Dit zijn alle columns die Michel (methodmich) voor FOK! geschreven heeft. Klik op de link rechtsonder de intro om de column te lezen.
Soms kom ik hem ineens tegen. Laatst nog, zomaar in de supermarkt. Het blijft vreemd om hem te zien lopen. Wim Jansen is namelijk zo ongelooflijk gewoon. Hij is bijna de Frans Bauer onder de vaderlandse voetbalhelden. Misschien speelt hij wel een rol, al kan ik het me niet voorstellen. In dat geval verdient hij een kans als acteur. Wie Wim Jansen ziet, heeft nooit het gevoel dat daar een man loopt die geschaard wordt onder de beste voetballers die Nederland voortgebracht heeft. Hij miste natuurlijk de pure klasse van een Cruijff of het authentieke van een Van Hanegem. Wim Jansen was gewoon een goede voetballer.
Mooie voetballer, die Afonso Alves. Kwam binnen als duurste transfer ooit, maar maakte razend snel indruk. Trainer Verbeek, scheidend voorzitter Van der Velde en diverse supporters wisten het al na een paar oefenduels: Afonso Alves wordt een sensatie.
Beleidsplannen zijn populair in het hedendaagse voetbal. Hele documenten worden geschreven, haast uit de voegen barstend van ambities en daaraan gekoppelde doelstellingen. Neem Amsterdam, waar Henk ten Cate bij het tekenen van zijn contract liet optekenen in de twee jaar waarin hij bij Ajax zou gaan werken, minstens één keer kampioen wilde worden. Lukt dat nu niet, dan moet het volgend seizoen dus gebeuren. Dan is het 2008 en zoals bekend gaat Feyenoord dan al voor de titel, om het honderdjarig bestaan extra luister bij te zetten. Wie Feyenoord ziet, vreest nu al voor deze doelstelling.
Zomaar een wedstrijd uit de hoofdklasse A van het zaterdagamateurvoetbal. Heerjansdam heeft zojuist de streekderby tegen Kozakken Boys verloren met 3-2, waarbij het een 2-0 voorsprong in de slotfase volledig uit handen geeft. Dit terwijl Heerjansdam deze op het oog riante marge al na een half uur had bereikt. De geplaagde trainer van de bezoekers verzucht tegen een journalist dat hij "wel weer verkeerd gewisseld zal hebben." Hier gaat een hele geschiedenis aan vooraf, maar Cees Lagendijk doelt hier op de kritiek die voorzitter Janus van Peenen in de media regelmatig geeft.
De titelstrijd in de Nederlandse eredivisie is weer helemaal open. Leek het er halverwege op dat PSV omstreeks deze periode alweer een nieuw kampioenschap gevierd zou hebben, zo anders is het nu. Een gehavend PSV kreunt onder de last die een te kleine selectie heet en ziet de achtervolgers dichterbij komen. Het zou zo maar kunnen dat er straks alsnog een feest wordt gevierd in Amsterdam en dat had werkelijk niemand nog gedacht. De opmars van Ajax kan dan ook niet los worden gezien van de terugkeer van Edgar Davids. De verloren zoon kwam, zag en bracht het topsportklimaat terug in Amsterdam.
Wie kent ze niet, de verrassingseieren? Als kind was het altijd weer een spannende belevenis. Je kocht het ei, haalde zo vlug als je kon de oranje met witte verpakking er vanaf en deed eigenlijk hetzelfde met de chocola. Die was namelijk helemaal niet zo lekker. Merkte je het als kind niet, dan toch later, wanneer je andere chocolade tot je nam. Daar ging het dan ook niet om. Het ging om de inhoud! Vol spanning draaide je het gele kokertje open, dat uit het ei was gekomen. Met gladde handen van de spanning en de chocolade, dus het lukte niet altijd in één keer. Eenmaal open vond je het cadeautje. Dikwijls een bouwwerkje of een poppetje, met een onduidelijke beschrijving. Eigenlijk viel het altijd tegen en was de verwachting spannender geweest dan het uiteindelijke resultaat. Een beetje het gevoel dat de Nederlandse voetballiefhebber krijgt bij het nationale elftal, sinds Marco van Basten de scepter zwaait.
Het was aan het einde van de jaren tachtig. Roemenië was in de aanloop naar de totale bevrijding, maar zuchtte nog onder het bewind van Ceaucescu. Wij hadden er als jongetjes van rond de tien geen weet van. Wat wist je wel, behalve het strikt noodzakelijke? We gingen naar school en tussendoor voetbalden we.
"Shit!" Het was de hartgrondige reactie van PSV-trainer Ronald Koeman, toen hij vorige week op televisie zag hoe het lot zijn club in de kwartfinales van de Champions League aan Liverpool koppelde. Die ploeg kwam de Eindhovense formatie namelijk in de eerste ronde ook al tegen. Naast het feit dat het resultaat over twee wedstrijden toen in Engels voordeel uitviel, vond Koeman het vooral jammer dat het voor de supporters en de spelers geen nieuwe tegenstander werd. Dat is gewoon leuker. PSV zal het er echter mee moeten doen.
Het is weer zaterdag en Henk is vanmorgen met zijn sporttas vertrokken richting het sportpark. Daar brengt hij de dag door bij zijn eigen clubje, waar hij nu al meer dan veertig jaar komt. Henk is er begonnen als voetballend jongetje. Hij dartelde door zijn pupillentijd, stampte zich als junior een weg richting senioren en kende zijn mooiste moment als voetballer toen hij mocht invallen bij het eerste elftal.
Aan een Babylonische spraakverwarring heb ik in het begin van het lopende voetbalseizoen vaak moeten denken als het over Willem II ging. De nette Tilburgse vereniging, die onder Co Adriaanse nog zo succesvol in de Champions League belandde, kende vorig seizoen een rampjaar.
Ze behoren helaas tot een uitstervend ras in het hedendaagse voetbal, de nummers tien. De creatieve geesten, die als meest vooruitgeschoven middenvelder of kort achter de spits hun kunsten vertonen. De tovenaars, die uit het niets gevaar weten te stichten door een tegenstander te passeren of ineens met een ingenieus passje te komen.
Kort voor de winterstop kende Vitesse-trainer Aad de Mos binnen een week een Aadje lacht, Aadje huilt moment. Toen het sinds de zomer door hem getrainde elftal tegen Ajax een schier hopeloze 0-2 achterstand bij rust omboog in een 4-2 zege, kon De Mos logischerwijs zijn geluk niet op. Het heerlijke hupje waarmee hij de belangrijkste treffers van die wedstrijd vierde, werd op het laatste moment nog toegevoegd aan de leukste voetbalmomenten van 2006.
Vorig seizoen was hij dé man: Klaas-Jan Huntelaar, spits van Ajax. Na een fantastische eerste seizoenshelft bij Heerenveen stapte de nuchtere goaltjesdief over naar Amsterdam. Ajax maakte een zwak seizoen door en snakte naar verlossing. Huntelaar kwam, zag en overwon. Zijn treffers hielpen Ajax in de juiste richting en de club kwalificeerde zich dankzij het vreemde fenomeen play-offs alsnog voor de voorronde van de Champions League. En passent veroverden de Amsterdammers de beker, uiteraard met Klaas als scherprechter in de finale. Huntelaar was de grote held!
Voetballer Luigi Bruins van Excelsior dankt zijn in ons land niet alledaagse voornaam vermoedelijk aan de Italiaanse roots van zijn moeder en niet aan het computerfiguurtje. Bruins brak vorig seizoen ineens door en speelde een voorname rol in de promotie van de Kralingers naar de eredivisie.
Zuchtend draait hij zijn auto de Autobahn op. Het duurt niet lang tot de eerste wagens hem voorbij scheuren. Volkswagens, overal. Ze benadrukken nog maar eens dat hij in de buurt van Wolfsburg is. Daar waar hij bij de plaatselijke voetbalclub werkt en straks weer moet trainen. Inderdaad, moet, want de lol is er voor Rick Hoogendorp al lang vanaf. De sessie die zal volgen resulteert toch weer in een plaats op de bank. Als hij geluk heeft dan, want evengoed wacht de tribune. Een jaar geleden ging hij het avontuur vol goede moed aan, maar het is totaal niet geworden wat hij toen had gehoopt. Hij is verworden tot een voetballer die er niet toe doet.
Vorig seizoen bezocht ik de wedstrijd tussen Sparta Rotterdam en PSV. Samen met drie vrienden had ik plaats genomen op de Denis Neville tribune. Dat is vaste prik tijdens onze bezoekjes aan Sparta. Het is een tribune vol verschillende mensen, waarop je als relatieve buitenstaander je ogen uitkijkt. Tegen PSV zat er een bloedfanatieke Spartaan achter ons. Hij schreeuwde negentig minuten lang, vloekte en tierde op de scheidsrechter en de gasten uit Eindhoven en zong om het hardst de Sparta-liedjes. Het was even na rust toen ik samen met een ander voorzichtig een Glazenwasser, glazenwasser, glazenwasser olé olé inzette. Midden in een vloek nam onze achterbuurman het lied over.
Er zijn wel eens mensen die zeggen dat hij er sullig uitziet. Ze vinden hem zelfs wel eens op Mr. Bean lijken. Misschien hebben ze dan nog wel gelijk ook. Toch klinkt dat zo negatief. Zelf zou ik eerder zeggen dat hij oogt als een goede lobbes. In weinig blijkt dat je hier wel te maken hebt met één van de Griekse helden van het Europees kampioenschap voetbal in 2004.
Het was vorige week zaterdag, 2006 liep al richting het einde. De sensatie van de eerste seizoenshelft in de eredivisie, FC Twente, was op bezoek in Rotterdam. Sparta was met 3-0 veel te sterk voor de Tukkers. Hoewel FC Twente na een rode kaart in de tweede helft de kansen op de gelijkmaker nog verder zag afnemen, was het gezien het wedstrijdbeeld een goede uitslag. Sparta verdiende de overwinning, die extra verrassend was gezien de demonstratie die FC Twente eerder in de week had gegeven. Toen werd het snoepje van voetbalminnend Nederland in de laatste jaren, AZ, met dezelfde cijfers kansloos naar huis gestuurd. De klap die Sparta uitdeelde was wellicht de meest daverende die rond de jaarwisseling in Spangen te horen is geweest.
Timmy Simons, nuchtere Belgische middenvelder. De man die Johann Vogel kwam vervangen in Eindhoven. Vogel, dat was veruit de saaiste voetballer uit de eerste divisie ooit. Nam nooit eens risico, altijd maar plichtmatig schuiven. Simons leek in eerste instantie wel wat op hem, maar al snel toonde de aanvoerder van de Rode Duivels aan dat hij meer in zijn mars had.
Hypes, je ontkomt er niet aan. Wie een beetje van muziek houdt, struikelt over de bandjes die als snoepje van de week betiteld worden. Met name de Engelse pers heeft er een handje van bands, al dan niet uit chauvinistisch oogpunt, vanuit het niets de hemel in te schrijven. Als andere media, de radio en de consument het dan oppikken is er een hype geboren, die vaak even snel weer sterft. Sommige bands zijn zelfs al weer gevallen zodra hun naam in de kolommen van de muziekpers opduikt. Don't believe the hype, wil men dan ook wel eens zeggen. In het voetbal is het al niet anders.
Deze week las ik twee interviews in de krant, met zomaar twee spitsen. Qua leeftijd ontlopen ze elkaar nauwelijks iets, maar hun loopbaan verschilt hemelsbreed. De eerste stond ooit te boek als het grootste talent van Ajax, terwijl de tweede altijd heeft moeten strijden tegen vooroordelen. Van hem werd steeds gedacht dat hij het niveau niet aan zou kunnen.
Wie hier in de regio wedstrijden van amateurclubs bezoekt, moet hem kennen. Federico Firelli, Braziliaan van geboorte. Hij woont al sinds zijn tiende in Nederland, vertelt hij aan wie het maar wil horen. Vrijwel niemand kent zijn voornaam, helemaal niemand gebruikt die. Hij heet Firelli, voor iedereen. Een jaar of dertig, lichtgebruinde huid, zwarte krulletjes en een klein baardje.
In zijn periode als trainer van Ajax was Ronald Koeman regelmatig te gast bij Voetbal Insite. Vaste analyticus Johan Derksen kreeg dan telkens de vraag voorgelegd of Ronald Koeman een toptrainer was. Altijd zei Derksen dat Koeman dat nog steeds niet was. Die bewering was destijds niet eens zo onterecht. Koeman boekte successen bij Ajax en presteerde cijfermatig het best van de recent in Amsterdam werkende coaches. Toch kon hij zijn karwei niet fatsoenlijk beëindigen en stapte hij zelf voortijdig op, al dan niet om zijn ontslag voor te zijn.
Wie enkele weken geleden de beelden van AZ – FC Utrecht zag wist genoeg. Het shot van een goedkeurend knikkende bondscoach Marco van Basten en zijn trouwe maatje John van 't Schip sprak voor zich. Marco bekeek AZ en zag David Mendes da Silva excelleren. Een selectie kon dan ook niet uitblijven. Wacht even, zo constant speelde die aanwinst in Alkmaar toch niet? Klopt, de Rotterdammer had even een aanloopperiode nodig. Maar constante prestaties zijn al jaren geen argument meer om een invitatie voor Oranje te ontvangen. Het Nederlands elftal is een schoolklas geworden, die het einddoel telkens uitstelt. In dat licht bezien was de selectie van David Mendes da Silva volledig logisch.
In het jaar 2000 streek hij neer in de Nederlandse eredivisie. De Griekse spits Ioannis Anastasiou kwam van Anderlecht in België en kende een waanzinnig eerste seizoen. In Kerkrade hervond de Griek het plezier in het voetbal én zijn oude vorm. Negentien keer liet hij de aanhang van Roda JC juichen voor een goal van hem, de man die bij Anderlecht zo weinig speeltijd had gekregen. Ioannis Anastasiou had er drieëneenhalf seizoen opzitten in Kerkrade, toen Ajax hem naar Amsterdam lokte.
Kennedy Bakirçioglu is één van die voetballers die spelen naar hun naam. Wanneer je zijn naam hoort of leest, verwacht je bij voorbaat al geen bikkelende middenvelder of een eenvoudige voorstopper. Je proeft de artistieke inslag en stelt je een speler voor die vooral wil voetballen. Niet de dapperste strijder, niet de hardste werker, maar wel iemand die wat kan met de bal.
Toen Sparta in 2005 via de nacompetitie alsnog promoveerde naar de eredivisie, was dat voor weinig mensen echt een verrassing. Dat Mike Snoei er niet in was geslaagd om de ploeg via de reguliere competitie de stap omhoog te laten zetten, wekte eigenlijk meer verbazing. Zijn opvolger Adri van Tiggelen deed het vervolgens wel. Sparta dreef dat jaar voor de buitenwacht vooral op het gouden aanvalstrio. Danny Koevermans, Ricky van den Bergh en Rahamat "Riga" Mustapha maakten samen tegen de zeventig doelpunten in de competitie.
Die middag had ik een onwaarschijnlijk doelpunt gemaakt. Bijzonder rap ook, om het nog mooier te maken. We trapten af en ik besloot om na het zetten van drie passen de bal met akelige precisie over de te ver voor zijn doel staande keeper te mikken. Toch zeker veertig meter, maar het lukte. Een unieke prestatie, die ik thuis maar moeilijk kon delen. Dus liep ik op blote voeten.
In deze door Europees voetbal gedomineerde week was er ook nog plaats voor een nieuwsbericht van vaderlandse bodem. Niet wereldschokkend, niet opmerkelijk zoals de roof van ruim honderd middenstippen in heel Nederland, maar nieuws dat bijna schouderophalend ontvangen werd. Het ging hier namelijk om een speler die zijn afscheid aankondigde. Voormalig international Pierre van Hooijdonk, die in Oranje vooral naam maakte door zijn sterke invalbeurten, hangt na dit seizoen de schoenen aan de wilgen in Prinsenbeek.
Ooit gingen wij op reis. Wij, dat waren een stel Nederlandse middelbare scholieren die een buitenlandreis mochten ondernemen in de voorexamenklas. Een bekend fenomeen, dat dikwijls door heel Nederland dezelfde bestemmingen kent. Wie ging er niet ooit naar Parijs, Londen, Berlijn, Rome of Praag?
Lekker langs de lijn bij je favoriete club samen met je vrienden. Het is een wekelijks ritueel waar vele mannen op deze aardbol van genieten. De combinatie van de sport, de gezelligheid en vooral het delen van hetzelfde gevoel maakt het zo mooi. Want die mannen die niet van voetbal houden, die snappen het niet. Om maar te zwijgen over het gros der vrouwen. Menig echtgenote of vriendin breekt zich het hoofd over de passie van man of vriendlief: voetbal.
Er is vrijwel geen wereld waarin de waan van de dag zo regeert als de voetbalwereld. Vandaag een ster, morgen een verschoppeling. Wie geluk heeft ondergaat die metamorfose andersom, maar het is niet gezegd dat je dan weer even hard naar beneden kunt kletteren. Het is best moeilijk om jaren met de rug recht en het hoofd opgeheven door wat men wel eens een jungle pleegt te noemen te wandelen. Er zijn voetballers bij wie je in de loop der tijd de schouders steeds meer ziet inzakken.
Ooit, ja ooit, was Jordi Hoogstrate een groot talent. De jonge Groninger debuteerde als tiener voor zijn club FC Groningen en werd door de kenners al spoedig geroemd. Scouts bekeken zijn duels, knikten gretig en omcirkelden zijn naam in hun notitieblokjes. Soms zelfs met dikke rode pennenvegen.
In Voetbal International is een wekelijks terugkerende rubriek met de welluidende titel Hoe gaat het met. In deze serie krijgen voormalige profvoetballers de mogelijkheid even kort terug te blikken op hun voetballoopbaan. Tevens vertellen ze wat ze na het voetbal zijn gaan doen en waar ze nu mee bezig zijn. Een onderhoudende rubriek, al is het maar vanwege de herkenning.
Gek is dat toch. Soms, vooral als ik bij mijn favoriete voetbalclub langs de lijn sta, bekruipt me een gevoel van weemoed. Dan denk ik terug aan vroeger, toen ik zelf voetbalde. Blijkbaar kan nostalgie er plotseling inhakken, zelfs als je nog maar halverwege de twintig bent. Ik herinner me veel. Tegenstanders, uitslagen, teamgenoten en trainers. Markante ouders, vreselijke scheidsrechters en de nog ergere clubgrensrechters. De ruim een jaar geleden overleden materiaalman, alles. En dus ook Nielsinho.
De voetbalwereld is behoorlijk groot. Wie op wil vallen in het bonte gezelschap spelers, trainers, bestuurders, bondslieden of arbiters, doet er goed aan een verhaal te hebben. Liefst een goed verhaal. De supporters en volgers smullen van de anekdotes over de hoofdrolspelers in de mooiste sport ter wereld.
Vertrouwen. Danko kende het Nederlandse woord wel, maar de betekenis was voor de jonge Serviër de laatste jaren verre van duidelijk geworden. Althans, het beeld dat hij er bij had, lag niet al te dicht bij de waarheid.
Het was in Naaldwijk, op het mooie complex van Westlandia, waar ik hem van dichtbij zag. Wat heet, mijn vrienden en ik zaten op de tribune en hij stond naast de dug-out. Onontkoombaar groot. Wie hem niet zag, hoorde hem wel.
Het is laat in de avond. Aan de bar zit een man. Hij drinkt zijn glas leeg en bestelt een nieuw drankje. Op zoek naar troost drinkt hij veel. Dan begint hij ineens te zingen.
Lange Ad was de naam die wij aan deze jongen gaven. Hij was, niet verrassend, erg lang en heette Ad. Dan gaat het makkelijk. Eerst viel hij voornamelijk op door zijn lengte, maar vanaf de D-pupillen begon ook zijn manier van spelen op te vallen. Lange Ad was een beetje een vervelend ventje.
Laatst was ik bezig de boel hier in huis een beetje op te ruimen. Ik stuitte vervolgens op een doos vol voetbalspulletjes. Kaarten en handtekeningen. Enkele op de kaart, de meeste op stukjes papier. Soms was de inkt zelfs al wat vaag geworden. In een ander geval had ik hier al eens op ingespeeld, bijvoorbeeld op de bal met handtekeningen van de Italiaanse selectie. Die hadden ze er ooit eens opgezet kort voor een vriendschappelijk duel in Nederland, ergens rond 1990. De stift waarmee ik ze had overgetrokken, blijkt een goede te zijn geweest. Handtekeningen verzamelen, typisch een bezigheid uit je jeugd.
Gedurende vakantiedagen, als de zon ons land zo in haar greep neemt als de afgelopen week, denk ik altijd terug aan een jaar of tien geleden. Destijds waren mijn vrienden en ik vijftien, zestien jaar en voetbalden we hele avonden op een veldje in het dorp.
Regelmatig ga ik op bezoek bij Jan en Agnes, hier verderop in de straat. Twee aardige mensen met een zoontje van elf, Jesper. Niets bijzonders, ware het niet dat Jesper blind is. Hij is dit al sinds zijn geboorte, maar Jan en Agnes hebben dit snel geaccepteerd en doen dus ook niet zielig met Jesper. Jesper zelf trouwens ook niet. Hij weet niet beter. Net als zoveel jongens van elf is ook Jesper dol op voetbal en dan vooral op Feyenoord.
Toen de Italiaan Fabio Grosso gisteravond de laatste strafschop de bovenhoek in roste, was het wereldkampioenschap voetbal voorbij. Een maand lang was Duitsland een perfecte gastheer, die alles tot in de puntjes had georganiseerd. Helaas bleef het vertoonde spel ver achter bij dit alles. Sterker nog, het WK van 2006 was helaas niet het spektakel waar miljoenen mensen op hadden gehoopt.
Terwijl het wereldkampioenschap voetbal richting het einde loopt, kunnen we constateren dat er nog weinig echt memorabel voetbal is geweest. Natuurlijk ziet onze grote vriend Sepp Blatter dat anders. Zowel het toernooi zelf als de arbitrage is wat hem betreft het beste ooit. Ach ja, Blatter… Geheel in de lijn van Marco van Basten zal hij zijn eigen aandeel ook vast met een ruim voldoende becijferen. Zeventje, minimaal.
De wereld is nog slechts een week te gast bij vrienden en dan weten we wie zich de komende vier jaar wereldkampioen voetbal mag noemen. Het wordt een Europese aangelegenheid, nu topfavoriet op basis van het spel Argentinië en titelhouder Brazilië in de kwartfinales gewipt zijn. Wie van de vier overgeblevenen moet nu winnen?
Als de achtste finales van het WK één ding hebben uitgewezen, is het wel dat topvoetbal tegenwoordig allang niet meer alleen op speltechnische gronden wordt beslist. Natuurlijk, zonder een behoorlijke techniek, de nodige fysieke kracht en enig tactisch inzicht is presteren op een wereldkampioenschap onmogelijk. Maar als de teams op die gebieden vrijwel gelijkwaardig zijn, komt er iets anders kijken. Iets wat wij Nederlanders dus niet beheersen.
Goed, het deelnemersveld is inmiddels gehalveerd. De strijd om de wereldbeker voetbal gaat de beslissende fase in. Alles wat de zestien overgebleven landen in de poule hebben laten zien, kunnen we vergeten. Elke nederlaag is vanaf nu het einde en dus kun je stellen dat het toernooi nu pas echt begint.
De grootste tegenvaller is toch wel Frankrijk. Ongelooflijk eigenlijk. De wereldkampioen van 1998 leek voorbestemd om de voetbalwereld jaren te domineren, maar op de Europese titel van 2000 na is dat bij lange na niet gelukt. Vier jaar geleden waren zij wat Brazilië nu was. Titelverdediger en gedoodverfd winnaar. Wie zou de Fransen stoppen?
Zo, we zijn inmiddels een week onderweg. Na vandaag zitten we zelfs al over de helft qua pouleduels, dus dat schiet al lekker op. Alle ploegen zijn in actie geweest en zo begint er langzaam een beeld te ontstaan van de kracht van de verschillende landen. Er zijn zelfs al beslissingen gevallen en dat is wel eens anders geweest.
Was het op de openingsdag nog de doelman van Ecuador die indruk maakte met zijn beschilderde wangen, enkele dagen verder in het toernooi hebben we alweer de nodige andere randzaken gezien. Guus Hiddink bijvoorbeeld, die ongekend fel was in de richting van de vierde official maandag. Of Peter Crouch, de houterige Engelse spits met camouflageschoenen. Geweldig idee, je voetbalschoenen in de kleur van het gras. Niemand kon zo de voeten van Peter zien en dus zou hij onvoorspelbaar worden. Ach, dat soort snufjes, daar word je toch zo moe van.
De kop is eraf. Het wereldkampioenschap voetbal in Duitsland is begonnen, eindelijk! Gisteren werden er twee duels afgewerkt in groep A en we mochten gelijk al acht doelpunten bewonderen. Dat kan veel minder. Sterker nog, nimmer was het openingsduel van het WK zo doelpuntrijk. Goed, dit lag natuurlijk wel aan de matige defensies van de ploegen die we gisteren in actie zagen.
Met het wereldkampioenschap voetbal voor de deur duiken er weer overal voorspellingswedstrijden op. Ook FOK! doet er met de eigen WK Pool vrolijk aan mee. Lastig natuurlijk, vandaar enkele gratis tips aan de vooravond van het WK. Want u denkt toch zeker niet dat alle deelnemende landen kampioen kunnen worden?
De oranje attributen zijn al niet meer aan te slepen, zodat we Marco en de mannen optimaal kunnen steunen. Thuis voor de buis, in de kroeg of in het stadion, we zullen er staan. Een extra leuk tintje aan het WK is echter de presentie van vier Nederlandse bondscoaches. Wie zal er, hopelijk op Marco van Basten na, het verst gaan komen?
Duitsland is een groot voetballand. Of moeten we zeggen: was een groot voetballand. Want in de voorbespiegelingen voor het aankomende wereldkampioenschap, dat nota bene in Duitsland wordt gehouden, ontbreekt de ploeg in alle favorietenlijstjes.
Rare term, breekijzer. Uitgevonden voor een speler die een wedstrijd die in het slot zit moet openbreken. Vaak door een beetje in de buurt van het strafschopgebied te gaan rommelen. Beetje duwen, koppen naar de in alle wanhoop geschoten hoge ballen. Soms valt er dan eens een bal goed en dan is het fenomeen breekijzer weer even in zwang. Dat een breekijzer statistisch gezien eigenlijk geen waarde heeft, vergeten we dan maar even.
Alleen zit hij in de huiskamer, zijn woning spaarzaam verlicht door een tweetal brandende lampen. Licht in de duisternis, het is misschien wel de juiste symboliek. Altijd heeft Björn van der Doelen het gezien, ook als het alleen maar donker leek te zijn.
Jongens die in hun jonge jaren door niemand talentrijk worden geacht uiteindelijk zelfs international worden. Het mooiste verhaal vind ik nog altijd dat van Jerrel Hasselbaink. Hij werd als jonge speler afgeserveerd bij de Nederlandse profclubs. Een voormalig trainer van hem beschouwt het wegsturen van Hasselbaink met de woorden "hij kan alleen hard lopen" nog altijd als zijn grootste blunder.
Ons land telt zestien miljoen bondscoaches, wordt wel eens gezegd. Niet eens een vreemde constatering, want het lijkt wel alsof iedereen wel een mening heeft over het nationaal voetbalelftal. Het aardige is dat iedereen die mening ook gewoon mag geven. Natuurlijk bepalen er slechts twee mannen, de heren Van Basten en Van 't Schip. Zij mogen zich daadwerkelijk bondscoach noemen. Blijven er nog altijd 15.999.998 over. Als één van de overblijvers wil ik Marco van Basten dan ook vriendelijk, doch dwingend adviseren de volgende tien spelers te schrappen uit zijn lijst van 33 uitverkorenen.
Het is het voorjaar van 2005. In de kleedkamer van Ajax is de sfeer anders dan anders. De spelers zitten bij elkaar en zijn eens niet verwikkeld in gesprekken over de nieuwste raphit, de laatste snufjes op het gebied van mobiele telefonie, hun droomauto of mooie vrouwen. Nee, na de roemloze aftocht in Europa op een drassig veld in Auxerre is de Arena in rouw gedompeld. Als Ronald Koeman de kleedkamer betreedt, het hoofd licht gebogen en met wallen onder de ogen, vallen alle gesprekken stil.
Klinsmann, die Kahn langer kent dan een paar trainingskampen, was wel zo slim om Kahn niet persoonlijk in te gaan lichten. Stel je voor! Kahn had hem aangevlogen, levend verscheurd en verpulverd tussen zijn enorme handen. Vuurrood en met uitpuilende ogen zou Olli hem te grazen genomen hebben, de bondscoach ondertussen toeschreeuwend dat hij er naast zat.
Edgar Marcelino presenteerde zich als een typisch Portugese speler. Haar keurig in model, langer dan bij de gemiddelde man. Modieus bandje om het uit zijn ogen te houden en op het veld in het bezit van een sierlijke tred. Edgar moest het raspaardje tussen de werkende en ploegende knollen in het oranje worden. Zoals eerder Pius Ikedia deed, daar op de Roosendaalse rechterflank.
Gek toch, dat de voetbalfilosofie van twee buurlanden zo kan verschillen en een groot effect kan hebben op spelers die van beide kanten iets mee pikken. Simon Cziommer is Duitser met Nederlandse trekjes en in eigen land Nederlander met Duitse wortels.
Guus Hiddink vertrekt bij PSV. Dat heeft hij op dit moment al bekend gemaakt of gaat dit spoedig doen. Nadat hij als volksheld uit Zuid-Korea naar Eindhoven terugkeerde, heeft hij ontegenzeggelijk goed gepresteerd. Je kunt van Guus vinden wat je wilt, zijn erelijst spreekt voor zich. Maar waar gaat hij heen?
Een warmbloedige Bosnische jongen die zomaar in Nederland aan komt. Je zou er depressief van worden. Natuurlijk, wij hebben een mooi land, maar het is in niets vergelijkbaar. Haris had de bal en speelde. Dagenlang, vermoedelijk.
Angola. Afrikaans land dat aan de westzijde geflankeerd wordt door de Atlantische Oceaan. Niet direct het eerste land waar je aan denkt als men je vraagt waar je graag zou willen wonen. Burgeroorlogen zorgden voor diepe ellende en erg veel welvaart is er ook niet. Ooit was Portugal er de baas en zo kwam het dat ik met een Portugese naar Angola ging. Het is nu ruim drie jaar geleden, ze ging er naar toe in het kader van een studieproject en ik besloot vrijwillig mee te gaan. Dezelfde Portugese had mij wat van de taal bijgebracht, zodat ik tenminste een klein praatje met de bewoners van hoofdstad Luanda zou kunnen houden.
Racistische uitingen in voetbalstadions vormen, helaas, een probleem dat nog altijd niet is opgelost. De prachtige voetbalsport zou verstoken moeten zijn van het hersenloze gebral van sommigen, die menen dat in de naam van het supporterswezen alles geoorloofd is. In het oosten van Europa komt het regelmatig voor, zo blijkt tijdens duels om de Europacup. Donkere spelers worden begeleid door oerwoudgeluiden. Laat ons in Nederland niet roomser zijn dan de paus, want ook hier komen dit soort uitwassen soms nog voor. Een adequate oplossing voor dit probleem is er nog steeds niet.
Het was vorige week een normale ontmoeting in de Serie A. Een duel tussen AS Roma, bezig aan een indrukwekkende serie overwinningen, en degradatiekandidaat Empoli. Het gepromoveerde Empoli is een klein clubje, dat moet vechten om op het hoogste niveau te blijven. Dit na een goede start van het seizoen. Denk nu niet dat Empoli een club van het kaliber RBC is. Nee, ook de kleintjes van de Serie A halen een aardig niveau. Zie alleen maar spits Francesco Tavano, die bij de Nederlandse topclubs niet zou misstaan.
Arme Klaas Jan Huntelaar, arme Markus Rosenberg, arme Aggelos Charisteas, arme Ryan Babel en arme Ioannis Anastasiou. Uit deze spelers zal Danny Blind komende week de spits kiezen die Ajax tegen Internazionale aan doelpunten moet helpen. Dit houdt automatisch in dat één, of misschien zelfs meerdere van hen, te maken krijgt met Marco Materazzi. Het is niet vreemd als ze nu al slechter slapen.
Alblasserdam. Gehucht in de polder, geflankeerd door de Noord. Er valt weinig tot niets te beleven, voor hen die het niet kennen. Zij die het wel kennen, kunnen het beamen. Ja, er is een bioscoop, terwijl het molencomplex rond Kinderdijk ook landelijke faam geniet. Maar verder is het een dorp zoals er in Nederland nog veel meer zijn. De gelovige partijen maken er de dienst uit. Dat straalt een bepaalde rust uit. De jongens die mogen, gaan op voetbal. Niets bijzonders, totdat er plotseling een Alblasserdammer in de belangstelling komt te staan.
Ooit zag ik een mooie documentaire over Braziliaanse jongetjes in de zogenaamde favela's, de sloppenwijken. Zij voetbalden daar onbekommerd tussen de ellende door en ondertussen maakte de Nederlandse scout Piet de Visser kennis met ze. Hij volgde de jongetjes, zag hun grote talent en maakte ze warm voor een overgang naar Nederland. Anselmo en Leonardo heetten de twee vriendjes en laatstgenoemde ging met ome Piet mee. Ver weg van huis kwam hij op jonge leeftijd terecht in Rotterdam, waar Feyenoord hoopte hem te kunnen opleiden tot een toekomstige wereldster.
De linkerflankspelers van de eredivisie kunnen opgelucht adem halen. Het ziet er namelijk uit dat de schrik van de buitenspelers de competitie gaat verlaten. Het zal geen afscheid in stijl worden, maar meer een vertrek via een zijdeur. Uitspraken in de media vielen niet in goede aarde bij de trainer en dat lijkt nu het einde van Stijn Vreven bij Vitesse en in Nederland te betekenen
Het gaat slecht met Ajax. Bar slecht, kun je wel zeggen. De ploeg stevent af op het slechtste seizoen in jaren, terwijl men als titelfavoriet begonnen was. De ontevreden spelers hopen zich op, evenals het aantal transfervrije vertrekken en het aantal transferverzoeken. Danny Blind rommelt ondertussen maar aan, geeft niemand zekerheid en koopt in een jaar meer spitsen dan menig andere club in drie seizoenen. Dan zoeken de fans - althans, zij die zich zo noemen - een zondebok. Dat lijkt nu Nourdin Boukhari te worden. En dat is niet terecht.
Wat een treurige kerst moet Robert Maaskant gevierd hebben dit jaar. De gewezen kroonprins der oefenmeesters zat helemaal alleen onder de kerstboom en dat had hij zich toch heel anders voorgesteld. De vlot babbelende Maaskant had voor zichzelf een route uitgestippeld naar de top. Na zijn knappe werk bij RBC was papieren subtopper Willem II een logische opstap richting de nationale top. De internationale top zou dan daarna spoedig volgen en zijn ultieme droom, het bondscoachschap, niet veel later.
Al sinds zijn vertrek uit Breda stond vast dat Pierre van Hooijdonk ooit terug zou keren bij NAC. Hij is een deel van de mooie historie van de gezellige Brabantse club. De NAC-fans die ik spreek, denken stuk voor stuk met weemoed terug aan de periode aan de Beatrixstraat. Toen was Pierre er ook spits, draaide NAC lekker en was er vooral dat bijzondere avondje NAC, een fenomeen dat zich moeilijk laat vangen in woorden.
Vandaag nog even door de zure oliebollen heen bijten en het jaar 2005 is weer ten einde. Daarmee ook het voetbaljaar. En dat was weer roerig als vanouds. De hoogste tijd voor een terugblik derhalve.
Neem nu FC Groningen. Prima club. Gebeurt altijd wat daar, in het hoge noorden. Lekker fanatieke fans, een plaatselijk dagblad dat niet schroomt om trainers de volle laag te geven, af en toe breekt er een leuk talent door, er is eens een flamboyante voorzitter, dan weer een leuke trainer.
Vroeger was spelen om de Europacup misschien nog wel leuker dan tegenwoordig. Lotingen tegen teams in verre, barre oorden, waar niemand iets van wist. Een reis naar pakweg Albanië, de voormalige Sovjetunie, het voormalig Joegoslavië of elders in het Oostblok was een heus avontuur. Het ijzeren gordijn deed zijn werk en dus waren de teams onbekend. Vergeelde afbeeldingen van Torpedo Moskou, Partizan Belgrado of Dukla Praag vertellen elk hun verhaal. Mannen met norse blikken, gevangen in het communisme. Ze speelden voor het vaderland en wie ze waren wist niemand.
Spitsen zijn bijzondere heerschappen. De echte spits leeft voor het scoren van doelpunten. Als dit hem enkele duels op rij niet lukt, begint het te knagen. Dan ligt hij te zweten in zijn bed en voelt zich rot. Zelfs verliezen doet hem minder pijn als hij zelf wel het net heeft gevonden. Spitsen die zeggen liever te hebben dat het team wint dan dat ze zelf scoren, zijn leugenaars of hebben hun wieg in Katwijk staan.
Ooit was ik Zwarte Piet, die pepernoten strooide. Ik was best een hele mooie.
Eigenlijk had ik op deze plaats best iets willen zeggen over Salomon Kalou, misschien wel de eerste Afrikaan in Nederland die we bijna smeken om te blijven. Over het feit dat bondscoach Marco van Basten hem al min of meer een plaats in de selectie voor het wereldkampioenschap heeft beloofd en of dat wel zo logisch is. Maar de zin en de noodzaak ontbreekt me even.
Wie is uw favoriete scheidsrechter? Toch niet René Temmink? Laat José Fortes Rodriguez het niet horen. Kom op, wees eerlijk. Iedereen is Luinge-fan!
Gaat Ajax nu alleen nog maar spelers uit de eredivisie kopen? Wat een onzin, straks loop je een tweede Zlatan mis! Wake up, Martin van Geel...
Deze column gaat over Martin Pieckenhagen, want die heeft het verdiend.
Jaja, altijd lachen met Ron Jans.
Sommige jongens worden geboren om voorstopper te worden. Een bal achter het standbeen, een rij scharen, dribbels; het interesseert ze geen zier. Ze willen blubber aan de poten en met een vieze broek het veld af. Ze hopen in hun hart op regen, lekker slidings maken. Ze doen nooit gekke dingen, maar schakelen de spits uit. Desnoods met venijn, maar scoren zal hij nooit, niet tegen hen. Jongens die uiterst bruikbaar zijn in de eredivisie en in een goed klimaat zelfs Oranje kunnen halen. Types als Adri van Tiggelen en als Tieme Klompe.
Je zou maar profvoetballer zijn in Egypte. Een hele goede, die voor de nationale ploeg mag spelen. Zo goed zelfs dat je in een Europese competitie uit mag komen. Dan heb je het goed. Je bent een soort filmster. Tienermeisjes vinden je lief, jonge jongens bewonderen je kwaliteiten. Nee, dan kan je niet stuk. Je zou er haast van gaan zweven. Je bent trots en onschendbaar. Lang leve de cultuurverschillen.
Toen Marco van Basten in de nazomer van 2004 werd aangesteld als opvolger van Dick Advocaat, was één van zijn taken het formeren van een nieuw elftal. Het volk was uitgekeken op enkele spelers en Van Basten moest fris bloed in de ingedutte nationale voetbalelf brengen. Iedereen met een beetje verstand van voetbal weet dat trainers in dat geval altijd terugvallen op enkele routiniers en rond die kern de groep vernieuwen. Dat was met Van Basten niet anders. Door omstandigheden viel Edgar Davids na een tijdje een flinke periode weg en moest Van Basten op zoek naar een andere aanvoerder. Dat werd Edwin van der Sar.
Het selectiebeleid van Marco van Basten is ondoorgrondelijk en voor ons, gewone stervelingen, soms onbegrijpelijk. Vanavond speelt Oranje de cruciale match tegen de Tsjechen, hoewel ook bij een nederlaag kwalificatie nog nabij is. In dat geval dient Macedonië, altijd lastig, thuis verslagen te worden. Zo op de drempel van een mondiaal voetbaltoernooi, een perfect leermoment voor veel jonge spelers en piekmoment voor de gearriveerde sterren, zou Van Basten geen risico moeten nemen. Toch vergat hij weer om iemand te selecteren, waarvan ik al tijden vind dat die er bij hoort.
Aan de vooravond van het huidige voetbalseizoen waren veel kenners het er wel over eens: Ajax zou kampioen worden. Inmiddels hebben de Amsterdammers al acht punten verspeeld en ogen zij wisselvallig. Trainer Danny Blind liet dan ook optekenen dat hij er over dacht een psycholoog in dienst te nemen. Deze zogenaamde mental coach moet de spelers behoeden voor fouten en het nodige vertrouwen geven. De selectie van Ajax mag met de bal op de sofa.
Neem nu afgelopen woensdag, toen mijn favoriete club ASWH het thuis mocht opnemen in de tweede ronde tegen FC Utrecht. Amateurs, wel de landskampioen, tegen een eredivisieclub. Dat zijn de affiches die aanslaan, zeker bij hen die de amateurclub steunen. Vanaf het moment dat HSC '21-speler Dennis van Dijk via het lot ASWH aan Utrecht koppelde, begon het hier al te leven. De voorbereidingen begonnen, via het eigen forum blikten we vooruit en ook de krant kwam deze week met artikelen. Dat FC Utrecht de boel serieus nam, bleek ook wel uit het feit dat John van Loen kwam scouten en met kladblok en al op de tribune plaatsnam bij een competitieduel met Deltasport. Dat de Utrecht-aanhang op diverse forums al over een tweede 0-10 en een makkie sprak, mocht de pret niet drukken.
RBC Roosendaal verbaasde de voetbalvolgers in 2000, door na de nacompetitie te promoveren naar de eredivisie. Deze primeur in het bestaan van de club werd bereikt onder Robert Maaskant, die zijn team in de eredivisie ook fris voetbal liet spelen. Het gevolg was dat men veel complimenten kreeg voor de spelopvatting, maar dat er nauwelijks punten werden behaald en RBC direct weer degradeerde. Maaskant herhaalde in het daaropvolgende seizoen echter het kunstje van 2000 en promoveerde opnieuw via de nacompetitie. Sindsdien bleven de Roosendalers in de eredivisie, hetgeen een prestatie op zich genoemd mag worden.
Misschien is hij wel de beste spits van de wereld, op dit moment. De Oekraïner Andriy Shevchenko, uitkomend voor het Italiaanse AC Milan. Shevchenko is een complete aanvaller, die vanuit elke positie en elke situatie een doelpunt lijkt te kunnen maken. Schijnbaar hopeloze voorzetten promoveert hij tot een goal en als hij alleen op de keeper af gaat, staat die bij voorbaat al bibberend te wachten op wat komen gaat.
Vandaag speelt het Nederlands elftal in het kader van de kwalificatie voor het WK van volgend jaar in Duitsland een interland tegen Armenië. Aanstaande woensdag volgt ook nog Andorra. Het zijn twee duels waaruit Oranje zes punten moet halen en er is eigenlijk niemand die er aan twijfelt of dit ook gaat lukken. Vandaar dat we ons momenteel vooral over de selectie buigen en ons licht laten schijnen over de afwezigheid van Mark van Bommel, afgelopen maandag nog winnaar van de Gouden Schoen in Nederland. Wat echter weinigen weten is dat er een plan Van Bommel bestaat, kort na zijn aantreden ontworpen door Marco van Basten. Ik heb het gelezen en ik ben onder de indruk.
Vorige week zag ik Sérgio scoren. Sérgio is een begaafd technicus van Roda JC, geboren in Brazilië. Sérgio is zeer gelovig en wees dus naar de hemel, na het maken van zijn prachtige goal. Alsof hij ons wilde tonen dat hij hiervoor hulp van boven had ontvangen. Vroeger wilde hij nog wel eens een boodschap onder zijn wedstrijdshirt dragen, op een wit shirt geschreven met een viltstift. Soms zelfs echt laten drukken. Dan lazen we een boodschap die er vaak op neer kwam dat Jezus van ons houdt.
Het was jarenlang vaste prik op zondagavond. Om zeven uur begon Studio Sport. De introducerende riedel was landelijk bekend en presentatoren als Mart Smeets, Humberto Tan en Tom Egbers werden bekende Nederlanders. Het verhaal is bekend: begin dit jaar kocht John de Mol de rechten op het uitzenden van samenvattingen uit onze eredivisie op en sinds vorige week is het voetbal niet meer te zien bij de NOS maar bij Talpa. Het zogenaamde bord op schoot is zijn vaste kok kwijt en de vraag was dan ook of de nieuweling even sterk of nog sterker zou kunnen zijn.
Eind jaren tachtig was het voor Engelse voetbalclubs geen pretje om tegen Wimbledon te moeten spelen. De Londense club kreeg de bijnaam "the crazy gang", vooral vanwege het opvallend harde spel van de spelers. De fans gingen ook regelmatig over de schreef, terwijl men ook een opvallende voorzitter had. Vinnie Jones, één van de leden van dit beruchte team, maakte later zelfs nog een video met daarop zijn hardste overtredingen. De grootste stunt van dit elftal was het winnen van de FA Cup, waarna Wimbledon langzaam wegzakte. Inmiddels heet de club Milton Keynes Dons en speelt men in de betrekkelijk anonimiteit van de lagere Engelse profdivisies.
Ooit kocht ik een glazen bol bij zigeunerin Socceria, speciaal om te kunnen zien hoe het in nieuwe voetbalseizoenen zou vergaan. Het was een koopje en de bol bleek niet altijd even betrouwbaar. Zo tipte die toch echt Ajax als kampioen vorig seizoen en Frankrijk als winnaar van het EK 2004. Desondanks wil ik je de beelden die ik in mijn glazen bol zag omtrent het nieuwe eredivisieseizoen niet onthouden. Want dit is wat ik zag:
We waren behoorlijk goed, al zeg ik het zelf. Wij, ons voetbalelftal, bestaande uit wat je als nuchtere polderjongens zou kunnen betitelen, ware het niet dat we niet in de polder woonden. Een dozijn jonge mannen, die een gedeelde voorliefde hadden voor het voetbal. Jaren speelden we samen, op de zaterdag. Op die dag vergaten we even onze doordeweekse bezigheden, die varieerden van het oeroude en keiharde bestaan van stratenmaker tot het in grappen vaak tot minieme bezigheid teruggebrachte werk als ambtenaar. In ouderwetse romans had men ons misschien wel blozende oerhollandse knapen wensen te noemen. We waren behoorlijk goed, ik zei het al.
Het was op een willekeurig sportcomplex, ergens eind mei. Ik weet eigenlijk niet meer hoe en waarom ik er belandde. Wellicht was het de wind die me er heen dreef, het geluid misschien. Want eenmaal binnen besefte ik dat ik niet op zomaar een terrein was aangekomen. Nee, hier stond iets op het spel. Lijfsbehoud. De thuisclub stond op het punt de laatste wedstrijd van het seizoen af te werken en stond slechts twee punten onder de bezoekers. Bij winst zou degradatie naar, zo bleek bij navraag, de vierde klasse zaterdag afgewend worden.
Het is zaterdagmorgen, tien voor zeven. Arne opent het roestige hek van het sportcomplex en luistert naar het vertrouwde gepiep bij het openen. Talloze keren heeft hij het hek geopend en gesloten. Arne is materialenman bij de plaatselijke voetbalvereniging. Terreinknecht, zo u wilt. Hij doet het al een jaar of dertig. De hele week is hij in de weer voor de club, maar de zaterdag is toch wel het summum. Het is zijn dag, iedere week weer.
Cyrille Makanaky, een middenvelder die destijds actief was voor Kameroen. Lang niet de opvallendste speler, maar voor mij wel de meest aansprekende. Ik vond Makanaky geweldig, hij was snel en vaardig en had bovendien een bijzonder kapsel. Desondanks was het meest fascinerende voor mij zijn naam. Die combinatie van klanken, het exotische ervan. Bij mij op het dorp kwam je er geen tegen. Kon ook niet, wie heet er nu ook Klaas Makanaky, om maar wat te noemen.
Vroeger, in mijn jeugd, voetbalden we hele dagen op straat. Weer of geen weer, hoewel regen wel vervelend was. Desondanks stonden we er. We beeldden ons in dat we profvoetballers waren en speelden hele wereldkampioenschappen na met de buurt. Vrijwel iedereen kon meedoen, meisjes uitgezonderd. Die konden immers niet voetballen en liepen maar in de weg. Buiten die meisjes was er één jongen waar we een probleem mee hadden. Dit was Bertus. Gekke Bertus, zoals wij hem noemden, kon op school niet zo goed meekomen en zat dus op een speciale school. Elke dag werd hij gehaald met het busje. Nu beseft iedereen dat Bertus gewoon langzaam leerde, wat hinder had met lezen en niet gek was, maar toen waren we kinderen en dus keihard. Iedereen noemde hem dan ook Gekke Bertus.
Sommige mensen lijken een soort antenne te hebben voor lastige situaties. Ongewild komen de moeilijkheden op hen af, als een zwerm muggen op jacht naar een prooi. Telkens weer geraken zij in penibele situaties, terwijl anderen eigenlijk nooit ergens last mee hebben. Uiteraard zie je dit ook in de sport, denk aan boksers als Regillio Tuur en Mike Tyson. De weledele voetbalsport kent ook zijn zwarte schapen. Diego Maradona is ongetwijfeld de bekendste, maar ook George Best, Paul Gascoigne, Faustino Asprilla, Edgar Davids en Patrick Kluivert zijn goede voorbeelden. Daar mag Robin van Persie inmiddels aan worden toegevoegd.
Het wereldwijd overkoepelend orgaan van de voetbalbonden, de FIFA, staat niet bekend om haar vooruitstrevendheid. Sterker nog, de FIFA is zo conservatief als het maar kan. Star houdt men vast aan oude gebruiken en vernieuwingen worden stelselmatig afgewezen. Dit is op zich nog niet zo erg, ware het niet dat de bond eigen voorstellen wel doordrukt en handhaaft, zelfs als niemand er op zit te wachten.
Het beste voorbeeld is waarschijnlijk het toernooi om de Confederations Cup, dat sinds woensdag in Duitsland wordt gehouden.
Het seizoen zit er weer op en dan zijn er altijd spelers die je verrast hebben. Zij nemen dan ook plaats in het volledig subjectief samengestelde elftal der verrassingen. Voel u vrij om uw aanvullingen te geven als reactie en lees mee over spelers om wie bondscoaches streden, on-Nederlandse verdedigers en jonge talenten.
Het seizoen zit er weer op en dan zijn er altijd spelers die je teleurgesteld hebben. Zij nemen dan ook plaats in het volledig subjectief samengestelde elftal der teleurstellingen. Voel u vrij om uw aanvullingen te geven als reactie en lees mee over verkeerde mensen op de verkeerde plaats, blessuregevoelige aankopen en grabbelende clowns.
Och, al die ontslagen coaches. Jan van Dijk kwam al langs, maar ook Ronald Koeman, Henk Wisman, Johan Neeskens, Dick de Boer, Robert Verbeek, Jan Olde Riekerink en Job Dragtsma vertrokken door de achterdeur bij hun club. Soms mentaal helemaal gebroken, soms op schandalige wijze.
Poeh, examens. Lang geleden zeg. Ik zie het weer voor me. Met zijn allen in die veel te kleine gymzaal, iedereen zweten, met klamme handen de lauwe koffie en de pen vasthoudend. Ik had weer de pech dat schuin voor me die blonde stoot zat, met haar bloedmooie benen in een veel te kort rokje. Ze deed het met opzet, je weet nooit wat het oplevert. Geen bal, het schaap slaagde als enige van de veertig kandidaten van het atheneum niet en ik probeer mijn rijtje te bedenken. Mijn rijtje vrienden en vriendinnen. Ik heb overal rijtjes voor, dat onthoudt makkelijk en ik weet nu mijn rijtje niet meer.
Het is onder voetballiefhebbers al enkele jaren in de mode om tegen Clarence Seedorf te zijn. Deze groep maakt van Clarence de nationale zondebok, op wie lekker gevit kan worden bij tegenvallende resultaten. Ook als Clarence goed speelt, zien zij nog wel enkele punten die extreem kritisch voor het voetlicht gehouden kunnen worden. Uiteraard is er ook al enige jaren een tegenbeweging actief. Het is net zo in de mode om voor Clarence Seedorf te zijn. Deze groep ziet in Clarence een miskend genie, dat gekoesterd moet worden. Ook als Clarence slecht speelt, zien zij nog wel een moment van brille dat enthousiast besproken dient te worden. Zonder twijfel is Seedorf de meest controversiële voetballer van Nederland, al jarenlang.
Dicht tegen het verstrijken van de transferdeadline aan, trok FC Twente aan het begin van dit seizoen nog snel een Zweedse verdediger aan. Zijn debuutwedstrijd was in de Kuip, tegen Feyenoord, en ontlokte Ruud Gullit enkele complimenten. De stoer ogende kale Zweed werd ooit, vermoedelijk toen al kaal, geboren als Daniel Majstorovic. Deze naam verraadt een oorsprong in het voormalige Joegoslavië, waar voetbal als kunst beleefd kan worden. Artiesten als Savicevic, Stojkovic en Mijatovic hadden hun wieg immers ook daar staan. Zijn naam had ook een kunstzinnige klank. Maj-sto-ro-vic, je zou er poëzie mee kunnen schrijven.
Onlangs overleed één van Nederlands markantste arbiters uit de historie van het profvoetbal. Ignace van Swieten, openlijk homoseksueel en opvallende persoonlijkheid, liet het leven. Hij was pas even in de zestig, veel te jong om te overlijden. Er werd wel enige aandacht aan besteed, de sappigste anekdotes kwam weer boven, maar toch was er relatief weinig aandacht voor de man aan wiens naam zelfs een televisieprogramma ontleend is.
Nu PSV kampioen is en het seizoen zijn einde nadert, zijn clubs al nadrukkelijk bezig met volgend jaar. PSV wil nu dolgraag de Zwitser Johann Vogel bewegen tot bijtekenen, terwijl men bij Ajax zo blij is met de rentree van Tomás Galásek en ook over zijn contractstatus na gaat denken. Het zijn dingen die ik niet begrijp. Waarom zou je verder willen met deze doodsaaie, volstrekt inwisselbare en middelmatige spelers?
Afgelopen week behaalde Guus Hiddink zijn vijfde Nederlandse landskampioenschap. Hiermee is de sympathieke Achterhoeker recordhouder binnen het vaderlandse trainersgilde. Dit gegeven op zich is al best verrassend. Guus boven Cruijff, Michels, Van Hanegem, Van Gaal en al die andere grootheden? Guus zei in een interview zelf al dat hij er trots op was en voegde er de woorden 'mag het?' aan toe. Ja, dat mag.
Nog vijf minuten te spelen, de stand is 0-0. Ineens volgt er een prima dieptepass van achteruit en kan de spits, eindelijk los van zijn bewaker, op de keeper af. De aanname is goed, de weg naar het doel ligt open en de gedachte aan eeuwige roem flitst door zijn hoofd. Nog een meter of dertig. Halverwege begint hij toch zenuwachtig te worden. Die verdediger is sneller dan hij dacht. Zonder om te kijken merkt en voelt hij dat hij bijna wordt ingehaald. Hij voelt de adem van zijn kwelgeest al bijna in zijn nek. Vijf meter nog, tot het strafschopgebied. De keeper komt ook al uit zijn goal en hij beseft dat deze unieke kans een heilloze missie aan het worden is. Hij ziet nog maar één uitweg en die ligt nu voor hem. Onmerkbaar houdt hij in, zodat de verdediger het laatste stukje in zijn richting kan overbruggen. Zodra hij contact voelt, gaat hij tegen de grond. In een vloeiende beweging zweeft hij ter aarde, met een grimas alsof de voorstopper zojuist zijn kuitbeen gehalveerd heeft. Het snerpende fluitje van de scheidsrechter klinkt, zijn priemende vinger wijst naar de stip. Penalty! Die cup is binnen!
In de zomer van 2006 wordt in Duitsland het wereldkampioenschap voetbal gehouden. In alle delen en uithoeken van de wereld worden er al sinds de zomer van 2004 kwalificatiewedstrijden gespeeld, waarbij allerhande landen zich proberen te plaatsen voor één van de grootste sportevenementen ter wereld. Inmiddels gaan we richting de ontknoping, want zo rond november van dit jaar moet bekend zijn welke 32 landen op dat WK mogen gaan aantreden. Waar beslissingen vallen, ontstaan en sneuvelen reputaties. Er sneuvelen ook trainers, die vervangen moeten worden. Zo bereikte ons het bericht dat Trinidad & Tobago, dat deelneemt aan de finalepoule van de kwalificatie in Noord- en Midden-Amerika, ook een nieuwe bondscoach had aangesteld. Onze eigen Leo Beenhakker.
Sinds enige jaren is 1 april in het Nederlandse voetbal een belangrijke datum geworden. Voor die dag moeten clubs spelers met een aflopend contract namelijk laten weten of ze al dan niet met hen door willen gaan. Dit dient via een formele ontslagbrief te gebeuren, als de club ten minste niet wil verlengen met de speler. Doen ze dit niet, dan wordt de verbintenis automatisch met een jaar verlengd. Het regent dan ook ontslagen, omdat clubs alles in eigen hand willen houden. Want het kan best dat een speler die een brief ontvangt, later toch een nieuwe verbintenis onder nieuwe voorwaarden kan ondertekenen.
In mei is het precies tien jaar geleden. Op een woensdagavond in Wenen veroverde Ajax de Europacup 1, ofwel de Champions League. In het uitgebalanceerde team van coach Louis van Gaal zorgden spelers als Danny Blind en Frank Rijkaard voor de ervaring, terwijl de rest bestond uit jonge ambitieuze spelers. Patrick Kluivert verwierf die avond met een goed gemikt puntertje wereldfaam en niets leek een lange, glansrijke loopbaan voor hem in de weg te staan. Dit ging ook op voor een andere speler op die avond, Edgar Davids.
Onze bondscoach is een eigenwijze man. Altijd al geweest. De voetballer Marco van Basten had een duidelijke mening en schroomde niet om die te geven, ook niet als dat ten koste van anderen ging. Het was die hardheid die hem tot topspits en legende maakte. Marco durfde tegen de stroom in te zwemmen. De trainer Van Basten doet niet anders en lijkt er zelfs een ritueel van te maken.
Het is zaterdagmorgen, zo tegen twaalf uur. Monter fluitend zwiep ik mijn sporttas in de auto en begeef ik me op weg naar een sportterrein, ergens in de buurt van Rotterdam. Mijn vrouw gaat al jaren niet meer mee, dus geef ik haar nog een zoen en zwaai nog eens luchtig als ik de wagen de straat uit draai. Vol spanning stuur ik richting het opgegeven adres. Wat zal deze sportmiddag weer gaan brengen?
Kent u Leandro nog? Juist, Leandro do Bomfim, Braziliaans voetballer. PSV haalde hem enkele jaren geleden als jong talent naar Eindhoven, met de bedoeling hem te laten rijpen en tot topvoetballer te slijpen. De Eindhovenaren hadden eerder al hetzelfde gedaan met Ronaldo en de verwachtingen waren dus hooggespannen. Een paar jaar PSV en dan verkopen aan een grote Europese topclub, waardoor de bankrekening danig gespekt zou worden.
“Er mag geen enkele twijfel over bestaan: ik ben de beste! In de hele wereld is momenteel niemand te vinden die mij zelfs maar benadert. Wat de pers ook mag beweren. Al die zuurpruimen hebben het bij het verkeerde eind. Ze snappen er niets van. Ze proberen onrust te veroorzaken binnen mijn elftal, maar het zal slechts averechts werken. Gisteren was de eerste, er gaan er nog veel volgen. Uiteraard allemaal onder mijn bewind.
Overtredingen horen net zo bij het voetbal als doelpunten. In de strijd om de punten worden de regels van het spel soms moedwillig overtreden. Vandaar dat men ooit de gele en de rode kaart heeft uitgevonden. Inmiddels zijn die kleinoden niet meer weg te denken uit het voetbalspel. Net zo min als de schorsingen, die volgen als iemand te veel kaarten heeft verzameld. Juist die schorsingen zijn de laatste jaren echter totaal niet meer te volgen. De tuchtcommissie verwordt langzamerhand tot een kluchtcommissie, terwijl de oplossingen toch niet zo moeilijk lijken.
De kogel is door de kerk: na ruim drie jaar trainer te zijn geweest bij Ajax, heeft Ronald Koeman vandaag ontslag genomen. Zijn positie wankelde al sinds het dramatische verlies in München, waarna Ajax in de competitie en de Champions League tegen meerdere zeperds aanliep. Na Tel Aviv kon Koeman de boel via keihard ingrijpen nog tijdelijk ombuigen, maar puntverlies thuis tegen ADO Den Haag en FC Twente en de Europese uitschakeling in Auxerre werden hem uiteindelijk te veel.
De tweede reden is dat N’Kufo een ouderwetse broodvoetballer lijkt. Niet zelden verruilde hij de ene club voor de andere om een lucratievere verbintenis te tekenen. Ook de bekende stap terug om er twee vooruit te maken is N’Kufo niet vreemd geweest. Zijn doel was altijd duidelijk: zo hoog mogelijk komen, want daar betalen ze het meest.
Wat heeft Robert Hoyzer bezield? Met deze vraag houden vele voetballiefhebbers in Duitsland, maar ook ver daarbuiten zich al een tijdje bezig. Sinds een paar weken is bekend dat deze jonge Duitse scheidsrechter geld ontving van enkele Kroaten om wedstrijden te manipuleren. Zij zetten flink in op wedstrijden die door Hoyzer werden gefloten en gaven hem voor en soms zelfs tijdens de wedstrijd instructies. Zo moest de arbiter er voor zorgen dat de Kroaten dik geld wonnen bij het wedden op Duitse voetbalwedstrijden.
Voetbaltrainer is een mooi beroep. Zeker op de momenten dat het jou en je ploeg goed vergaat en iedereen aan je voeten ligt. Maar zodra de resultaten tegenvallen, is het al minder leuk. Zeker als je dan ook nog eens de zogenaamde kroonprins van het trainersgilde bent. Dit is een term die men in de voetballerij bedacht heeft voor een jonge coach die goed presteert en in wie men een toekomstig topper ziet. Helaas voor hen die de titel krijgen, maar het is bijna altijd een loden last. Niet zelden struikelt de kroonprins al voor hij een topclub bereikt heeft.
Sinds vorige week weten we wat hij gaat doen. De man die voetbalminnend Nederland en Turkije toch zeker enige tijd bezig hield, maakte toen bekend voor welk van deze twee landen hij interlandvoetbal zal gaan spelen. De keuze van Ugur Yildirim, rechtsbuiten van SC Heerenveen, viel op ons land. Een besluit dat je eigenlijk alleen maar zou kunnen toejuichen, maar dat wat mij betreft nogal lauw ontvangen wordt.
Eindelijk! Dit weekend rolt de bal weer over de vaderlandse voetbalvelden, in beweging gebracht door hen die er hun professie van gemaakt hebben. Dat de diverse amateurclubs alweer begonnen waren, was al leuk, maar is toch vooral lokale charme. Nu gaat het er weer echt om. De prijzen worden verdeeld in deze seizoenshelft en dat levert hopelijk veel moois op.
Toen mijn reisgenoten en ik plaatsnamen in een tribunevak van de thuisploeg, waren beide teams net met de warming-up bezig. Terwijl de hele ploeg zich in het zweet werkte, hield één man zich een beetje afzijdig. Hij deed eens wat trucjes met de bal en spande zich verder niet overmatig in. Nu wist ik het al wel, maar als ik beide ploegen niet had gekend, was het me toen wel duidelijk geworden: dat is de vedette.
Afgelopen zomer liep iedereen in en rond de Kuip met een grote glimlach op het gelaat. Feyenoord had een vernieuwde ploeg en een nieuwe trainer. Die trainer had al meteen verklaard dat een club als Feyenoord altijd om de titel mee moet spelen en dat dus ook het doel voor dit seizoen moest zijn. Dit ging er in als zoete koek bij de fans, die het de vorige trainer Bert van Marwijk vooral kwalijk namen dat hij er nooit in slaagde tot het einde serieus mee te strijden om de landstitel. De gewonnen UEFA Cup vergoedde dat maar nauwelijks. Bovendien verklaarde de nieuwe coach ook nog te pas en te onpas dat hij zo verguld was bij zijn favoriete club te mogen gaan werken, wat zelfs leidde tot een reclamespotje waarin hij fluitend elke hindernis op zijn pad overwon. Ruud Gullit was de apostel van de hoop, bij een club die daar naar snakte.
“Laatst heb ik nog geprobeerd een wedstrijd van ze te bekijken. Ik ben snel afgehaakt en heb een DVD opgezet.” Zo ongeveer luidt een citaat van Nourdin Boukhari, speler van Ajax, uit een interview onlangs. Het heeft, net als de veel gebezigde term “Italiaans voetbal”, betrekking op PSV. Boukhari, en al die andere puristen, verwijten de club uit Eindhoven een gebrek aan amusement in hun wedstrijden. Het is de taal van de verliezers.
Het is weer kerst en dan heb je in het voetbal de laatste jaren één zekerheid: Sepp Blatter doet van zich spreken. De voorzitter van de FIFA, en daardoor dus de machtigste man in het voetbal, valt het hele jaar nauwelijks te betrappen op bijzondere uitspraken. Laat staan op iets wat op een visie lijkt. De 68-jarige Zwitser zit alleen op zijn post omdat hij de verkiezingen kocht, daar is de hele voetbalwereld het wel over eens.
Wie pakweg drie jaar geleden een wedstrijd van Ajax mocht aanschouwen, was al snel onder de indruk van een kleine, gedrongen linkspoot op het middenveld. Subtiele passes, fraaie technische staaltjes, een goed inzicht en scorend vermogen waren de kenmerken van de lieveling van het Amsterdamse publiek. Het ging snel met de voormalige kampbewoner. Zijn status werd die van een filmster en kenners verdrongen zich om hem te roemen. Waar iemand als Danny Blind ooit als cultuurdrager gezien werd, daar werd Rafael hoopdrager. Van het complete vaderlandse voetbal, zo leek het.
Bij de start van dit voetbalseizoen waren er liefst negen clubs in de eredivisie met een nieuwe trainer. Dit is dus de helft. Het is een opmerkelijk aantal. Nu het seizoen bijna halverwege is, kan je al concluderen dat de meeste teams met de trainerswissel nauwelijks succes hebben gehad. De nieuwe oogst is dan ook magertjes.
Je kunt je zoon dus beter maar bij de tegenpartij hebben zitten. Dat zorgt nog voor leuke televisie ook. Gert Kruys, oud-speler van FC Utrecht en thans trainer van De Graafschap, heeft ook een voetballende zoon. Rick, heet de jongen. Afgelopen zondag stond het duel tussen FC Utrecht en De Graafschap op het programma. Het was zo’n duel waarvoor je blind een 1 op je totoformulier invult. De club uit Doetinchem staat laatste en Utrecht staat keurig in de subtop. Normaliter een duel waar je nauwelijks aandacht aan besteedt, als je geen direct betrokkene bent.
Een veertiger loopt zijn kantoortje binnen. Op het bureau ligt een pakje sigaretten geduldig op hem te wachten. Het zijn misschien wel zijn laatste vrienden. “Roken brengt de gezondheid ernstige schade toe”, waarschuwt het pakje hem nog wel. Hij slaat er geen acht op en jaagt de brand in één der sigaretten. Met een diepe zucht laat hij zich in zijn bureaustoel zakken. Hij is voetbaltrainer en gisteren vond zijn vrouw nog dat hij thuis zo kribbig was. Zij voelt de impact van een plaats in de onderste regionen van de ranglijst duidelijk niet.
Vorige week zondag was het dan ineens toch een feit. FC Utrecht speelde tegen Roda JC en in de opstelling lazen we een naam, die al tijden niet meer in de Utrechtse opstelling was opgedoken. Na een lange periode in Schotland, was het na enkele eerdere, mislukte flirts dan toch gelukt. Michael Mols verdedigde wederom de kleuren van de Utrechtse volksclub en deed dat al langer dan menigeen, hijzelf incluis, voor mogelijk had gehouden.
De prijzen worden straks weer verdeeld in het voetbal, want we naderen het einde van het kalenderjaar 2004. Uiteraard doel ik op de individuele prijzen, zoals de titels voor de beste voetballer van de wereld en Europa. De lijstjes met genomineerden rollen weer binnen en de kenners buigen zich weer over de kansen van de laatst overgeblevenen. Dikwijls zegt de naam meer dan het niveau waarop de speler het hele jaar heeft gespeeld. Er kan de laatste jaren geen verkiezing voorbij gaan, zonder dat de namen van Zidane, Beckham, Ronaldo, Figo en Roberto Carlos op de shortlist staan.
Wat mij betreft wint er dit jaar eens iemand anders, iemand die nog niet direct tot die gevestigde orde hoort.
Het zijn twee jongens uit de eigen opleiding die het meest in het oog springen bij het huidige Vitesse. Nu is dat op zich niet zo vreemd, aangezien de club liefst elf spelers uit de eigen opleiding in de selectie heeft. Maar deze twee hebben net wat meer. Uiteraard bedoel ik Nick Hofs en Theo Janssen. Met grote regelmaat bezetten zij de flanken van Vitesse, hoewel beiden liever centraal spelen. Maar met Hofs op rechts en Janssen op links boekt Vitesse ook resultaten.
Vorig jaar rond deze tijd stond Feyenoord er een stuk minder florissant voor dan nu. Het rommelde zelfs flink in de Kuip. De aankopen konden de vier vertrokken basisspelers niet doen vergeten. Integendeel, op Dirk Kuijt na wist er geen één echt te overtuigen. De peperdure Serviër Danko Lazovic werd door de fans al snel omgedoopt tot Danko Helazovic, terwijl ook de subtoppers Peter van den Berg en Alfred Schreuder amper voldeden. Op dat moment greep Jorien van den Herik hoogstpersoonlijk in.
Waar het Ajax-publiek door de jaren heen is verwend met getalenteerde aanvallers, is het nu dus behelpen. Want geen van de huidige aanvallers past in de lange rij met Ajax-sterren. Swart, Rep, Cruijff, Keizer, Tahamata, Ling, Bosman, Van Basten, Kieft, Olsen, Arnesen, Roy, Van ’t Schip, Pettersson, Overmars, Finidi, Kanu, Kluivert, Bergkamp, Litmanen, Grønkjær, de Laudrups, Arveladze, Mido en Ibrahimovic. Dan ontbreken er ongetwijfeld nog een paar.
En nu? Nu moet Ajax het doen met acht twijfelgevallen.
Per 1 november 2003 trad Louis van Gaal in dienst van Ajax, als technisch directeur. De gewezen bondscoach toonde zich op zijn eerste persconferentie de Gerrit Komrij der dichters, met een vrij belachelijk gedicht in Sinterklaasrijm. Dinsdagavond stapte Van Gaal op. In deze column een terugblik op bijna één jaar Van Gaal, mede aan de hand van zijn gedicht van toen.
Het was op de verjaardag van een vriend, waar het gesprek na de gebruikelijke politieke klaagzang een andere wending nam. Het werd tijd ook. De vader van de vriend begon te vertellen. Het moest zo’n veertig jaar geleden zijn, in een dorp waar men nog ouderwets leefde. Meisjes droegen lange rokken, trouwden vroeg en kregen kinderen. Veel kinderen. De jongens werden voorbereid op hun rol van kostwinner. De kerk schreef voor hoe men diende te leven en men hield zich er grotendeels nog aan.
Als ergens de waan van de dag regeert, dan is het wel in het voetbal. De helden van gisteren zijn de schlemielen van vandaag. Andersom kan het ook. De krantenkoppen dienen gevuld en wie of wat is er geschikter als inhoud dan een fijne voetbalhype? Het maakt niet uit of het onderwerp na een maand, een week of zelfs enkele dagen al weer in de vergetelheid is geraakt.
De wijze heren van de KNVB en de ECV brachten vorige week een opmerkelijk bericht naar buiten. Per komend seizoen is de opzet van de Nederlandse voetbalcompetitie drastisch gewijzigd. Na de reguliere competitie zullen de deelnemers aan de Europese competities namelijk niet meer op basis van hun eindklassering worden aangewezen, maar dienen zij nog eens aan te treden in zogeheten play-offs. De reden? Geld!
Vrijdagavond, iets na achten. Hatem Trabelsi zit op de bank en leest “Pitch Fever” van Nick Hornby. Zijn vrouw kijkt naar een soap en ziet ineens een man het pad oplopen. “Hatem, bezoek. Je trainer komt er aan,” zegt ze. Hatem staat op en opent de deur. Breed glimlachend zegt hij: “Ah, mister Koeman!” Koeman groet terug, hangt zijn jas op, loopt de kamer in en groet mevrouw Trabelsi.
Populariteit is een ongrijpbaar fenomeen. Waarom is de ene voetballer veel geliefder bij de fans dan de ander? Er spelen allerlei factoren, maar toch zijn er grofweg twee redenen te noemen. Enerzijds zijn er de briljante technici, die op basis van hun fantastische kwaliteiten wedstrijd beslissen voor hun team. Het zij door een pass, het zij door een goal. Anderzijds zijn er de spelers die zich een slag in de rondte werken. Geen spoor van brille, maar een overdosis aan werklust. Met een door zweet, modder en, als het even kan, bloed doordrenkt shirt stappen zij het veld af, nadat ze op hun tandvlees nog even alle vakken met supporters zijn afgelopen.
Voetbal is een spel van details. Een elftal is afgestemd op de individuele kwaliteiten van de afzonderlijke spelers en in een winnend elftal worden die optimaal benut. Een goede trainer laat zijn team spelen om de mogelijkheden van zijn spelers ten volle te benutten en niet om hun onmogelijkheden te verbloemen. De speler met het beste overzicht en de goede trap krijgt een centrale rol, de meedogenloze spelers in de selectie staan in het hart van de defensie en de man met de neus voor de goals gaat in de spits spelen.
Je zal maar een middelbare scholier zijn, die na een jaar vol problemen nipt zijn overgang bewerkstelligd heeft. Na een zomer waarin je wat kon uitrusten en de batterij weer op hebt moeten laden, wacht je al na een paar schoolweken een onaangename verrassing. Je moet een toets maken, die cruciaal is voor het verdere verloop van dit schooljaar. Bij een voldoende is de kans dat het jaar positief gaat verlopen groot, maar bij een onvoldoende loop je al direct weer achter de feiten aan. In zo’n situatie zit het Nederlands voetbalelftal.
Ergens in Nigeria zit een man voor een klein huisje. Hij zit in korte broek en met mouwloos T-shirt te genieten van het mooie weer en al het andere om zich heen. De goedlachse donkere schoonheden die hem passeren krijgen een glimlach en een vriendelijk woord terug, maar vooral de voetballende jongetjes kunnen hem bekoren. Die jongens kijken, wanneer ze de bal laten rollen op iets wat de naam “veldje” nauwelijks mag dragen, steeds schielijk op of hij hun acties wel gezien heeft. De man laat merken van wel, door af en toe te klappen of een opmerking te plaatsen. In dat geval zwellen de jongetjes van trots. Die man is namelijk niet zo maar een man, nee, hij is een absolute grootheid hier.
Badend in het zweet wordt hij wakker, Jan Vennegoor of Hesselink. Hij zucht eens diep, als hij de droom waaruit hij net abrupt ontwaakte probeert te verwerken. Het is al de vierde keer deze week, dat hij deze droom heeft. Het is PSV – Rode Ster Belgrado, blessuretijd in de voorrondewedstrijd voor de Champions League. De stand is 2-1 als John de Jong doorbreekt over links en een afgemeten voorzet geeft, die over de voltallige Servische defensie heen gaat, inclusief de keeper. Slechts Jan kan er nog bij. Het doel is leeg, één knikje is voldoende. Jan scoort, missie geslaagd.
Tegen het einde van het voetbalseizoen 2002/2003 ontstond er in Amsterdam bij Ajax een klein spitsenprobleem. Nikos Machlas werd niet goed genoeg meer geacht, Ahmed Hossam werd slachtoffer van de geldingsdrang van Ronald Koeman en zijn eigen mentaliteit en door een blessure van eerste en enige keuze Zlatan Ibrahimovic kwam zelfs voormalig taxichauffeur Jamal Akachar als spits binnen de lijnen. Het was dan ook logisch dat Ajax in de zomer van 2003 een nieuwe spits zocht en kocht: Wesley Sonck. Ruim een jaar verder kunnen we stellen dat niet Sikora, Boukhari, Soetaers, Escudé of Grygera de grootste miskoop van Koeman is geweest, maar Wesley Sonck.
De kogel is eindelijk door de kerk. Er is een nieuwe bondscoach gevonden voor het Nederlands voetbalelftal. De alleenheerser van Zeist, Henk Kesler, is niet over één nacht ijs gegaan, maar kwam toch erg snel rond met de opvolger van Dick Advocaat. Kesler wilde geen enkel risico nemen en zette koers richting Barcelona, om samen met Johan Cruijff schoon schip bij Oranje te gaan maken. De beste Nederlandse voetballer aller tijden fluisterde Kesler de naam van Marco van Basten in het oor. Samen met John van ’t Schip, had de verlosser ook nog gezegd.
De voorbereiding op het nieuwe voetbalseizoen is weer begonnen. De teams zijn vrijwel rond, de eerste oefenwedstrijden worden gespeeld. Een bonte karavaan van profclubs trekt, met proefspelers en al, door het land. Binnen dat circus zijn er altijd weer dingen die opvallen. Wist u bijvoorbeeld dat Roda JC-trainer Wiljan Vloet eigenlijk een zendeling was?
Het voetbalseizoen gaat bijna weer beginnen, ook voor de amateurs. Misschien voetbal jij ook wel. Ben je een waterdrager, een figurant in de felle duels op zaterdagmiddag? Of ben je wellicht een vedette, net als ik. Trek de gekleurde voetbalschoenen aan en lees mee!
Dick Advocaat is weg als bondscoach van Oranje. De namen van mogelijke opvolgers circuleren in het geruchtencircuit. Sommige trainers solliciteren al dan niet opzichtig en Henk Kesler zegt dat het allemaal wel goed zal komen. In deze column wordt duidelijk wie de juiste bondscoach is!
Tijdens het EK verschijnen mijn columns 2 x per week, als een soort dagboek waarin ik terugblik op de gebeurtenissen van de afgelopen dagen. In deel 8, het laatste deel, nog eens een algemene terugblik op een mooi EK. Blikt u mee terug?
Tijdens het EK verschijnen mijn columns 2 x per week, in de vorm van een soort dagboek waarin ik terugblik op de gebeurtenissen van de afgelopen dagen. In deel 7 uiteraard aandacht voor de Grieken, die bezig zijn voetbalgeschiedenis te schrijven. Laat Homerus voor wat hij is, lees mee...
Tijdens het EK verschijnen mijn columns 2 x per week, in de vorm van een soort dagboek waarin ik terugblik op de gebeurtenissen van de afgelopen dagen. In deel 6 ga ik uiteraard in op het feit dat Nederland met 2 overwinningen zo maar de Europese titel zou kunnen grijpen.
Tijdens het EK verschijnen mijn columns 2 x per week, als een soort dagboek waarin ik terugblik op de gebeurtenissen van de afgelopen dagen. In deel 5 één van de eerste echt opvallende momenten op dit EK, een voorval tijdens de strafschoppenserie van het duel tussen Portugal en Engeland. Leest u mee hoe dat ging?
Tijdens het EK verschijnen mijn columns 2 x per week, als een soort dagboek waarin ik in ga op de gebeurtenissen van de afgelopen dagen. Deel 4 bevat zaterdag t/m dinsdag en daarin moet ik uiteraard stil staan bij enkele jonge smaakmakers: Robben, Ronaldo, Rooney. RoRoRo... Leest u mee?
Tijdens het EK verschijnen mijn columns 2 x per week, als een soort dagboek waarin ik terugblik op de gebeurtenissen van de afgelopen dagen. In deel 3 kijk ik terug op woensdag, donderdag en vrijdag, waarin grote vedetten weer volop tegenvielen en moe oogden, terwijl de vleugelverdedigers zich steeds meer ontpoppen tot sleutelspelers. En passant kwam er ook nog een klodder spuug voorbij. Leest u mee?
Tijdens het EK verschijnen mijn columns 2 x per week, als een soort dagboek waarin ik terugblik op de gebeurtenissen van de afgelopen dagen. Deel 2 is de terugblik op de eerste dagen van het EK, waarin het voetbal soms verdacht veel weg had van schaken, zo maar een nieuwe titelkandidaat opstond en grote namen tegenvielen. Schaakt en voetbalt u mee?
Via de columnsubmit bereikte ons deze column van Anna-Linn Olsen, een Noors meisje dat in Nederland studeert. Ze heeft (nog) geen FOK!-account, desondanks besloten wij deze column te plaatsen. Mensen die haar naar aanleiding van de column persoonlijk willen mailen kunnen dat doen op annalinnolsen@hotmail.com.
Tijdens het EK verschijnen mijn columns 2 x per week, als een soort dagboek waarin ik terugblik op de gebeurtenissen van de afgelopen dagen. Het eerste deel is een vooruitblik op het EK dat vanavond start.
Vaste columniste on_air heeft deze keer de volgende column voor ons in gedachten, over het Human Resource Department. Benieuwd wat dat is, lees dan snel verder!
Veel mensen vinden het onbegrijpelijk dat Andy van der Meyde is geselecteerd voor het EK. Ik in eerste instantie ook. Inmiddels begrijp ik beter waarom Advocaat hem niet durfde te passeren. Andy is zo'n aardige jongen.
Afgelopen woensdag maakte Dick Advocaat de selectie voor het EK 2004 bekend. Normaliter geschiedt een selectie op voetbalgronden, maar bij sommige spelers zijn er blijkbaar andere redenen te bedenken. Voor Frank de Boer bijvoorbeeld.
“Voetbal is een spel van 2 x 45 minuten en aan het einde winnen de Duitsers.” Zo ongeveer luidt een uitspraak van de Engelse oud-voetballer Gary Lineker. Jarenlang was er geen enkele reden om deze uitspraak te wijzigen of er zelfs maar aan te twijfelen. De laatste tijd is er echter alle reden toe. Duitse clubteams spelen in de Europacups niet echt meer een rol van betekenis en de nationale ploeg is geen schim meer van de wereldmacht die het ooit was. Komt dat even goed uit, nu Nederland op het EK tegen de Duitsers aan zal moeten treden. Of misschien toch niet?
Willem van Hanegem is de assistent bondscoach van het Nederlands voetbalelftal. Velen zeggen altijd dat Willems rol onduidelijk is. Hij zit en doet niks. Als Willem beweegt registreren de camera's dit alsof er iets geweldigs gebeurt. Hoe beleeft Willem een interland als die tegen de Grieken? Lees mee!
Mateja Kezman kende onlangs een week van uitersten. Een gezellige verjaardag op tweede paasdag en daarna een roemloze aftocht in Newcastle. Voor een reconstructie van zijn week: lees deze column!
De afgelopen week was pure propaganda voor de voetbalsport. De vier kwartfinales in het miljoenenbal van de Champions League waren zinderend en verrassend. Zo wil de liefhebber topvoetbal zien, maar niet iedereen zal er even blij mee zijn geweest...
Onlangs maakte Ronald Waterreus bekend na dit seizoen te stoppen als doelman van PSV. Hiermee verliest het Nederlands voetbal hoe dan ook een interessant figuur. Deze column is dan ook min of meer bedoeld als afscheid aan wat niet de beste, maar wel de opvallendste keeper van Nederland in de laatste jaren was.
Enkele jaren geleden zette men bij ADO Den Haag een ambitieus stappenplan in. Vorig seizoen werd stap één gerealiseerd, met de promotie naar de eredivisie. Dit seizoen lijkt ADO ook stap twee te kunnen zetten, door zich te handhaven. Stap drie, in het nieuwe stadion doorgroeien tot een stabiele eredivisieclub, die op termijn in de subtop mee moet kunnen doen, is de volgende die gezet moet worden. Het is voor het Nederlandse voetbal te hopen dat Den Haag hier in slaagt.
Jarenlang werd de Nederlandse jeugdopleiding geroemd. Elke keer weer slaagde dit kleine land er in om goede voetballers voort te brengen. De laatste jaren neemt de kritiek echter toe. Het Masterplan, ontworpen door Louis van Gaal, is inmiddels in het hele land in zwang. Clubs verdienen sterren voor hun jeugdopleiding. De doorbraak van rasvoetballers als van der Vaart, de Jong, van Persie, Robben en Sneijder verbloemt de huidige staat van onze opleidingen echter. Deze natuurtalenten zijn hoogstens geslepen, maar niet gemaakt. Waar blijft de linksback voor Oranje? Waar blijft die rechtsbuiten? Het antwoord ligt besloten in deze column.
Zelden zal er zo vaak over één man zijn geschreven, als over Co Adriaanse in de eerste helft van het lopende voetbalseizoen. Elke zichzelf respecterende columnist en journalist heeft Co wel als item gehad. Co mocht ook in elk programma zijn mening geven. Journalistiek was dat prima te verantwoorden, want Co had succes. Wat mij betreft is de tijd echter nu pas rijp om over Co te schrijven.
Vorige week zaterdag is in Tunesië het toernooi om de African Nations Cup of Afrika Cup weer begonnen. Ik kijk altijd reikhalzend naar dit toernooi uit. De Afrikaanse spelers zijn namelijk stuk voor stuk technisch vaardig. Dit is te verklaren uit hun achtergrond: het merendeel komt uit arme landen en speelde daar soms blootsvoets op hobbelige ondergronden. Daarmee kweek je vanzelf een goede balbeheersing. Daarbij zijn de spelers stuk voor stuk zeer atletisch en hebben ze dezelfde spontaniteit als kleuters die voor het eerst naar school gaan. Dit wordt allemaal gekoppeld aan een enorm tactisch onvermogen. Soms worden er dribbels gemaakt in het eigen strafschopgebied, waarop in het Europese voetbal zo'n beetje de doodstraf staat.
Maris Verpakovskis... De naam heeft iets mysterieus, als van een vrouw die je niet kent en die je graag zou willen leren kennen, maar toch ook weer niet. Zo is het ook met deze voetballer. Ik heb nog helemaal niets van de beste man gezien, op een enkele flard na. Zijn goal in het thuisduel met de Turken droeg alleen maar bij aan de mythevorming: die was namelijk zeer knap. Verder weet ik dat hij bij Skonto Riga speelt, in Letland dus, en daar regelmatig scoort. Hoe hij dat doet is me onbekend.