Geen wereldrecord, wel toptijden in kletsnatte marathon Berlijn

De marathon van Berlijn heeft geen wereldrecord opgeleverd. Daar werd een klein beetje op gehoopt, omdat met de Ethiopiër Kenenisa Bekele en de Kenianen Wilson Kipsang en Eliud Kipchoge drie van de vijf snelste mannen ooit aan de start stonden.

Het tempo zat er in de eerste kilometers uitstekend in, vooral onder leiding van gangmaker Sammy Kitwara. De kopgroep liep tot zo'n twintig seconden onder het schema van Dennis Kimetto's wereldrecord uit 2014 (2:02.57), maar kort na het passeren van de halve marathon moest Bekele afhaken. 

Daar bleef het niet bij: na zo'n dertig kilometer hield Kitwara het zoals gepland voor gezien, maar ook Kipsang gaf er de brui aan. De Keniaanse oud-wereldrecordhouder bleek ziek en kon zijn weg niet voltooien.

Zo bleven er nog twee lopers over: olympisch kampioen Kipchoge en de verrassend sterke Ethiopische marathondebutant Guye Adola. Het wereldrecordschema moest het duo laten gaan - Kimetto liep destijds vooral tussen 30 en 35 kilometer gruwelijk hard - maar de strijd om de winst werd spannend.

Niet ver voor het einde leek Adola er vandoor te gaan, maar Kipchoge liet dat niet gebeuren en sloot toch weer aan. De Keniaan wachtte even en in de laatste twee kilometer sloeg hij toe: als eerste kwam hij onder de Brandenburger Tor door op weg naar de finish, waar hij in 2:03.32 uur passeerde, de zevende tijd ooit gelopen.

Adola hield overigens nog goed stand en brak niet: met 2:03.46 uur eindigde hij als tweede in de snelste 'legale' debuutmarathon ooit gelopen. Met 2:04.16 stond dat op naam van Kimetto (Berlijn 2012), terwijl Moses Mosop in 2011 2:03.06 liep in Boston, waar het parcours teveel heuvelafwaarts gaat om als officieel record te tellen.