Foto's van het leven

Aan mijn muur hangt een rijtje van foto’s. Silhouetten van mij in de ondergaande zon van de Himalaya, of een plaatje van mij, zittend met de benen gekruist bij de zonsverduistering van enkele jaren geleden. Als ik ze bekijk zie ik niet mezelf, maar een verlangen. Een symbiose tussen mens en natuur. Deze foto’s zijn in mijn beleving tijdloos. Panorama’s zonder menselijk ingrijpen geven de inzittende macht over de eeuwen. Ze kan kijken naar het begin van een planeet en de geboorte van beschavingen.

Op deze foto’s kijk ik niet naar de camera, maar naar de verte. Met de rug naar de kijker, alsof we samen zijn, samen kijken hoe er elk moment een regiment olifanten zich opmaakt voor een legendarische strijd, of naar machtige beer die zich uitstrekt van zijn winterslaap. In deze foto’s heb ik gezeten, heb ik nagedacht, heb ik gezocht naar de bedoeling van het leven. Sterker nog, daar heb ik haar ook gevonden. Alleen ik onthoud haar zo slecht.

Als er een ideaalbeeld is, een paradijs dat is of dat gaat komen, een bedoeling in de ontwikkeling van ons allen, dan staan mijn foto’s daar symbool voor. Als de Venus of de David, wiens gezichten het lijden van de mens vereeuwigen met een gelukzalig verlangen. Het individu dat opgaat in de omgeving, dat naar de natuur kijkt en ziet dat het goed is. Ze begrijpt haar niet, maar weet dat ze bij elkaar horen. De ÚÚn verheugt zich in de ander.

Wanneer ik naar ze kijk, herinneren die foto’s mij aan het gevoel dat ik daar had. Ook al vergeet ik het zo vaak, als ik mij even concentreer dan vind ik ergens in mijzelf de essentie van mijn gedachten. Gedachten die zweven over alle tijden, die de ontwikkeling van mij en mijn voorvaderen zien, en weten dat alle ogen die over dezelfde wereld keken ooit dezelfde traan hebben gelaten. Een traan van vreugde, dat ondanks alles wat er om ons heen gebeurd, dat ondanks alles wat de mensheid creŰert en vernietigd, er altijd de basis is waar wij allen naar kunnen terug gaan.

Alleen zijn op de wereld. Alleen in een overweldigende natuur. Alleen met een wereld die nooit door mij geschapen kan worden, maar enkel groeit door een fantastisch ingenieus systeem. Een systeem dat al miljoenen jaren functioneert, met en zonder ons, en dat nog miljoenen jaren zal doorgaan, lang nadat wij zijn verdwenen. Waarin alles samenhangt en niets zonder het ander kan bestaan of vergaan. Die foto’s herinneren mij er telkens weer aan welke gedachten komen uit de collectieve waan van alle dag, en welke gevoelens er werkelijk toe doen. Mij helpen ze bij elke keer weer aan broodnodig perspectief en relativering: ‘What would I do when I was there, on top of that Mountain.’

Als ik dit beschrijf moet ik moeite doen om niet te vervallen in het aloude liedje; ‘dat zou iedereen moeten doen, daar worden we beter van.’ Dan ben ik geen haar beter dan de imam in de minaret, de dominee op de kansel, Bush in het witte huis. Te vaak denk ik het beter te weten, terwijl ik alleen maar naar de foto hoef te kijken om te weten dat een ademloos genieten van de wereld waarop ik leef alles is wat nodig is.