Pecunia non olet

Als ik iets onaantrekkelijk vind, dan zijn het wel vrouwen in politie-uniform. Mensen in uniform hebben Łberhaupt niet zo mijn voorkeur. Niet dat ik zo anti-autoritair zou zijn, integendeel. Ik ben van mening dat elke crimineel een nekschot moet krijgen. Met een elastiekje, welteverstaan. Doch een vrouwmens in politie-outfit is zowat de grootste gruwel die een man kan overkomen.

Zo gleed na het ontwaken jongstleden, mijn one night stand uit bed met enkel een slip aan. Ik bad tot God om Hem te bedanken voor dit wonder, niet wetende waar ik deze schoonheid nu weer vandaan had gehaald. Immers, onder de zware nevel van Belgisch gerstenat was ik hier terecht gekomen. Ik ging rechtop in bed zitten en bekeek de kamer eens goed. Fantasieloos en redelijk naar Ikeanormen ingericht. Kleren netjes op een stoel gelegd, dus er was niks afgescheurd die nacht. Was er eigenlijk wel geneukt?

“Goedemorgen,” zei het onbekende meisje. “Ja fijn, dag en hallo,” repliceerde ik zo koel mogelijk met suizend hoofd. “Zeg, kom eens terug in bed. Ik wil even weten wie je bent,” murmelde ik. Ze lachte schel en stak haar tong uit. “Ik moet naar het werk, kroegtijger!” Uit haar klerenkast graaide ze het meest afzichtelijke uniform dat ik ooit had gezien. Even dacht ik nog dat we een smerig spelletje gingen spelen. Met handboeien en knuppels en zo. Maar ze bleek het godverdomme te menen! Het politieoverhemd hoog omhoog gerold, de walgelijke nepbroche rechtstreeks uit de kermisautomaat, de blauwe broek tot aan de oren dichtgeknoopt en de mannelijke, zwarte schoenen die ik onlangs nog bij Zeeman in de uitverkoop zag liggen. Ik moest plots vreselijk kakken. Zů nodig, dat het zelfs voor het zoeken naar een toilet te laat was. Dan maar in een hoekje op de overloop. Het onbekende meisje werd, zoals verwacht, woest en sloeg me met de dienstknuppel haar huis uit, echter niet voordat ik me had aangekleed. Ik smeet haar wat muntjes na voor de schade en ging opgewekt naar huis.

‘s Avonds, tijdens het zinloze zappen, viel mijn oog op een aardige politieagente met een kort rokje aan. “Kijk, zo kan het dus ook,” sprak ik tot mezelf. Ze likte ietwat erotisch aan een knuppel en speelde wulps met een stel handboeien. Beneden in beeld verscheen een telefoonnummer. Ik besloot te bellen, want ik wilde wel eens weten wat hier precies de bedoeling van was. “Dit nummer kost 95 cent per minuut,” sprak eerst een man aan de telefoon, wiens stem ik meende te herkennen van de Staatsloterijshow. Godskolere, wat was dit weer een duur grapje. Burgerjournalistiek wordt op deze manier niet bepaald gestimuleerd! Een kreunende dame nam op en vroeg iets wat ik slecht kon verstaan. En terwijl ik alweer een flinke ontlasting voelde opkomen sprak ik tot haar: “Pecunia non olet.” Het bleef nog lang stil aan de andere kant van de lijn...