Column: Spelen met de vijand

Achter mijn huis ligt sinds kort een jeu de boules-baan. Een poging van de gemeente om het hele buurtje weer wat socialer en betrokkener te maken. De Franse romantiek van ballenwerpende oude mannen met snor in de warme avondzon. Ik moet zeggen dat ik de klap nog niet helemaal te boven ben.

Hoezeer ik mijn best ook doe, ik ben er tot op heden nog niet in geslaagd om een voorstelling te maken die ook maar enigzins in de buurt komt van een vrolijk groepje jeu de boulende buurtbewoners. Daarvoor liggen onze onderlinge verhoudingen ietwat te gespannen. Om te beginnen kennen wij hier de alom bekende burenruzies. Niets mis mee. Gezond zelfs. Helaas weten de buurtdames nogal van roddelen en is je degelijke tweemansruzie binnen no-time vermenigvuldigd met vijf. Er vormen zich dan twee kampen aan het front, met hier en daar wat overlopers die al ja-knikkend je koektrommel leeg proberen te eten, om de volgende dag bij de buren met de kinderen te gaan spelen.

In rustigere tijden mijdt men elkaar het allerliefste zoveel mogelijk. Dat verklaart ook weer direct de rustigere tijden. Soms is een confrontatie echter onmogelijk, omdat buurman Jacobs zijn auto de hele dag aan het wassen is en mevrouw De Vries toch echt een keertje naar de groentenboer moet. Vaak wordt het weerzien dan door beiden afgedaan met een ongemeend knikje, of een halfzacht 'hallo' (meestal 'lo', want 'ha' klinkt zo opgewekt). Heel af en toe krijgt men opeens het besef in de hoofden, dat al dat ruzie maken en doodzwijgen maar een beetje kinderachtig is. Het gevolg is dat mevrouw De Vries buurman Jacobs, die zijn auto aan het wassen is, passeert en uit geforceerde vriendelijkheid zegt: 'zo, bent u uw auto aan het wassen?'. En er was weer ruzie. U ziet, het is hier bepaald geen Disneyland.

De mensen in mijn omgeving zijn ook gewoon te verschillend om samen balspelen te doen. Ik zal u een korte indruk van die diversiteit geven, door drie markante buurtbewoners te beschrijven. Op de hoek woont Frans. Is met pensioen. Zit drie keer per jaar in Frankrijk. Is lid van een wijnclub en gaat al twee jaar vreemd met een jongedame van de tennisvereniging. Niet veel verderop woont Godelieve, een wandelende pyjama met zes verschillende soorten eetstoornissen. Verder weet niemand iets van haar. Op veilige afstand van Frans en Godelieve woont het gezin Koopman. De Koopmannetjes, Rogier en Elsemiek, hebben een mooie Rover (een 'Reuver' als het aan Rogier ligt) en doen niet aan goede doelen, maar aan 'charity'. De drie hoogblonde dochters gaan gekleed in streepjespolo's met ferme kraag en worden graag beestachtig geneukt bij de plaatselijke studentensociŽteit. Alleen de prille Eva zoekt de bevrediging van haar lusten nog wel eens op de tennisbaan. Bij Frans dus.

Die diversiteit zorgt zelden voor een goed gesprek binnen de buurt. We zijn allemaal eigenheimers. Het is ieder voor zich. We zijn allemaal wellustige jagers naar hetzelfde voedsel. Behalve Godelieve dan, die eet niet. In dat opzicht zijn we niet eens zon vreemde buurt. Het gebeurt namelijk in heel Nederland. Behalve wanneer de trein vertraging heeft. Op dat moment vinden alle stille aanwezigen het nodig om tegen elkaar te gaan praten. 'Dat is echt de NS weer..sjonge jonge jonge jonge...' Natuurlijk is dat de NS weer, denk ik dan, met welke maatschappij kan je hier anders rijden? Maar flikker gerust op naar de Duiste spoorwegen als je daar gelukkiger van wordt.

Maargoed. Ik dwaal af.

Dat gebrek aan communicatie binnen de buurt lijkt een belangrijke factor voor het mislukken van ons jeu de boules plezier. We vinden elkaar gewoon niet aardig. Dus over de opvattingen van de spelregels zal ongetwijfeld een ruzie ontstaan, die uiteindelijk gewonnen zal worden door Frans. Dit onder het motto 'ik ben het meest in Frankrijk geweest, dus ik kan het weten'. Dan is het natuurlijk nog maar te hopen dat er niemand op het idee komt om tijdens de ruzie zijn onvrede te versterken door het in het rond werpen van jeu de boules-ballen.

Maar misschien moet ik gewoon niet zo sceptisch zijn. Misschien zijn we allemaal wel minder zonderling dan ik denk. Zou ik me vreselijk vergist hebben in onze buurtmensen? Sterker nog, zouden ze misschien op dit moment niet al uren aan het jeu de boulen zijn met elkaar? Dat ze schaterlachen om flauwe grappen, wijn drinken, ballen gooien, dansen en zingen tot de zon ondergaat? Ik ren naar buiten en met mijn haren door de war kom ik aan bij de jeu de boules-baan. Niemand. Ik besluit aan te bellen bij Frans. 'Dag Frans. Ik ben bereid mijn twijfelachtige kijk op het jeu de boules-spel om te zetten tot iets positiefs. Laten we gaan jeu de boulen Frans. Doe je mee?'

Korte tijd later zijn Frans en ik aan het ballenwerpen onder de warme avondzon. Ik sta er voor het eerst bij stil dat Frans een snor heeft. Nooit echt opgemerkt eigenlijk. Zo zie je maar hoe goed je elkaar leert kennen door zo'n jeu de boules-spel. Frans gooit sierlijk. Met een oogstrelende boogbal ketst hij mijn geluksbal weg van het kleine knikkertje. Frans doet goede zaken. 'Puike bal FranÁois!', roep ik naar hem. 'Oui, oui, trŤs bien', roept hij me terug. Ik dank de gemeente op mijn blote knieŽn voor het aanleggen van deze ultieme speeltuin. Merci beaucoup.