Uren een keiharde erectie

Ze willen hem verbieden! De paddo! Ik moet opschieten. Ik roep tegen mijn zoontje van zes, "pas jij op de baby?" en holderdebolder de drie trappen af, de straat op, naar de winkel, waar ik al zo vaak dromerig voor de etalage heb staan koekeloeren. "Conscious dreams". (Okť, okť, okť, ik ben er al eens binnen geweest. Voor natuurlijke viagra. Was een tip van een collegacolumnist hier op FOK!, ene Danny, die zei dat een bijkomend voordeel van dat spul was dat je ook na je hoogtepunt uren een keiharde erectie hield. Toen ik dat weer tegen mijn vriendin had verteld, droeg ze me zowat die zaak binnen.

Het werkte helaas iets beter dan beloofd, na mijn orgasme had ik nog een uurtje of 240 last van een knellende onderbroek. Tijdens belangrijke vergaderingen zat ik met wegdraaiende ogen in mijn kruis te duwen. Zo gauw als mijn vriendin binnen kwam, begon ik haar overal af te lebberen. Ze vond het maar niks; het heeft me nog bijna de relatie gekost. De rest van het spul heb ik toen daarom maar aan de hond van de buren gevoerd, in een stuk kalfsleverworst van Kips verpakt. Die hond is na een nooit nader uitgelegd 'incident' met de buurvrouw schielijk afgemaakt door de dierenarts. Wat ons weer een hoop glijpartijen op de stoep scheelde. Dus uiteindelijk was het de investering toch wel weer waard.)

Nu dus voor de tweede keer naar Conscious Dreams. Twee verkoopmedewerkers zitten te trippen achter de toonbank. "Al die koffiebonen, zie je dat?" zegt de een. "O grote Manetou, Wilde Zwaan vliegt naar u toe," zegt de ander.
"Paddo's graag," zeg ik.
Maar ze reageren niet, dus ik leg vijf euro op de toonbank en neem een zakje uit de etalage mee.

Het staat vol met waarschuwingen. "Do not use with alcohol." "Do not consume more than one package." "Use under supervision of friends". "18+."

Ik ben wel iets ouder dan achttien, maar vrienden heb ik helaas niet meer over. "Jij bent vanaf nu mijn vriend," zeg ik tegen de poes, als ik thuis ben. Dus dat is gecoverd. Het beest kijkt me bangelijk aan, voor hij onder de bank wegkruipt. Dat ik alcohol heb gedronken zal in mijn geval wel niet zo heel erg erg zijn. Ik heb een zekere tolerantie opgebouwd, die ongeveer gelijke tred houdt met de rekening bij de slijter. Dus die waarschuwing zal in mijn geval wel niet tellen. En meer dan ťťn pakje heb ik niet gekocht.

Jammer genoeg eigenlijk. Ik had net zo goed de hele uitstalling in die etalage mee kunnen nemen. De winkelbedienden waren toch niet erg aan het opletten.

Ai, erg lekker smaken ze niet. Bitter. Misschien had ik niet alles in ťťn keer moeten wegschrokken? Nog maar een flesje trappistenbier tegen de smaak. Ai. Op. Johnny Walker. Naja, ook goed. Ik merk maar weinig van de paddo's. Alleen dat ik zweet alsof het eind juli is. En dan dat het niet keihard regent. De kinderen komen binnen. Ik wil ze omhelzen, maar lazer van de designkruk achter onze openkeukenbar af.

Dus ik kan helemaal niet vliegen! Waardeloos spul zeg. Waarom heeft de oudste opeens rode ogen? En twee horentjes op zijn hoofd? Wacht… Ik snap het al! Mijn zoon, de duivel! Wat een eer! Nu zal ik hem echter wel moeten doden. Eens denken. Eerst die baby uit het raam gooien; ze kruipt steeds voor mijn voeten. Zo.

“Pap, waarom doe je dat?”

Oeps. Het is toch sterker spul dan ik dacht.

Nu zie ik mijn zoon vliegen! Dat is gemeen! Ik de bittere smaak, hij de effecten! Maar zo zijn we niet getrouwd! Ik pak het elektrieke tennisracket waarmee ik tweemaal daags een uur achter de vliegen in ons driehoogachter appartement aanren. Maar nu zal ik de duivel eens uit dat addergebroed van mij drijven! Steeds vliegt hij weg. Nu eens is hij heel groot en dichtbij, dan weer lijkt hij kleiner dan een pingpongbal. Onze woonkamer lijkt wel zo groot als een landingsbaan. Waarom proef ik nu toch opeens bloed?

Wat was er laatst met die Duitser die ook paddo's op had? Die had zijn hond geslacht. De sukkel! Je moet je hond natuurlijk niet slachten... Hoe kom je erop. Je moet je kind slachten. Waar is het kaasbijltje? Godseaude... Je kan hier ook nooit iets vinden in dit huis. Weet je wie ze eens zouden moeten slachten? Mijn vriendin! Een sloddervos eersteklas! Niets ruimt ze achter haar bevallige bips op.

De gedachte aan die bips vrolijkt me op.

Wat doet mijn zoontje nou weer achter die deur? En waarom bubbelt hij zo vreemd heen en weer, als een dotje poetskatoen in een vissekom? "Tot zo!" zeg ik vrolijk als ik het kaasbijltje heb gevonden. "Ik ga even hond kopen voor het avondeten."
"Maar pap, dat is het raam!"
"Weet ik jongen, weet ik."