Schapen neuken

Shitonya

“Shit, je bent alweer te laat”. Waar is de wereldramp? Als mijn patienten te laat mogen komen, mag ik het ook. Ik stapte mijn kamer binnen en gooide mijn pc aan. Goeie morgen lieveling. Heb je me gemist? Ik jou wel. Ik gaf hem een tedere kus en plaatste mijn rondvormige billen op mijn zeer comfortabele stoel. Ik piepte mijn secretaresse om te vragen waar mijn dampende koffie bleef. “Je drinkt geen koffie.” Men vergeet wel eens het één en ander. Soms het één en soms het ander.

Ik bekeek vluchtig het nieuws op één of andere, inmiddels vergeten, site en nam toen enkele slokken red bull. Als je geen koffie drinkt moet je toch een efficient subsituut hebben om de dag door te komen zonder doodsverwensingen. Enkele ogenblikken later meldde Nadia dat mijn eerste schaap binnen was. Klaar voor de slachting. Helaas mag ik ze niet slachten. Alleen in mijn dromen. Ik kan niet wachten totdat ik weer mijn zachte matras onder mijn lichaam voel. Nadia. Zo heet mijn secretaresse. Bij vlagen wil ik wel eens droog uit de hoek komen en vraag ik aan Nadia of ze nat is. Daarna kijk ze me aan alsof ze me mijn hoofd van mijn romp wil slaan, maar dat is haar tot op heden nog steeds niet gelukt.

Schaap één aarzelde of hij wel binnen wilde komen. Ik spreidde mijn benen en zei tegen hem dat hij gerust binnen mocht komen. Deze ietwat bizarre opmerking doet het hem altijd. Als een maagd die voor het eerst in zijn leven een erectie heeft gekregen, haastte hij zich naar binnen. De reden dat hij aarzelde of hij wel naar binnen wilde? Straatvrees. Met kleine stappen maakt hij vorderingen, alhoewel hij menigmaal flauwvalt als we eens een ommetje gaan maken. Vandaag vertelde hij dat hij een vrouw had ontmoet via internet en dat hij het liefst met haar zou willen afspreken, maar dat de vrouw dat niet mocht van iemand. Ik vroeg hem van wie ze dat dan niet mocht. “webcampussy’s”, zei hij. Ik legde hem uit dat die uitgewoonde webcamhoer niet af wilde spreken, omdat zij in een webcam woonde en daar niet uit kon. Diep bedriefd verliet hij mijn kamer.

Mijn beste vriend Tim belde me in een vlaag van verveling en chronische ontevredenheid over het leven. “Heb je vandaag nog iemand aan het janken gemaakt Shittie?” Ja, zonet de eerste. “Voor jouw doen is dat nog weinig.” Dat klopt als een schoolbus, maar de dag is nog jong. Wie weet wat er nog gaat komen. En wie er niet gaan komen aangezien het regelmatig gebeurd dat sommige emotionele hopen stront niet komen opdagen, omdat ze hun huis niet uit durven, een paar benen hebben verloren of zichzelf in een boom hebben verhangen. Hij vertelde dat hij zijn twintigste baantje heeft verloren. Een wind van herkenning beroerde mijn gedachte. Vroeger was ik exact als hem, maar dan zonder penis.

Het was tijd voor het volgende schaap. Het meisje was haar overleden vriendje aan het verwerken door mij zo nu en dan te vervelen met niet noemenswaardige details over hoe lief en mooi hij wel niet was. Ik stak een sigaret op en zoog de rust in mijn longen. “Waarom mag u wel hier binnen roken en ik niet?” Omdat ik hier God ben en jij slechts een godvergeten, mislukt orgasme van een vrouw die de wanhoop nabij was. En als je het waagt nog ooit één opmerking te maken over mijn noodzakelijke rookgedrag dan gooi ik je bij je half ontbindde vriendje in het graf, zodat je als je hem nog een laatste maal kan neuken, mocht zijn lichaam nog niet helemaal vergaan zijn.

Toen ik het huilende meisje uit had gelaten, zei ik tegen Nadia dat ik vandaag eens vroeg naar huis ging. “Maar wat moet ik dan tegen al uw patienten zeggen?” Zeg maar tegen ze dat ik voor de trein ben gesprongen en morgen weer terug ben.

Tot Shit