De VOC-mentaliteit

Column door superworm



De VOC-mentaliteit

Het is alweer een tijdje geleden dat Balkenende zijn inmiddels beruchte uitspraak deed over de na te streven VOC-mentaliteit. Heel Nederland viel over hem heen, want oh, hij was de slavenhandel vergeten. Natuurlijk bedoelde hij ermee te zeggen, dat de VOC 's werelds eerste onnoemlijk succesvolle internationale handelsorganisatie was, en dat wij als Nederlanders dáár wel eens trots op mogen zijn, dat we het opnieuw neerzetten van een soortgelijke prestatie nastrevenswaardig behoren te vinden.

Hoewel Balkenende het van zijn manier bekijkt en de linkse media het op de hunne, schijnt niemand opgemerkt te hebben dat er nog een derde, wat obscure invalshoek op het thema “VOC-mentaliteit” valt te bedenken. De samenleving in de verscheidene koloniën was er slechts op gespitst de schaars aanwezige Nederlanders zoveel mogelijk in luxe te voorzien tegen zo weinig mogelijk moeite. Dit betekende concreet dat hele legioenen slaven werden uitgebuit en afgebeuld voor enkele zichzelf verrijkende blanken.

De samenleving aan het thuisfront was in die tijd al in een metamorfose geraakt, van een systeem van leenmannen en -heren naar iets wat lijkt op wat wij tegenwoordig hebben; elk individu voorziet in zijn eigen gezin door van zijn vijftiende tot vijfenzestigste te werken. Toch liepen de twee nog aardig door elkaar, waar genoeg ongenoegen over was om een Verlichting te bewerkstelligen. Met de Verlichting kwamen wat oorlogen die de staten hebben gevormd zoals ze er nu grotendeels nog bijliggen, systemen die alweer honderdvijftig tot tweehonderd jaar verankerd liggen.

Uiteindelijk lijkt er niet veel veranderd. Ons hele systeem is gebaseerd op overleven, ook wel consumeren genoemd. Hiermee zitten wij, zoals de slaven in de zeventiende en achttiende eeuw, vast in een strak rollenpatroon dat we ons hele leven aan moeten houden. We behoren te werken om te overleven, ons hoofd niet te hoog boven het maaiveld uit te steken, maar vooral werken, consumeren, werken. Youp van 't Hek zei het zo treffend met “lenen, lenen, betalen, betalen”.

Don DeLillo heeft in zijn boeken een bepaalde afkeur jegens de hedendaagse samenleving. Wie genoeg van hem leest, krijgt door wat hij bedoelt: onze maatschappij is een dystopie, terwijl wij het zelf niet doorhebben. Wij houden onszelf zoet door te kopen wat ons hart begeert, door op vakantie te gaan naar verre oorden, maar we zijn uiteindelijk gewoon werkmieren onder een koningin, slaven onder een handelaar. Er is alleen wat meer nodig om ons tevreden te houden.

We worden geďndoctrineerd door eenzijdige media, we kijken overmatig veel televisie en kopen Senseo-apparaten. We hebben allemaal een mening die uiteindelijk weinig afwijkt van wat we hóren te denken, en doet-ie dat wel, dan zijn we “excessen”, we stemmen op leugenachtige partijen en denken overal een vinger in de pap te hebben. Het systeem is zó doorzichtig, dat we het niet doorhebben. Slechts gericht op verrijking van weinigen, over de ruggen van velen. Het in stand houden van de gevestigde orde. Lenen, lenen, betalen, betalen. Consumeren tot je doodvalt. Letterlijk.

We werken allen als zwarte slaafjes onder de VOC. Nu heet dat salariëring en overheid. Balkenende sloeg, zonder zich het zelf te realiseren, de spijker volledig op z'n kop.