieren te behandelen is, namelijk:
* cognitieve gedragstherapie
* training met biofeedback
* angstverminderende medicatie
* gebruik van een katheter, hoewel dit eerder de symptomen aanpakt dan de oorzaak.
* een trainingstherapie, waarbij de patiënt aan een toenemend gebrek aan privacy blootgesteld wordt, bijvoorbeeld in georganiseerde workshops met medepatiënten.

Ik denk dat ik daarom binnenkort maar eens naar de dokter ga voor een katheter.


N.a.v. niet kunnen pissen