De leugen van God

De leugen is overal. Ik weet dat, want ik lieg altijd, en daarom nooit. Ik weet namelijk niet of ik wel besta. Heb geen bewijs voor mijn bestaan en ook geen bewijs van het tegenovergestelde. Whoep, nu kom ik meteen in de paradox van het bestaan terecht. Dat was niet helemaal mijn bedoeling, maar nu ik er toch ben kan ik er makkelijk iets over uitweiden.

Het hele bestaan is een kwestie van perceptie. Ik heb oren en ogen, een tong, neus en gevoel in mijn huid. Al die signalen interpreteer ik tot een wereldbeeld. Iets wat ik een beetje begrijp, want de overdonderende stortvloed aan elektrische stroompjes die mijn hersenen bereiken kan je combineren tot een eindeloos aantal mogelijke waarheden. En die waarheden zijn in hoge mate onderhevig aan conventies. Koud is koud, warm is warm, stof is droog en regen is nat. Gewoon afspraken die we onder elkaar hebben gemaakt en waar iedereen zich aan houdt.

Maar zoals ik al zei is er geen bewijs van mijn bestaan, en ook geen bewijs van het bestaan van de rest van de dingen die ik om me heen zie, hoor en voel. Misschien ben ik wel een amoebe met teveel fantasie? Wie zal het zeggen? Niet ik, want ik interpreteer er maar op los. Ik construeer een wereld, met een huis en een stad en zelfs deze laptop. En die wereld die bestaat tussen mijn oren, is een vergelijking die ik oplos. Rationeel een serie stroompjes aan de ene kant, hersenen ertussenin, en een keurig gefilterd wereldbeeld aan de andere kant. En zo heb je ineens mijn bewustzijn. Niks aan te doen.

Wat noopt mij er toe mijn eigen bestaan zo in twijfel te trekken? De vergankelijkheid van de dingen? Of de oneerlijkheid die mij niet getroffen heeft? Ik ben blank en rijk en weldoorvoed, heb toekomst en een goede jeugd gehad. En dat vormt de spil van menig tegenargument voor mijn theorie van het niet bestaan. Mensen die dat horen vragen zich af - noemen het zelfs bewijs - dat een verzonnen wereld nooit zo kloterig kan zijn als die waarin we nu leven. En als ik dan zeg dat de wereld niets meer is dan een stroom informatie die wordt verwerkt in hersenen, zeggen ze dat iedereen dezelfde conclusies trekt over triviale dingen. Het is koud, het is warm. Relatieve begrippen. Maar dat iedereen regen nat vindt betekent dat er wel een kern van waarheid in moet zitten.

En nog steeds kan niemand me bewijzen dat hij of zij ook werkelijk bestaat. Misschien ben ik God en droom ik van een wereld waarin ik leef, zonder die ooit geschapen te hebben. Of ben ik na de apocalyps de enige geest die geen afscheid heeft willen nemen en stel ik mezelf een wereld, mensen en de rest voor? Misschien is er geen leven, ben ik niet en bestaat niks. Het enige wat ik zeg is dat je er wel rekening mee moet houden dat alles wel bestaat. Je kan nu eenmaal niet kijken of je droomt door van een flat te springen zolang je niet zeker weet dat je slaapt.

Willem Kloos schreef:

Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten,
En zit in 't binnenst van mijn ziel ten troon
Over mij zelf en 't al, naar rijksgeboŰn
Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten.

En als een heir van donkerwilde machten
Joelt aan mij op en valt terug, gevloŰn
Voor 't heffen van mijn hand en heldre kroon:
Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten. -

En tůch, zoo eind'loos smacht ik soms om rond
ŕw overdierb're leÍn den arm te slaan,
En, luid uitsnikkende, met al mijn gloed

En trots en kalme glorie te vergaan
Op ķwe lippen in een wilden vloed
Van kussen, waar 'k niet langer woorden vond.


En misschien ben ik dat ook, met de lust van een normaal leven, gefantaseerd of niet. Elke keer als de werkelijkheid te dicht nadert, lees ik dit gedicht. De perfecte balans tussen zijn en niet-zijn tekent een kartelrandje om mijn theorie. Ik bťn namelijk een god, alleen in mijn wereld, met scheppingskracht en toorn. Een god met weinig macht buiten mijn stoffelijke resten. En dat is okť. Ik wil namelijk de verantwoordelijkheid voor de mensheid of de totale schepping niet. Ik heb al genoeg problemen van mezelf. Het is namelijk, zelf gefantaseerd of niet, al lastig genoeg om maar ťťn leven te leiden.

En dan kom ik (toch) terug op God, die niet bestaat. Hij bestaat niet, omdat ik nooit het idee heb gehad dat er andere machten aan het werk waren behalve de mijne. Ik beweer hier niet dat ik totale controle heb over mijn omgeving. Iedereen om me heen kan goed bestaan, aangezien ik geen enkel bewijs heb dat het niet zo is. Maar de weinige dingen die ik weet van God bewijzen voor mij dat hij of zij niet bestaat. Want welke god laat het zo uit de hand lopen? Wat voor god schept een wereld, schept een schepping, en laat het daarna schandalig in de steek? Dat zou God nooit doen.

Eerlijk gezegd schat ik de kans hoger in dat we een experiment zijn op een vergeten petrischaaltje in een kosmisch laboratorium. Een fout gelopen proefschrift dat met testopstelling en al in de vuilnisbak belandde. Misschien is er ooit een buitenaards ras op aarde geland om eens te kijken wat er gebeurde als ze hun genen mengden met die van die primitieve apen. Die stommiteit zal ze nog lang heugen. Straks zijn we of allemaal dood op een onbewoonbare planeet, of gaan we massaal de ruimte in om daar onze scheppers met al onze primitieve agressie tegemoed te treden. Oorlogen en vernietiging is wat we er zelf bij verzonnen hebben.

Ga maar na: alle primitieve uitingen van godsdienst tellen meerdere goden met verschillende taken. De Inca's en Azteken, Grieken en Romeinen en de Barbaren en Germanen hadden allemaal een multithesistisch geloof. Pas toen ons man-op-een-wolk-verhaal alle andere godenuitingen had ingekapseld en verdrongen, hadden we ineens ťťn God. Die almachtig is. Nou nou, ook iets van de laatste paar honderd jaar. Baseren we daar al die haat en nijd tegenover elkaar op? Het is een weinig wetenschappelijke uitspraak die onweerlegbaar is door gebrek aan bewijs. Maar dat zijn de Bijbel en de Thora en de Koran ook. En toch hebben die boeken meer bewijswaarde dan mijn in de haast opgehoeste theorie?

Als ik al besta, bestaat er in elk geval ook een god. Ikzelf.