Dierenleed

Ik ben vatbaar voor mensenleed. Laat mij een strompelend MS-patiëntje zien en ik schiet vol.
Een kudde negers met AIDS en ik trek mijn beurs. En een verdwaalde geestelijk gehandicapte vrouw met waterbenen kan er al voor zorgen dat ik een stichting in het leven roep.
Maar veel te vaak sla ik nog een mug dood en trap ik theatraal op een mier. Probeer ik de huismuizen te vergiftigen of scheld ik tegen de hond van de buren die daarvoor tegenwoordig bij de dierenpsychiater in de mand ligt. Dwangneuroses na het horen van baasjes' bevelen, zo luidt de klacht.

Onlangs tijdens mijn tv-dinner stuitte ik op een reclameboodschap voor de 'Dierenbescherming'. Met de vork nog in mijn biefstuk (dat ik mij als freelancer verdomme maar één keer per jaar kan permitteren) en de smaak van verse koe in de mond zie ik een schouwspel van wansmaak voorbij trekken. Het lijkt wel een slechte zombiefilm, zo afgrijselijk en onwerkelijk waren de tv-beelden. Een koe die met stroomstoten om het leven werd gebracht. De slachter in kwestie kan er maar niet achter komen bij welke voltage de koe met een lompe plof op de grauwe tegels van de stal zou belanden. Bloed sijpelde uit de koeienogen. Ogen die van origine al een treurig aanblik verschaffen. Een paard met een mank been in een kleine box loopt als een gemodificeerde ijsbeer op en neer. De beelden amateuristisch. Stiekem gemaakt. De camera trilt, de filmer kan zijn ogen kennelijk niet geloven. Een onderliggend donker muziekje maakt het sinistere plaatje af. Af en toe wat onduidelijk gefluister op de achtergrond om de indruk te wekken dat je heel stiekem naar iets zit te kijken wat niemand onder ogen mag komen. Een soort schaamte over het menselijke ras. Het is haast porno.

Over porno gesproken. Mijn biefstuk slik ik net op tijd door, als een warme ijzeren staaf door de anus van een koe gestoken wordt. Het daaropvolgende geloei doet me denken aan mijn Opa WegKwijt. Die brulde op het laatst van zijn leven ook zo. Midden in de nacht, net als wij de deur uit gingen omdat we dachten dat-ie vredig sliep. Een angstaanjagend gebrul dat door merg en been gaat. Een machteloos gevoel dat je stil doet staan. Aan de grond genageld omdat al het leed, dat zo diep binnen opgesloten zit, naar buiten stormt. Als een opgefokte leeuw die uit z'n kooi gelaten wordt.

Een stem klinkt. Een telefoonnummer verschijnt in beeld en de stem gebiedt me dit nummer te draaien. Om iets te doen. Iets te doen tegen walgelijke zaken waarvan de buitenwereld nauwelijks notie van schijnt te hebben. Ik grijp naast me op het kastje waar mijn mobieltje ligt. Geen twijfel mogelijk, de combinatie van beeld en woord heeft me sprakeloos gemaakt. Als ik een vriendelijke mevrouw aan de telefoon krijg, begin ik als een zwakzinnige te stotteren te bazelen van al het ongeloof waar ik zonet getuige van was geweest. Kinderlijk naďef vraag ik of je vegetariër moet zijn om lid te kunnen worden van de 'Dierenbescherming'. De mevrouw lacht lief en zegt dat zoiets nu eenmaal niet te verplichten valt en dat het helemaal mijn eigen keuze is. Stoďcijns geef ik mijn persoonlijke gegevens door die moeten bijdragen aan een betere dierenwereld. In een flits is alles voorbij. Ik heb een keuze gemaakt. Ben gevallen voor het dierenleed. Een gelukkig man ben ik, want ik ben er voor de maatschappij van mens en dier.

De telefoniste controleert voor de laatste maal mijn gegevens en sluit af met woorden die me lang zullen heugen. Woorden die alles omvatten, woorden die tot op het bot gaan.

'Ook namens de dieren, bedankt meneer'.

Ik kan een hysterische lachbui haast niet meer onderdrukken.