Wat een kutdagen

Ik heb een hekel aan zondagen, ook aan maandagen trouwens, wat een kutdagen zijn dat. Neem nu de zondag, het einde van de wereld lijkt het wel; alle winkels dicht en geen hond op straat. Iedereen ligt op bed te meuren of hangt met een ongewassen smoel voor de tv, allemaal chagrijnig natuurlijk, want de nacht ervoor hebben ze zich helemaal lam gezopen en stinken ze om die reden ook nog behoorlijk uit hun muil.

Rust wil ik, alleen maar rust. En stilte. Maar dat kan niet op zondag, nooit op zondag, op zondag is het nooit rustig en stil. Het begint altijd met die ettertjes van de buren, die hebben al heel vroeg in de ochtend vrij spel. ADHD patiŽntjes lijken het, zo erg gaan ze tekeer, stampen op de vloer, gooien met deuren, gillen en schreeuwen, ruzie maken om een zielig stuk speelgoed, een flinke dreun voor hun kop moesten ze hebben, allemaal.
Als de buurman klaar is op de wc – ik hoor het aan die walgelijke geluiden, aan het geborrel en geplop - moet ie de boor pakken: het keukenkastje van Ma wordt eindelijk eens gemaakt. Dat kan alleen maar met lawaai, met hťťl veel lawaai, en met vloeken en tieren, want Pa heeft vannacht geen seks gehad en veel te veel gezopen. Bovendien heeft hij enorme koppijn en dat is te horen ook. Is hij gewoonlijk al zo onhandig als de pest, is dat op zondag nog veel erger. Wel honderd keer zet ie die boor erop en even zoveel keer schiet ie uit met dat klereding: het is de schuld van Ma, zoals altijd, met alles. Ze wordt grof afgeblaft en die vreselijke etters krijgen eindelijk die verdiende dreun, veel te hard natuurlijk.
Even, hťťl even maar, is het stil en dan begint het, het geblŤr, die vreselijke hoge geluiden, ik houd het niet meer uit in bed.
De buurvrouw begint ook te huilen, een echte jankerd is het, kan nooit eens normaal praten, zeurt altijd, ook tegen mij. Of mijn muziek niet wat zachter kan, zij krijgt hoofdpijn van Moby en of ik die stront in haar moestuin eens wil opruimen, dat heeft mijn kat namelijk gedaan, ja, natuurlijk, die heeft het ŗltijd gedaan. Nou, Ťcht niet dus, kom maar eens met keiharde bewijzen, trut! Haar hond heeft trouwens mijn dure coniferen kapot gezeken en haar klierige zoontje een diepe kras op mijn auto gemaakt, met die kutstep van hem, dus eerst maar eens zelf over de brug komen en anders oprotten bij mijn voordeur.

Op maandag ben ik niet uitgerust, nooit. Op maandag sta ik altijd in een file, ťťn om de wijk uit te komen en ťťn als ik er weer in wil. En altijd sta ik dan naast zo’n goorlap, waarnaar ik niet zou moeten kijken, wil ik niet nÚg een kras en ooit nog een fatsoenlijke prijs voor mijn Fiat krijgen.
Wat een goorlap precies is? Een goorlap lijkt een keurige zakenman, het type dat er om door een ringetje te halen zo netjes uitziet, maar in feite een gore smeerlap is, zo ťťn die zijn vinger ongelooflijk ver in zijn neus brengt, hem daar flink laat rondraaien, er een behoorlijke pulk uithaalt, die uitvoerig bekijkt, tot een balletje rolt net zo lang tot die keihard wordt, om het daarna weg te schieten, zo ver mogelijk, meestal tegen mijn auto aan. En durf niet te beweren dat ik overdrijf, want ik hoor die tik, altijd, ik hoor altijd Šlles.
Als ik een man was, een heel sterke man, dan sleepte ik zo’n goorlap uit zijn kar en stopte ik zijn vingers in de gloeiendhete uitlaat, ťťn voor ťťn en heel diep, en dan zou ik ze allemaal laten ronddraaien tot ze rond en heel hard worden… nou ja, in ieder geval zou ik ervoor zorgen dat hij nooit meer zo onbehoorlijk in zijn neus graait.

Op mijn werk is het op maandag ook nooit leuk. Mijn baas loopt, zodra hij verschijnt, zo rond een uur of tien, meteen te stressen en zich af te reageren. Hij heeft dan meteen al een flinke baal kauwgum in zijn bek, dit om zijn kegel te maskeren. In feite is het ook een goorlap, hij kauwt met open mond, doet ie altijd trouwens. Die smakgeluiden zijn nog wel te verdragen, maar ik hoef echt niet te weten wat hij als ontbijt heeft gehad.
Een moraalridder, een fatsoensrakker is het, altijd kankeren en klagen, totaal onverdraagzaam wat anderen betreft, maar zelf gluurt ie ook de hele dag naar porno op zijn computer. Je durft nog amper in zijn kantoor te komen als vrouw alleen. En heeft ie weer zo’n leuke site gevonden, zijn z’n smerige opmerkingen niet van de lucht. Ik erger mij er kapot aan, maar net als de anderen durf ik er niets van te zeggen, schijterd als ik ook ben. Ik heb mijn baan hard nodig, als ik tenminste ooit nog een fatsoenlijke Fiat wil kopen.
Maar de anderen schijnen het ťcht leuk te vinden en doen er allemaal vrolijk aan mee, hoe schunniger en gewaagder de opmerking, des te harder wordt er gelachen. Er zijn toch wat seksueel getinte opmerkingen betreft helemaal geen taboes meer.
Ik maak het dagelijks mee, dan sturen ze mij een of ander kutmailtje en vragen ze of ik daar geil van wordt. Of ze bellen mij op en informeren langs neus en lippen weg of ik anale seks heb gehad. Nee dus, en al was het zo en vond ik het lekker, dan nog houd ik het privť, goorlappen dat het zijn, allemaal, stuk voor stuk.

Dinsdag wordt weer een fijne dag, een heerlijke dag bovendien, dat weet ik zeker, want dan heb ik niet meer zo’n last van mijn kater en komt mijn vriend weer thuis. Eindelijk, want het valt niet mee, hoor, twee dagen zonder seks…