Dit is een overzicht van de meest recente reviews geschreven door bazbo. Klik op Lees verder... om de gehele reviews te lezen.
Mijn oog viel op een krantenrubriek die ik normaal gesproken oversla: de
horoscoop. Even voor de grap kijken wat het lot vandaag voor mij in
petto had. Al snel vond ik het mooie sterrenbeeld Stier. "De e-mail die je vandaag krijgt, maakt een diepe indruk op je," las ik.
Waarom mag je geen grappen over kanker maken? Is dit dan het laatste
taboe? Hoog tijd dat we het doorbreken. Laten we eens wat vrolijke
voorvallen op een rijtje zetten.
Ik heb een nieuwe vriendin. Helemaal gek ben ik met haar. Het liefst zou
ik haar de hele dag dicht bij me hebben. Zachtjes streel ik dan haar
mooie zachte ronde vormen. Ik kan bijna niet zonder haar.
Met die prachtige rondingen brengt ze de ware man in mij naar boven. Als
ik haar zie, loop ik vol van lust. Lust om haar te bestijgen. Mijn
bewegingen beginnen traag. Ik neem het initiatief en geef het ritme aan.
Langzaam voer ik het tempo op. Mijn lichaam raakt bezweet. Samen komen
we in de perfecte cadans.
Maar dat had ik al verteld. Ik ga het niet nog eens uitleggen. Ik blijf
niet aan de gang. Voor een ieder die op de hoogte wil blijven, zou ik
zeggen: google er eens op. Je weet nooit wat je tegenkomt. Met een
beetje mazzel kom je tegen wat ik vertelde. Dus dan weet je waar het
vandaan komt. Dat je niet denkt dat ik alles uit mijn duim zuig. Ik zuig
nooit iets uit mijn duim.
Zo warm als het vandaag is, dat is gewoon smerig. Mijn lijf plakt aan
alle kanten. Eigenlijk zou je met dit weer geen kleren aan moeten
trekken. Het is echt geen-klerenweer. Toch draag ik mijn wijde
zomerbroek en een zwart T-shirt met de kop van Frank Zappa erop. Zowaar,
het is hier nog rustig. Ik zit een kop thee te slurpen. Het moet niet
gelijk van dat bier zijn.
De piemel is toch een wonderbaarlijk orgaan. Dat had je niet gedacht, hè? Ik had het ook niet gedacht. Ik denk normaal aan heel andere dingen. De mooie billen van Vrouwlief bijvoorbeeld. Geloof het of niet; het zijn werkelijk zeer mooie billen. Als ze bukt, loopt het water me in de mond en het bloed naar de piemel. De piemel, wat is het toch een wonderbaarlijk orgaan.
Soms word je door een boek zódanig bij de strot gegrepen, dat je het onmogelijk opzij kunt leggen. Mij overkomt het zelden tot nooit. Oké, ik heb het bij zo goed als alle werken van John Irving en Herman Brusselmans, en vaak ook bij boeken van Dimitri Verhulst, Redmond O'Hanlon, Paul Theroux en Julian Barnes. Maar niets haalt het bij het boek dat nu voor mij ligt.
Maar natuurlijk, lieve Lezeressen! Heel graag voldoe ik aan uw
persoonlijke wensen. Ook ik vond dat het hoog tijd werd voor een nieuwe
culicolumn. Al veel te lang heeft u het moeten stellen zonder mijn
opwindende recepten en avontuurtjes uit de keuken. Maar aan uw zenuwslopende wachten
komt dra een einde. Want hier is hij dan: een nieuwe culicolumn!
Kijk, daar zit ze. Als zij er is, dan is het altijd gezellig.
Het mooiste van een vrouw is haar lach. Zeg dat ik het gezegd heb. Ik heb dat al heel vaak gezegd. En geschreven. Neem het nou eens van mij aan! Als ze lacht, dan is ze er.
De solo op het podium was niet eens slecht. Dat vroeg om inzoomen op
vingers en de gitaar. En dus om mijn aandacht. Die Eelco Gelling was
opeens helemaal niet zo afwezig en dement en sneu, maar een heuse
Nederlandse blueslegende. Toen het nummer afgelopen was, was het eerste
deel van het optreden ook afgelopen.
Ik keek snel links van mij. Of
de leuke jonge vrouw er nog stond. Het leven is kut. Ze was weg.
Had ik al verteld hoe gul Emile en Cynthia zijn? En dan bedoel ik niet gewoon gul, maar gul met hoofdletters: G. U. L. GUL! Het best merk je dat als er een feestje valt te vieren en geloof me, als Emile en Cynthia in de buurt zijn, dan is het feest nooit ver weg.
Nooit verandert er iets ooit. Daar was ze. De vrouw die onbedoeld en ongewild een tijdlang een liefde
van mijn leven was en mijn woelige wereld nog verder in de war schopte.
Hoe oud en getrouwd ik ook was. (En ben. En blijf.) De slapeloze nachten
die ze me bezorgde, zijn even ontelbaar als de brieven, verhalen en
boeken die ik over haar schreef. Nóg meer brieven, verhalen en boeken
over haar schreef ik nooit. Zij liggen opgeslagen op de verre
speelzolders van mijn bovenkamer. Daar was Marianne.
"De kreet van dit jaar," zei ik. "Je kunt het niet afdwingen. Die dient
zich vanzelf aan."
"Het lijkt wel een wind."
De kreet van dit jaar hadden we nog niet, maar het gegniffel was al wel
begonnen.
En. Toen. Klonk. Er. Een. Toeter!
Geen gewone toeter, maar eentje met een zeer diep, rommelend, bijna didgeridoo-geluid. Een brulbuis. Met het volume van een olifant die in je oren stond te trompetteren. Niet even, maar onophoudelijk. Het lawaai sneed door alle botten die je maar in je lijf hebt.
"Potver." Dit was de ergste Trojaan die je ooit had gezien. Binnen een
minuut zat alles vast en kreeg ik foutmelding op foutmelding op
foutmelding.
"Vanaf uw pc worden spamberichten verspreid aan anderen," vertelde de
computer.
"Lekker," zuchtte ik.
Minder lekker was de aangebrande aardpeersoep.
"Wat is dit?" vroeg Geertje met een beetje vies gezicht.
"Vind je de wijn niet lekker?" werd ik wat bezorgd. "Zit er kurk in?" Ik had maar één fles.
"Dat is het niet," zei ze bits. "Maar je kunt wel wat leukere muziek opzetten."
Ouderdom komt met gebreken. Het leven is kut. Daar ging mijn stoere look.
Eerst een nieuwe werkplek waardoor ik dat vieze lange haar in een staart moet dragen en jasjes en overhemden moest aanschaffen, toen James Mayshirts en nu dan ook nog eens een bril.
Dat lange haar draag ik thuis gewoon los, hoor. Lang leve de vrijheid.
Een bril. Ik keek er niet echt naar uit. Zo'n ding dat bij mooi weer van je neus af zweet. Toch was het wel nodig.
Ik heb een nieuwe werkplek. Of nee, ik heb er twee. Op één van die nieuwe werkplekken hing een bordje op de wc-deur: "Vanwege verstopping toilet niet gebruiken." Dat lijkt me logisch. Als je last hebt van verstopping hóéf je het toilet niet te gebruiken. Wat een overbodige mededeling, zeg. Zonde van de kostbare tijd. Als je je toilet langer schoon wilt houden, houd je dan aan het dieet van ontbijtkoek, bananen en witbrood.
Allahmachtig, ik ben vandaag vijfenveertig jaar oud geworden.
Ik heet Bas Langereis en werd geboren in Apeldoorn op 17 mei 1965 om tien over drie
in de middag. Zo rond theetijd zal het geweest zijn. Mijn vader was op
die dag niet aanwezig; hij was druk met het uitvoeren van zijn baan als
vertegenwoordiger in plastieken afwasteiltjes. Tja, er moest nu eenmaal
brood op de plank komen, zéker met nog een eter erbij binnenkort.
Maar moet je hier eens kijken! In deze tuin staat een grote houten
ooievaar. Vlak voor het raam hangt een enorm spandoek. Ik hoef mijn
leesbril niet op te zetten. In koeienletters en met zwarte verf staat er
op het doek geschilderd:
Maar wacht eens. Vrouwlief ging dus een avondje weg. Dat komt niet zo
heel veel voor. Ja, ze gaat wel vaker een avondje weg, maar dan ga ik
mee. Nu ging ik niet mee en was ik dus een avondje alleen thuis. Ik
begon mij te verheugen op een avondje mijn eigen dingen doen. Wat zou ik
eens gaan uitvreten?
Ik zou natuurlijk een hoer aan huis kunnen laten komen...
Is de lente nu dan echt begonnen? Ja, ik vroeg het aan u! Geef eens antwoord dan! O. U weet het ook niet.
De bomen zijn weer volop groen en overal zie je bonte bloemenpracht. In het Kanaal en in de vijvers langs de Kayersdijk hier in het mooie Apeldoorn wemelt het alweer van de eenden met enorme gezinnen. Begin april zag ik het eerste nest. Een moeder met zes kuikentjes. Wat schattig. Die pluizenbolletjes spartelden achter hun mama aan. Net als ik, lang geleden.
Vandaag is het achterbuurmeisje jarig.
Je moet er toch niet aan denken. Als mens zijnde bestaan er slechts twee
gruwelijke gedachten.
De eerste is dat je ouders seks hebben. Iedereen mag vies doen, maar
niet je vader en je moeder en zeker niet met elkaar. Het idéé alleen al.
En de tweede?
"Goedemorgen," zeg ik op rustige en lage toon.
In de hoogslaper zie ik beweging. Een hoofd komt omhoog.
"Het is kwart voor zeven," zeg ik. "Word je wakker?"
Er klinkt een geluid.
"Hé, ik ga. Veel succes vandaag op school. Ik zie je vanavond."
Er klinkt een geluid.
Ik draai me om en stap de overloop op. Iets verderop is onze eigen
slaapkamer. Zal ik haar gedag zoenen?
De zon doet me bijna pijn aan mijn ogen. Het is warm, maar hier op het
water maakt de wind veel goed. De veerboot vaart gestaag over de
bescheiden golven. Ik sta bij de achtersteven en zie hoe de schroef
witte schuimsporen maakt in het donkere water. Het vasteland verdwijnt
langzaam in de verte. De zon zakt al wat. Vandaar dat hij zo scherp in
mijn ogen snijdt. Het is laat in de middag.
Iemand heeft me gevonden.
"Mag ik bij jou zitten?" vraagt ze.
Ik stop ermee. Het is mooi geweest.
Vandaag is de dag.
Drie jaar en drie maanden lang heb ik nu iedere donderdagmorgen een
'column' geplaatst. Nooit verzaakt.
Om kort te gaan: de lol is er gewoon vanaf.
Het tijdschrift Psychologie Magazine heeft onderzoek gedaan onder
zeshonderd abonnees. En wat blijkt? Maar liefst 99% van de
ondervraagden vertoont alledaags dwanggedrag. Bijna iedereen heeft wel zo'n
kleine obsessie. De meeste mensen zien het niet als dwangtrekje. De
onderzoekers hebben ook niet de indruk dat deze mensen er onder lijden.
"Gék word ik van al die nonchalance hier in dit huis!" brul ik tegen Vrouwlief.
"Nou zeg, je hoeft niet zo te schreeuwen, hoor."
"IK SCHREEUW NIET!"
"Hoe lang is het geleden dat jij hier bent geweest?" vraagt Vrouwlief.
"Even denken," antwoord ik. "Het was met school. Ik zat in de vierde of
de vijfde van de Havo. Ik was achttien, dus dat is dik vijfentwintig
jaar geleden."
"Dan zal er wel veel veranderd zijn?"
Ik kijk het Wenceslasplein over. Is er veel veranderd? In mijn
herinnering was dit een kille, grijze stad.
Ze leek me wel een heel net meisje. Zo kaarsrechtop als ze zat, zo
fijntjes als haar beweginkjes waren. Een popje. Zo'n meisje dat je ervan
verdenkt dat ze nooit naar de pot gaat om te poepen. Plassen, ja dat
zou ze zeker wel doen. Plassende meisjes zijn lief. Dit meisje was ook
lief, dat zag je zo. Aan de andere kant deed ze me ook wel een beetje
denken aan de prinses op de erwt. Een mooi kind, maar wel erg verwend.
Zoals ze zat, zo had ze inderdaad ook wel iets statigs, iets
koninklijks. Sierlijk, bijna plechtig overhandigde ze de kassabon aan de
meneer twee plekken voor mij.
Zou ik durven te vragen of ze nieuw was? En hoe of ze haar werkzaamheden
vond?
Aan de overkant van de gang stond de deur open. Daar zag ik een lange
vrouw gebogen over haar tafel. Ze droeg een zwarte pantalon, een zwart
truitje met strakke mouwen en een rode overgooier eroverheen. Ik had
wel eens bij een vergadering gezeten waar zij ook aan deelnam. Ze leek
me wel een aardig mens. Hoe oud zou ze zijn? Van mijn leeftijd? Ze had
kleine tietjes. Dat geeft niets. Op het werk ga ik toch niet op de
versiertoer.
Wat een mooi meisje is het toch! Ze kijkt me aan. Op sommige momenten ben ik een gelukkig man.
"Hoi," zegt ze.
"Hoi," knipoog ik terug.
Ze loopt weg. Dat is dan weer minder. Even kijk ik haar na. Dan loop ik
het toilet in. Deze keer ga ik zittend plassen. Zou de bril nog warm
van haar zijn? Ik doe mijn broek en onderbroek naar beneden en ga
zitten. De bril voelt koel aan. Misschien heeft ze alleen maar haar
handen gewassen of haar haren op orde gebracht. Stik. Dat heb ik weer.
Is er dan niets dat aan haar aanwezigheid herinnert? Nee, dat is er
niet. Ze heeft zelfs geen wind gelaten, zo lijkt het.
Het was een mooie meid met lang donker haar en heldere ogen. Ze droeg
een strakke spijkerbroek en een zwart truitje met een riem eroverheen.
Haar laarsjes hadden nauwelijks een hak. Ik móést wel naar haar kijken.
Ze was in gesprek met de zanger van de band en ze stond veel te lachen.
Ik houd heel veel van vrouwen die veel lachen. Dat mag ondertussen
bekend zijn.
Zoals iedereen weet, doe ik graag boodschappen. Niet vanwege de
boodschappen, maar vanwege de meisjes van de kassa. Uren kan ik naar ze
staren. De rij bij de kassa kan mij niet lang genoeg zijn. Uiteindelijk
voer ik een verlegen gesprekje bij het afrekenen en zucht ik diep als
ik het winkelwagentje naar mijn fietstassen duw.
Ik rekende af bij Mandy. Leuke griet. Kijkt een beetje schaapachtig,
alsof ze haar IQ kan tellen op haar vingers. Dat kan ze niet. Daar is
ze te dom voor.
Line, zo heet de mooie dame van de receptie. Tenminste, als dat wat op
het bordje op haar uniformjasje staat haar voornaam is. Ik stamp nog
wat sneeuw van mijn schoenen en hoop dat het niet erg is. Het is niet
erg. We krijgen de sleutel van onze kamer 309. Die is op de tweede
verdieping. Toch moeten we in de lift op knopje 3 drukken. Knopje 1 is
de begane grond. En ik maar denken dat ze dit soort grappen alleen in
België uithalen.
Onze kamer is ruim en mooi. Het bed is groot en zacht. Dat wordt nog wat.
Hoe zou ze er in het dagelijks leven uitzien? Zwarte kleren of juist
heel fel gekleurd met veel rood en fluorescerend groen? Zou ze een
piercing dragen? En waar dan? Ik keek naar haar neus, maar kon behalve
een puistje geen andere onregelmatigheid ontdekken. Door haar lip? En
welke dan? Nee, die lippen van haar zagen er puntgaaf uit. Potjandosie,
ik betrapte me er weer eens op dat ik me hier gewoon stond te vergapen
aan een jonge meid voor wie ik veel te oud en te getrouwd ben. Maar wat
maakte het allemaal uit?
Wat gaat de tijd snel, zeg. Het is alweer bijna twaalf uur. Zal ik nog
één kopje koffie nemen? Ik sta op van mijn bureau en loop naar het
aanrecht. Even het water opwarmen en een verse pad in de houder doen.
Daar gaat-ie weer: het geluid van de Senseo overstemt de muziek uit de
boxjes. Dat is jammer, want het gitaargeweld van Mike Keneally is nu
juist zo gaaf.
Je moet het op je nieuwe werkplek zo aangenaam mogelijk maken. Zeg dat ik het gezegd heb.
Hartelijk welkom in de mooiste stad van Nederland. Of nee, de mooiste stad van de hele wereld.
Natuurlijk, ik hoor nu alweer mensen roepen dat Apeldoorn geen stad is, omdat het geen stadsrechten heeft.
Laat ik dan vooraf één ding duidelijk stellen.
(Met deze column verwelkomde bazbo de gasten tijdens de FOK!columnisten-voorleesvoorstelling op zondagmiddag 24 januari in Art Café 'Sam Sam' in Apeldoorn.)
Met een klap viel de voordeur achter Albert dicht. Snel deed hij zijn schoenen uit. Ze zaten onder de sneeuw. Hij hing zijn jas aan de kapstok en deed zijn sjaal af. In de woonkamer was het lekker warm. Albert controleerde de thermostaat. Negentien graden was het nu. Daar mocht nog wel een graadje bij. Zorgvuldig draaide hij aan de ronde knop. Een beetje warmte in deze koude tijden was hard nodig, vond hij. Zo, nu eerst koffie maken, want daar was hij wel erg aan toe. Op de keukentafel stond de lege koffiemok en het waterglas van Eva. Albert pakte ze beet, drukte ze even tegen zich aan en zette ze toen op het aanrecht.
"Wachten duurt lang. Zeker als het veel tijd kost."
"Wat klets je, pa?" vroeg mijn Zoon.
"Zeg dat ik het gezegd heb."
"Je praat weer eens wartaal."
"Vraag jij je nou nooit eens af, jongen: zou ik later ook zo worden?"
"Wat bedoel je?"
"Ik schaamde mij vroeger kapót voor mijn ouders. En dan dacht ik: o, laat mij alsjeblieft later niet ook zo worden!"
"Hij is een van de bekendste schrijvers van FOK! Deze week viert hij zijn driejarig jubileum bij deze populaire webstek. Hij schreef niet alleen voor FOK!; in oktober 2008 verscheen zijn boek 'Alles kan kapot'. Bij mij aan tafel schuift aan: bazbo!"
(applaus)
Eva deed de voordeur achter zich dicht. Allemensen, wat was ze toe aan koffie. Met haar jas nog aan liep ze naar de keuken. Daar deed ze water in het reservoir van de Senseo. Ze drukte een pad in de houder en wachtte even tot het lampje ophield met knipperen. "Wat maakt dat apparaat toch een lawaai," dacht ze. "En wat duurt het lang voordat het water heet is!"
Zo. Daar staat ze. Wat is ze toch prachtig. Die zachte rondingen zijn een lust voor mijn oog. Ik leg mijn hand in haar hals. Ze voelt koud aan. Langzaam laat ik mijn vingers naar beneden glijden. Eerst die heerlijke bolling. Die koester en streel ik iets langer. Dan zakt mijn hand langs haar glooiende vormen. Je zou er opgewonden van raken. Het water loopt me al in de mond.
Het straatbeeld was allerdebielst, de afgelopen dagen. Overal zag je mensen met grote dozen rondlopen. Kartonnen dozen met kerstmotiefjes erop. Het kerstpakket als trofee. Kan iedereen wel zien hoe groot die van mij is? Probeer maar eens een stinkende streekbus binnen te komen als alle passagiers met zo'n doos lopen te zeulen. En niks geen bagagerekken meer in die bussen!
Ze was niet al te groot, zo leek het. Die uniformblouse liet een boel te raden over. Ik zag geen naambordje op haar kleine boezem. Ze had kortgeknipte blonde haren, die ze sprieterig omhoog had gestyled. Haar blauwe ogen waren zwaar geaccentueerd met mascara. Verder gebruikte ze geen make-up. Als ze lachte, kneep ze haar prachtige ogen tot spleetjes. Haar giechelende lachje was er eentje om in te lijsten. Vertrouwd, ja dat was het woord. Ze lachte vertrouwd.
Iets verderop staan een jongen en een meisje tegen elkaar aan. Ondanks de koude kijken ze gelukkig. Het meisje heeft mooie rode wangetjes. Ik wil ook een meisje tegen mij aan. Een meisje dat mij warm houdt en dat mij met haar mooie rode wangetjes doet beseffen dat er goede tijden op komst zijn.
Doordat ze een ruime turquoise uniformblouse aan heeft, kan ik alleen maar gissen naar hoe de rest van haar lichaam is. Ze is denk ik niet al te groot, en te oordelen naar haar ietwat mollige armen heeft ze wat vollere rondingen dan de gratenbalen die je tegenwoordig in de modebladen ziet. Haar lachje is er een om in te lijsten. Zó'n meisje is het. Ik sta graag bij haar in de rij. Hoe langer, hoe fijner.
Goed schijten kan toch deugd doen.
Ik heb er nogal kijk op. Er zijn weinig zaken waar ik deskundig in ben. Zo kan ik bijvoorbeeld niet schrijven over politiek. Ik weet er geen fluit van. Het is ook niet meer te volgen. Vandaag moet de AOW-leeftijd gefaseerd omhoog; morgen moet het ogenblikkelijk. Door de invoering van het rekeningrijden lopen de gemeenten miljoenen mis en om dat te compenseren moet ik bewonersbelasting gaan betalen. Omdat ik in een provincie woon.
Ik heb een nieuwe werkplek of twee. Het leuke van deze werkplek is, dat ik niet in een stinkende streekbus hoef om er te komen, maar dat ik op het fietsie kan. In de warme maanden is dat heerlijk; nu is het best koud aan mijn klauwen. Naar de andere werkplek moet ik wél met een stinkende streekbus. Lekker in de winter als het buiten koud is, maar stinkend benauwd in de warme maanden.
Veertien november 2009. Waerdse Tempel, Heerhugowaard. Er staat een vent van vierenveertig te trillen op zijn benen. Op het podium spelen een paar van zijn jeugdhelden. Vanaf dat podium klinkt muziek die velen afdoen als 'oubollig', 'pretentieus' of 'gedateerd'. Het zal de vent van vierenveertig worst wezen. Het zijn ZIJN jeugdhelden.
Hoe oud en getrouwd ik ook mag zijn, ik blijf een gezonde Hollandse jongen. Als er een leuke vrouw, mooie meid of lekker mokkel voorbijkomt, dan heb ik mijn ogen niet in mijn zak zitten. Of misschien ook wel. Het ligt eraan hoe je het bekijkt. "Mannen denken met hun geslachtsorgaan," hoor ik wel eens zeggen.
In de verre groentela van de koelkast ligt een pompoen. Zo'n oranje. Te klein om een Halloweenmasker van te maken; te groot om te negeren. Hoe kom ik aan een pompoen? Nou, dat komt zo.
Ik heb een abonnement op een biologisch groentepakket.
Hoog in de lucht vloog een vogel. Ik volgde hem. Hij leek geen vooraf geplande route te hebben, maar draaide grote cirkels. Wat een vrijheid. Je zou er jaloers op worden.
Het voelt nooit goed om een vrouw achter te laten.
bazbo beleeft de herfst met weemoedige gedachten aan het fraaie verleden vol verdwenen vrouwen ...
Aflevering 4 en slot: 'De wens is de vader'
bazbo beleeft de herfst met weemoedige gedachten aan het fraaie verleden vol verdwenen vrouwen ...
Aflevering 3: 'Pittige Curry'
bazbo buigt zich over de kunst van het schrijven. 'Kill your darlings' is een motto. Ook het zijne?
bazbo beleeft de herfst met weemoedige gedachten aan het fraaie verleden vol verdwenen vrouwen ...
Aflevering2: 'Ik ga niet naar Roemenië'
bazbo beleeft de herfst met weemoedige gedachten aan het fraaie verleden vol verdwenen vrouwen ...
Aflevering 1: Jij nog bier?
Potdomme, we hebben in Apeldoorn al jaren iets bijzonders. Een stóómtrein! Welke andere plaats in Nederland - Enkhuizen en Medemblik even uitgezonderd - kan dat zeggen? We hebben een mooi stuk cultureel erfgoed in onze metropool en dan mag dat ding niet fluiten. Omdat we last van het geluid hebben. Om half elf 's morgens komt de eerste trein langs en om half zes 's middags is de laatste voorbij. Waar gaat dit over? Een stoomtrein moet fluiten!
Scouts waren we, maar aardige scouts. Niet van die ouderwetse snotneuzen die ridderlijk oude vrouwtjes hielpen oversteken of keurig geüniformeerde spoorzoekers die het militairisme opnieuw hadden uitgevonden. Nee, velen van ons dronken stiekem bier of knepen wel eens in een meisjesbil of tiet. Voor een groep veertienjarige verkenners waren we een aardig losgeslagen bende. Toch hadden we onze momenten.
Ze keek. Zag ze dat ik haar zat te bekijken? Ze was waarlijk erg prachtig. Een strakke spijkerbroek en een strak wit truitje. Haar halflange donkere haren hingen los. Schitterende ogen en een mooi gezicht met een mond die ik wel eens nou laat maar.
"Weet ge wat het allerbeste bier van de wereld is?" vroeg hij. Zonder ons antwoord af te wachten zei hij met glimmende oogjes: "Pater Corsendonk!"
"Ik zal het proberen te onthouden," zei ik.
"Ge moogt u nooit onthouden van Pater Corsendonk," verzekerde onze gesprekspartner ons verlekkerd.
Je zult het altijd zien. Kies ik een keer niet de rij met het leuke kassameisje (Yasmin! Wat een lekkere sekskop heeft ze toch!) en ga ik voor de kortste, dan gebeurt er van alles vóór mij en duurt het ellenlang.
Ramona zat gekke bekken naar me te trekken. Dat zou ze eigenlijk niet moeten doen, want het was een smet op haar prille schoonheid. Haar lange blonde haar hing los langs haar wangen op haar schouders. Haar grote ogen keken me aan. Ze nam een slok cola en zette haar glas op tafel neer. Ik glimlachte naar haar. Opeens deed ze haar mond wijd open en liet ze een luid scheurende boer. Ik schrok me te pletter en deed wat er in me opkwam. Ik zong de wereldhit 'Ramona'.
Voor de klas staat een lange slanke jonge vrouw. Ze draagt een zwart topje en een halflang open overhemd van spijkerstof. Het topje heeft een laag uitgesneden hals. Omdat ze niet is voorzien van een volle boezem is er geen kans op een decolleté. Niet dat ik dat erg vind, want mijn aandacht is voortdurend gevangen door haar frisse gezicht. Wat vind ik haar mooi! Kortgeknipte haren in haar natuurlijke donkerblonde kleur, met een scheiding links en een olijk kuifje. Schitterend donkere ogen. Een brede mond die veel lacht en volle lippen.
Aan het eind van de Hoofdstraat sla ik linksaf de Stationsdwarsstraat in. Verhip, de seksshop is dicht. De metalen rolluiken voor de ramen zijn naar beneden. Zo is er niets te zien van de etalage. Jammer. Niet dat ik enige vorm van afrodisiacum of hulpmiddelen nodig heb om tot seksuele bevrediging te komen, hoor. Maar ik ben wel nieuwsgierig naar wat Holland nu weer geil en kinky vindt. Stik, nu moet ik aan uitgebreide seks denken!
Ik ben nogal slecht met openingszinnen. De vrouw die op de barkruk naast mij zat, had mij dan ook al snel gevloerd met een rechtse ram tegen mijn kop.
"Misschien was het niet zo'n goede zin om mee te beginnen," dacht ik.
Niet onaardig meisje,
Ik weet het; het is abnormaal. Wat moet een getrouwde man van vierenveertig nou met een niet onaardig meisje als jij? Misschien is 'meisje' ook wel niet meer het woord dat bij jou past. Toch blijf ik die naam gebruiken. Het is nu eenmaal de naam die ik je zeventien jaar geleden gaf. En toen vond ik je een niet onaardig meisje.
Nou, laten we 's kijken
wat bazbo nu weer heeft te zeiken.
Soms kom je in het leven rare vogels tegen. Paradijsvogels, zo noemen we ze ook wel. Iedereen kent ze wel: personen die er een bijzondere levenswijze op nahouden, die we in eerste instantie apart of raar vinden, maar op wie we stiekem stikjaloers zijn. In mijn geval was Gerrit er zo eentje.
Het leven draait om meisjes en jonge vrouwen. De jonge vrouwen en meisjes in kwestie zullen daar wel weer heel anders over denken. Als ze er hetzelfde idee over zouden hebben, dan had ik aan iedere vinger wel tien meisjes en jonge vrouwen hangen en dat is nu eenmaal niet zo. Zo gaat dat zo vaak in het leven: daar waar je het meeste behoefte aan hebt, daar heb je chronisch tekort aan. Neem nu geld.
Voor iedereen die bang is dat ik weer eens ga miemelen over mijn nieuwe werkplek, heb ik een verheugende mededeling. Deze keer geen gemiemel over mijn nieuwe werkplek! Deze keer krijg je gemiemel over lichamelijk ongemak. Niet over mijn zwakke darmen, hoor. Daar heb ik al heel veel poepverhalen over geschreven. Ook niet over mijn psoriasis op plekken die je niet wilt weten. Nee, deze keer moet ik terugkomen op de lastige blessure aan mijn rechterhand.
Poeh zeg, wat voor dierlijks kwam er opeens in mijn gedachten naar boven? Kan ik hier schrijven over zekere dierlijk lage lusten die zich soms meester van mij maken? Iets met lichamelijke verlangens, het verliezen van mondvocht en bloedtoevoer die ik niet in de hand heb? In hoeverre kan ik hier in details treden zonder dat ik openlijk word opgeknoopt?
Zoonlief is geslaagd voor zijn eindexamen vmbo. Eén zeven en vijf achten op zijn eindlijst. Goed, hè? Dat werd feest! Hij was echter niet de enige. Avond aan avond zitten we bij verschillende pubers thuis te zuipen dat het een lieve lust is. Deze zondag was het ook weer raak.
Leona. Wat een mooie naam. Het klinkt een beetje exotisch. In mijn gedachten kwamen de beelden van een mooie vrouw omhoog. Leona was lang, droeg een wijd luchtig jurkje van zwarte ruisende stof en haar lange donkere haren dansten in de zwoele wind. De lage zon maakte dat de gebronsde huid van haar zachte armen er nog gebronsder uitzag. Haar donkerbruine ogen deden me verlangen naar donkere opwindende zaken waar een getrouwde man van mijn leeftijd eigenlijk niet naar zou moeten verlangen.
Er kwamen twee meisjes binnen, allebei een jaar of twintig en allebei een paardenstaart. De een was een lange slanke meid die wat flauwtjes uit haar half gesloten ogen keek; de ander was wat kleiner met fijn vollere rondingen. Janneke en Mieke, zo heetten ze. Janneke hield haar fleece shirt met capuchon aan; Mieke deed haar leren jasje uit en showde iedereen haar mollige armen en haar fikse decolleté dat alle aandacht van haar minieme paarse topje wegnam.
Ook dit is geen verhaal waarin ik ga schelden op het openbaar vervoer. Dat is al te vaak gedaan. Niet dat ik zo nodig altijd origineel wil zijn, maar schelden op het openbaar vervoer is oubollig, afgezaagd en al honderdduizend keer eerder gedaan.
Of ging er deze keer toch écht iets teveel mis?
Dit is geen verhaal waarin ik ga schelden op het openbaar vervoer. Dat is al te vaak gedaan. Niet dat ik zo nodig altijd origineel wil zijn, maar schelden op het openbaar vervoer is oubollig, afgezaagd en al honderdduizend keer eerder gedaan.
Onder de FOK!columnisten sta ik bekend als de oude viezerik die warm wordt van jonge meisjes. Ik heb het er zelf naar gemaakt. Hoe vaak heb ik nu al niet geschreven over leuke meisjes in de bus of trein, prettige deernes op het werk, blozende blondjes op fiets of brommer op straat en sms'ende sletjes terwijl ik met ze sta te praten? Heel vaak. Te vaak.
Al vanaf mijn vijftiende levensjaar is mijn absolute muziekheld Keith Emerson. In de zomer van 1980 hoorde ik een plaatje op de radio. Vóór die tijd luisterde ik naar Saturday Night Fever, Electric Light Orchestra en Supertramp. Ook leuk. Maar de ware openbaring kwam toen ik op de radio hoorde: "Ladies and gentlemen: Emerson Lake & Palmer!" gevolgd door een hengst op een snaredrum en een baslick waar ik helemaal kippenvel van kreeg. Die slag op die trommel veranderde mijn leven.
Carlo Piemol viert feest.
Hij is bij een bruiloft.
Carlo Piemol mag spreken.
Dat doet hij graag.
Een leerzaam verhaal over het huwelijk.
"Tja, die moet ik hier houden," zei de dierenarts.
Kut. Dit betekende kennelijk het einde van Mo. Het einde van ons tweede kind. Het einde van de schrik van de buurt. Het einde van trofeeën aan mijn voeten. Het einde van epileptische insulten. Het einde van vernielingen door het huis. Het einde van warme welkomstjes, van veilige strelingen, van een thuisgevoel. Ik rilde.
Het Marktplein is verlaten. Of nee, wat zie ik daar? Er zijn nog wat mannen bezig om de laatste kermisattractie af te breken. Normaal staat hier op zaterdagmorgen de grootste en beste markt van heel Nederland. Nu is er geen kraam te bekennen. Niks geen kruidenverkoper of groenteman. Geen schreeuwende mannen die hun koopwaar aan de man proberen te brengen. Geen lucht van vis, warm brood of verbrande frituurolie. Het plein is bijna leeg.
Ter onderbreking van zijn succesvolle serie 'De kutkat Mo' presenteert bazbo een superactuele bijdrage in het kader van: "Het is vandaag koninginnedag!" Over drank, stadsrechten, koningsgezindheid, geld, bestek tussen je ribben, meisjes, braaksel en een nieuwe werkplek.
Het geluk in huize bazbo kon niet op. Ik had het ideale gezin: lieve vrouw, gezonde zoon en een kutkat. Vrouwlief kreeg niet veel kans om bij mij op schoot te zitten, want die plek was meestal ingepikt door een zwartharig gevaarte. Zoonlief kwam langzaam in de fase dat hij absoluut niet meer bij zijn pappie op schoot wilde, dus die vond het best. Vrouwlief vroeg zich wel eens af wie er meer lichamelijke aandacht van mij kreeg: zijzelf of die kutkat.
Voortdurend verscheen hij met allerlei trofeeën. En als het mooi weer was en wij de tuindeur open hadden staan, kwam hij ze persoonlijk aan mijn voeten leggen. Niet zelden waren het mussen, kikkers of muizen. Maar het was ook wel eens anders.
Schoonmoeder kwam op bezoek. Altijd leuk.
"Wanneer doe je die kat weg?" vroeg ze praktisch.
"Niets ervan," antwoordde ik nuchter. "Hij blijft. We hebben beloofd dat we goed voor hem zouden zorgen."
"Hoe heet hij eigenlijk?" vroeg de moeder van mijn vrouw.
"Geen idee," zei ik. "We weten helemaal niets van hem. Zijn naam niet, of hoe oud hij is."
"'t Is toch wat. Zo’n beest moet toch een naam hebben?"
"Wij noemen hem Mo. Naar de vorige eigenaar. Die heette Mohammed."
Soms gaat er wel eens iets mis in het leven. Zelfs bij columnisten. Vandaag lukte het de vaste columnist niet om iets te plaatsen en dus viel er een gat. Welnu, bazbo was genegen om er direct in te springen (in dat gat). Hier leest u zijn vervangende column.
Ik kijk in het gezicht van een jonge vrouw. Ze draagt een zwarte broek en een zwarte blouse met het logo van 'De Konink' erop. Haar lange blonde haar hangt tot halverwege haar rug. Bovenop haar hoofd houdt een speld de lokken uit haar gezicht. Haar ogen stralen en haar mond lacht. Ze mag er zijn. Ze is er ook. En dan is ze weer weg, druk bezig met onze bestelling.
Tegenwoordig heeft iedereen hem op de salontafel liggen, maar er was een tijd dat je hem angstvallig onder het echtelijke matras verstopt hield. Op de financiële pagina van de dagbladen stond altijd van alles, maar niet hoezeer het Beate Uhse voor de wind ging. Heden ten dage wordt de PABO-catalogus nog steeds discreet verstuurd in een envelop zonder naam van het bedrijf erop, maar de openheid over erotische speeltjes, ondergoed met gaten of het bekijken van een vies filmpje op z'n tijd is nog nooit zo groot geweest.
Dat was vijftien jaar geleden wel anders.
Ik keek tegen de achterkant van een prettig bukkende meid aan. Toen ze rechtop kwam en bij mij in het bushokje ging staan, zag ik dat het een jonge vrouw was van vóor in de twintig. Ze had haar donkerblonde lange haren over haar schouders en dikke sjaal hangen. Twee glinsterende blauwe ogen keken me aan. Ze kwam iets dichter bij me staan. Een aangename mentholkauwgumadem kwam me tegemoet. Ze rook lekker. Ik keek haar eens goed aan. Ze was een leuk ding en had een fris gezichtje met sproetjes rond haar neus.
Zo vroeg in de morgen en ik had het al niet koud meer.
Carlo Piemol gaat op bezoek.
Bij Opa Poepchinees.
Het gaat niet goed met Opa Poepchinees.
Hij vergeet bijna alles.
Een leerzaam verhaal over dementie.
Nu is een nieuwe handtas niet echt iets om ruzie over te maken. Nee, veel erger zijn de andere zaken. Hoe verkeerd ze de afwas stapelt, bijvoorbeeld. (Nóóit de borden stapelen, want dan moet je de achterkanten ook afwassen!) Of kroonkurken op het aanrecht, terwijl de afvalbak nog geen halve meter verwijderd is. Dat ze mijn verse homp kaas fout snijdt en dus verruïneert. De rol toiletpapier verkeerdom aan de houder. (Ik moet het eerste velletje zó kunnen pakken!) En als ik bij het aansteken van het gas ontdek dat ze gebruikte lucifers heeft teruggestopt in het doosje, is het voor haar maar goed dat ik niet in het bezit ben van een grote bijl!
Carlo Piemol is in de supermarkt.
Daar ziet hij de nichtjes Tok en Tak.
Die doen ook boodschappen.
Breezers, natuurlijk.
Een leerzaam verhaal over alcoholgebruik onder tieners.
Er komen twee vrouwen binnen. Ah, altijd interessant. Ik geef het ruiterlijk toe. Al slurpend van mijn thee bekijk ik ze grondig. De dames zijn allebei rond de dertig jaar oud. Of jong. De één loopt met een kruk. Ze is nogal kort van postuur en heeft zwart haar en donkere ogen. De ander is een lange vlotte met een korte groene jas aan. Ze heeft brede heupen en stevige benen, zodat haar spijkerbroek goed strak zit. Aan haar voeten zie ik lichtbruine gympies. Haar blonde haren vallen krullend over haar schouders. Shit, daar ga ik. Ik vind haar een leuk ding.
Carlo Piemol gaat naar het café.
In 'Het zwakke gen' is het druk.
De neven Mik en Mak zijn er ook.
Ze zuipen en slikken en blowen.
Een leerzaam verhaal over de jeugd van tegenwoordig.
Ik droom nogal van meisjes. Nu niet meer, maar toen wel. Ik ben een jongetje van vijftien. Ik zeg expres 'jongetje', want ik ben een nogal klein opdondertje voor mijn leeftijd. Daarnaast ben ik zo verlegen als de pest en durf ik niet naar meisjes te kijken, laat staan dat ik met ze durf te praten. Ik zie ze wel zitten hoor, aan de andere kant van de klas, maar zij zien mij niet staan. 's Middags en 's avonds droom ik van ze in mijn zolderkamer: Angelique, Petra en Antoinette.
Soms heb je van die dagen.
Je kent dat wel.
Dan zit alles tegen.
Zó'n dag.
Je kent dat wel.
Carlo Piemol heeft ook zo'n dag.
Vandaag.
Hoe vaak moet ik het nog zeggen? Die markt op maandagmorgen in Apeldoorn is geweldig! Over de kaaskraam heb ik al eens verteld, dus dat doe ik nu even niet. Nee, die groentekraam, die moet je hebben! Het zijn twee enorme vrachtwagens naast elkaar en wat ze er verkopen is van de allerhoogste kwaliteit. Het kost wat, maar dan heb je ook wat. Bovendien word ik iedere maandag geholpen door die mooie blonde dame.
Carlo Piemol gaat op bezoek.
Bij tante Huppeldepup en ome Nogwat.
Tante Huppeldepup heeft een probleem.
Ze kan haar plas niet meer ophouden.
Een leerzaam zeikverhaal over urineverlies.
Tsja, daar staan we dan met ons goeie gedrag. Het enige dat we kunnen doen is er op ons paasbest uitzien en afwachten wat er gaat komen. Dat doen we dan ook. Er zit niets anders op. Ons hele leven staat in het teken van ons dienstbaar opstellen. Of we willen of niet. Veel keus is ons niet gegeven.
Als mijn vader meegaat naar het voetbalveldje verderop in de straat, dan weet ik dat het leuk gaat worden. Aan het eind van het spel komt het mooiste: hij gooit de bal iets omhoog en als die vlak voor hem is, geeft hij de bal een enorme poeier recht omhoog. Mijn vader kan de bal het hoogst schoppen van de hele wereld.
Carlo Piemol is druk.
Hij legt de nichtjes Tok en Tak over de knie.
Maar wat ziet hij daar?
Een leerzaam verhaal over ...
ja waarover eigenlijk?
"Oooooh!" roept Vrouwlief. "Ik ken dat spul nog wel!"
Zoonlief kijkt niet-begrijpend.
"Ik ga snel nog eens pasta maken," zeg ik.
"Doe dat," zegt mijn zoon.
"En drie keer raden wat ik er dan naast zet in plaats van die eeuwige Parmesan van mijn kaasboer van de markt?"
"Je wáágt het niet!" roept Vrouwlief. "Ik ken weinig redenen om van je te scheiden, maar ..."
Ik hoor het niet, want ik denk al aan de maandagmarkt.
Carlo Piemol loopt op straat.
Hij ziet veel rommel liggen.
Carlo Piemol ergert zich eraan.
Maar het ergst zijn de mensen.
Een leerzaam verhaal over zwerfvuil. En daklozen.
"Ontspoorde kinderen? Dat is de schuld van de ouders! Ouders moeten de verantwoordelijkheid nemen!" Nee, het ligt anders. Overheid en samenleving hebben druk op gezinnen uitgeoefend dat moeders óók moeten werken, zodat ze niet meer thuis zijn als het kind van school komt. Ik vind het niet vreemd dat kinderen dan kunnen ontsporen en áls dat dan gebeurt, is dat dan de schuld en verantwoordelijkheid van ouders? Nee. Dat is de omgekeerde wereld.
Carlo Piemol moet even weg.
Zijn collega's willen weten waarom.
Carlo Piemol legt het uit.
Iedereen wordt enthousiast!
En wil dat óók!
Een leerzaam verhaal over figuurpoepen.
Geachte heer bazbo,
We willen u een aantal vragen stellen over een onderwerp dat vaak in reclames aan bod komt. Dit willen wij graag via internet doen, zodat we u ook filmpjes en afbeeldingen kunnen laten zien en u de vragenlijst kunt invullen wanneer u dat uitkomt. Wij stellen het op zeer prijs als u deelneemt aan dit onderzoek.
Carlo Piemol doet eens gek.
Hij gaat met zijn nichtjes naar de disco.
De nichtjes krijgen een breezer.
In ruil voor iets.
Een leerzaam verhaal over goedkope seks.
Waar zal ik de lezers deze week eens mee lastig vallen? Als je je ogen goed de kost geeft, zie je waar dan ook voldoende om je heen om een goed verhaal over te vertellen.
Dit verhaal begint met een blik in de keukenkastjes. Wat ga ik vanavond eens koken? Eerst eens kijken wat of ik huis heb. In de koelkast staat van alles en al snel heb ik een schitterend menu voor ogen.
Carlo Piemol ligt in bed.
Dan gaat de deurbel.
Het zijn tante Huppeldepup en ome Nogwat.
Ze zeggen dat Carlo Piemol niet in bed mag liggen.
En ook niet mag winkelen.
Het is zondag en de zondagsrust is heilig!
Een leerzaam verhaal over zondagsrust.
't Is wat. Hoe fijn is het om als baasje, als ouder of als geliefde even wat tijd vrij te maken voor je huisdier, je kind of je partner. In veel huisgezinnen noemen ze dat 'quality time'. Een prachtig begrip.
Wat zet je de gasten van je nieuwjaarsfeestje voor? De ellende is dat je van te voren niet weet hoeveel mensen er zullen binnenvallen. Het kan de hele buurt, de ganse familie en de volledige vriendenclub zijn, maar voor hetzelfde geld hebben ze allemaal zelf veel betere champagne in huis en blijven ze weg. Weet je ook gelijk hoe belangrijk je voor ze bent. Niet, dus.
"Hoe krijg ik het wat warmer?" vroeg hij zich al verder spelend af. Op school had de juf het sprookje van het meisje met de zwavelstokjes verteld. Hij kón zijn viool in de fik steken. Dan had hij het even warm. Maar dan was hij zijn viool kwijt. En ook de manier om nog een beetje geld te verdienen.
Zou er iets te zien zijn? Wat zou ik moeten zien? De televisie, natuurlijk!
Wacht, hier zijn de gordijnen open en er brandt licht. Zal ik dan eindelijk blote mensen zien die 'het' aan het doen zijn? In mijn hoofd borrelen beelden op van vrouwelijke billen en borsten, schaamhaar en een grote stijve mannenpiemel.
Op de televisie zie ik een groen voetbalveld. Stik.
Neef Noga komt uithuilen bij Carlo Piemol.
Neef Noga is depressief.
"Alles is kut."
Neef Noga snijdt zichzelf.
Een leerzaam verhaal over automutilatie.
bazbo op saunabezoek. Dit keer heeft vrouwlief iets extra ontspannends geregeld: een behandeling in de hamam!
We moeten de badjas aan een haakje hangen en plaats nemen in een kleine stoomcabine. Samen met twee jonge meisjes.
De radar staat altijd aan. Laat ik daar heel eerlijk over zijn. Overal en altijd zijn mijn voelhorens op zoek naar mooie meiden en fijne vrouwen. Niet dat ik thuis te klagen heb, hoor. Integendeel. Maar het is sterker dan ikzelf. En in zo'n sauna is het aantrekkelijke aanbod best groot.
Als we binnenkomen, zit de hele zaal vol. "Allemensen, wat een mensen," zeg ik. "Waar zit de jarige?"
Het is nog een hele zoektocht. Na een kwartier vinden we hem.
"Nou, gefeliciteerd en hier is een enveloppe en doe ermee wat je leuk vindt en je vriendin ook proficiat en wat een leuke kinderen heeft ze en wat is het hier gezellig druk en wie hoort nou bij wie en wie is nou wat van wie en zijn daar nog plekken vrij en doe mij maar een biertje."
"Tast flink toe," zegt de jarige. "Hou je niet in."
Ik begrijp dat het een eenheidsprijs is voor een hele avond schransen.
"Voor iedereen die dit stuk gaat lezen, heb ik een mededeling. Ik ga geen flauwe grappen maken over het feit dat ze in Groot-Brittannië aan de verkeerde kant van de weg rijden. Die kennen we nou wel, zeg."
Er blijft genoeg te schelden over, als het om Engeland gaat. Wat een takkeland! bazbo maakt zich boos over de Teringbritten.
Van alle schepsels op aarde is de hond wel de stomste. Die heeft zich mooi aan banden laten leggen, zeg. Katten zijn ook gedomesticeerd, en varkens en koeien en paarden, en die moeten zich ook het nodige laten welgevallen, maar geen enkel beest heeft zich zó door de mens laten inpakken als de hond. Katten gaan de hele dag hun eigen gang, varkens liggen lekker in de modder, koeien kauwen en herkauwen maar raak, en paarden laten zich van tijd tot tijd geil berijden. En de hond? De héle dag moet hij luisteren naar wat de baas hem zegt te doen. Het stomme is: hij doet het nog ook! Wat een lapzwans, zeg. Hersenen zijn er categorisch uitgefokt.
"Het is druk op straat, vandaag," zeg ik. "Iedereen wil op koopzondag overal heen."
"Wij toch ook?" vraagt mijn zoon gevat.
We staan samen bij de bushalte. Het duurt nog even voordat de bus komt. De regen stort met bakken uit de hemel. Lang leve de bus, zeker als je zelf geen auto hebt of er geen kunt rijden.
"Ik zie, ik zie wat jij niet ziet," zeg ik, "en de kleur is blauw."
"Hou toch 's op met die kinderachtige spelletjes," ergert hij zich. Hij is afgelopen donderdag zestien geworden.
"Heb jij een beter idee?"
"Laten we automerken raden."
Het is vandaag donderdag 30 oktober 2008. Een bijzondere datum in huize bazbo.
Vandaag precies zestien jaar geleden werd hij geboren. Dat was nog een hele toestand. Hoe vaak heb ik nu al niet geprobeerd een verhaal te maken over zijn geboorte? Honderden keren en altijd werd het helemaal niets. Altijd ging het veel meer over mijn eigen angsten en onzekerheden in plaats van over de bijzonderheden van de geboorte zelf.
Want wat was het een schatje. Vierenveertig centimetertjes lang en vijfentwintighonderd vijfentwintig grammetjes zwaar. Alles perfect in verhouding. Een prachtkereltje. Wat leek hij op mij! Je had nog nooit zo'n trotse vader gezien.
In mijzelf zong ik een lied. Het ging van hoempapa en tralala en I love you en baby baby. Voor mijn ogen verscheen een mooi meisje met bruine ogen en een lieve lach. Maar daar doemde het kruispunt in de verte op! Even de aandacht bij het oversteken! Ik stopte bij waar een stoplicht zou moeten staan maar er nu geen was. Oplettend keek ik om mij heen.
Vóór mij, aan de overkant van de rijstrook op de vluchtheuvel, stond een jongeman met knaloranje hes voor zich uit te kijken. Ik volgde zijn blik en zag ver weg, links van mij, helemaal aan de andere kant van het uitgestrekte kruispunt, nog een andere verkeersregelaar.
Allemensen, wat wilde ik dit meisje plots dolgraag van achter bij de heupjes pakken. Ik zou mijn hoofd op haar schouder leggen en haar onverwacht in haar hals zoenen. Zij zou zich verrast naar me omdraaien, haar armen om mijn nek slaan en haar lippen op die van mij drukken. Wat zou volgen, was een hitsig tafereel waarin we in de donkere kast stonden te vieziken. Hoofdrolspelers in het tafereel zouden zijn: vier handen, twee ronddansende tongen, twee kleine tietjes, mijn harde plasser en haar strakke achterwerk.
Nogmaals: eigenlijk vind ik die hele schoolreünie maar niets. Ik zie geen bekende, op die enkeling na. Met haar heb ik net een tijdje staan praten. Mijn blik gaat naar de muren. Binnen die muren heb ik heel wat tienervoetstappen gezet. Het Veluws College stond destijds in hoog aanzien. Toen ik twaalf was ging ik er naar toe. Omdat mijn grote broer er ook heen ging. Zo ging dat. Nu ben ik eenendertig jaar verder en met deze reünie ging het net zo. Ik ging omdat mijn broers en zussen ook gingen. Veel had ik er van te voren niet van verwacht en die verwachting bleek nog uit te komen ook. Hoop vreemden hier.
Er is hier eigenlijk maar weinig veranderd. Eenzaam dool ik door de stille gangen van het grote schoolgebouw. Hier sleet ik maar liefst zes jaren van mijn tienerleven. De lokalen staan er nog hetzelfde bij. Het lijkt wel of het meubilair nog altijd hetzelfde is als toen. De vloer, de gangen, de ramen: het is alsof ik nooit ben weggeweest. Vijfentwintig jaar geleden trok ik de deur hier achter me dicht. Nu ben ik er weer.
Als ik droom, dan ga ik dood. Altijd ga ik dood, word ik vermoord en is dat het enige dat ik van mijn droom kan herinneren. Nooit voel ik pijn, de pijn van de kogel die mijn vlees openrijt of mijn hersenen doet spetteren, het breken van mijn botten als ik in de kloof te pletter stort, of het zompen van mijn weefsel als het mes zich een baan zoekt door mijn organen.
Een goede bekende had tijdens een festival nogal veel gezopen. Peter kon geen been meer voor het andere zetten van zatheid en viel dan ook ongenadig op zijn bek. De volgende morgen was een groot gedeelte van zijn aangezicht verborgen achter een zonnebril.
"Last van het zonlicht?" riep iedereen. "En de zon schijnt niet eens!"
Peter haalde voorzichtig de Polaroid van zijn neus en openbaarde ons een aantal fikse schrammen, afgrijselijke wonden die eigenlijk gehecht hadden moeten worden, en twee prachtig blauwe ogen.
"Zo, dat staat je mooi," grapte ik.
"Wil jij even niet zo schoolmeesterig staan doen?" zei vrouwlief. "Weet jij nog van een paar jaar geleden?"
Weekend! Dáár kijken we naar uit. Tenminste, ik wel. Niet dat werken zo erg is, maar ik kan mij leukere dingen in het leven voorstellen. Weekend, bijvoorbeeld.
Heerlijk! Ik zette al mijn spulletjes op de kunststof tafel en ging zitten in de tuinstoel. Langzaam slurpte ik wat koffie. Op het moment dat ik mijn voeten op het krukje legde en de eerste krant wilde openslaan, klonk in de verte getoeter. Kan gebeuren.
Hoeveel grote schrijvers hebben in de afgelopen eeuwen verslag gedaan van hun rit met de beroemde tram 28 in Lissabon? Ik zou het niet weten, maar volgens de reisgidsen zijn het er nogal wat. In die traditie kan ik natuurlijk niet achterblijven.
Het is toch werkelijk een schande hoeveel kinderen er tegenwoordig verkocht worden. Of nee: motormaaiers. Excuus voor de verwarring. Hoewel, die verwarring kan wel weer tot leuke misverstanden leiden. 'Het is zó'n makkelijk jochie, daar heb je echt geen motormaaier aan,' bevobbelt. Of: 'een motormaaier kan de was doen.' En wat dacht je van: 'tijdelijk in de aanbieding: bij aankoop van een tuinhuisje een kind cadeau'?
Maar goed, waar had ik het over? Over motormaaiers met kinderen, bevobbelt.
Ik reed niet rechtstreeks naar huis, maar koos een weg via het centrum van Apeldoorn. Boodschapjes moeten ook gedaan worden. Als je van de wijk Zevenhuizen naar het centrum van onze prachtmetropool wilt, dan kun je via Het Sluisje, een bruggetje bij een ouderwetse sluis in het Apeldoorns kanaal. Ik stak de gevaarlijke straat over en reed het slingerpaadje naar Het Sluisje. Kijk, daar had je hem al.
Het leven is kut. Of had ik dat al eens gezegd? Ik weet het niet meer zeker, dus even voor de zekerheid: het leven is kut. Zo. Weten we dat ook weer. Mocht je het nog niet weten, dan weet je het nu.
"Wat zullen we vandaag eens eten?" vroeg ik me af, terwijl ik het boodschappenkarretje tussen de geparkeerde fietsen door naar de ingang van de supermarkt duwde. Het biologisch groentepakket bevatte deze week prei, groene bloemkool, zomerbietjes, sla, andijvie en kerstomaatjes.
Ik koop nooit groente en fruit bij de supermarkt, dus die deernes achter de kassa zullen zich vast wel eens afvragen hoe ongezond ik leef. Niet dat het me wat kan schelen, overigens.
Nou ja, bij één kassameisje maak ik een uitzondering. Bij háár kan het me wél wat schelen wat ze van mij denkt.
Nu is het mooi weer. De zon schijnt en het voelt warm aan. Het is maandag, en dan werk ik alleen 's middags. Of had ik dat al eens verteld? Ik heb zojuist kaas gehaald op de markt. Op de hoek staat een basisschool. Ervóór ligt een grasveldje. Het is kwart over twaalf, dus de school heeft pauze. Op het voetbalveld zit een hele groep kinderen. Een vrouw staat rechtop; de kinderen zitten doodstil in kleermakerszit. Zie ik dat nou goed of hebben ze allemaal hun oogjes dicht?
Ik word wakker. Naast mij piept iets. Ik doe mijn ogen open en draai me om naar het geluid. Het komt uit een zwart kastje. Het kastje heeft een soort schermpje, waarin rode streepjes bepaalde symbolen vormen. Ik strek een deel van mijzelf uit en duw op een knopje bovenop het kastje. Het gepiep houdt op.
Vanuit de opening van de keukendeur klinkt muziek. David Sylvian zingt: "It's a wonderful world." Hij heeft gelijk.
Ik lig onderuit in een tuinstoel. Naast mij, op de terrastafel, staat een halfvol flesje Dommelsch bier. Ernaast liggen twee kranten van vandaag. Het is stil in de tuin. In de lucht vliegt een vliegtuig. Met witte strepen erachteraan. In de boom zit een ekster, die krast. De lage zon schijnt fel in mijn ogen.
“Aha!” riep ik enthousiast uit. “Dan is het nu tijd voor opvoeding!” Ik stond op van tafel en liep naar de stereo. Daar pakte ik de cd ‘Val dood!’ uit de kast. Op deze plaat leest Herman Brusselmans zijn columns voor. Ik zette ‘Harry’ op. Mijn zoon lachte zich kapot.
"Ik wilde eens een actuele misstand in de maatschappij aankaarten, wat dacht u bevobbelt van de steeds maar weer stijgende prijzen in de supermarkt? Dat is toch bevobbelt een schande!"
Even kwam de regen met bakken uit de hemel. Heel even. Toen werd het gewoon wat druilerig, en iets later zelfs helemaal droog. Ik fietste tegen de wind in, met mijn paraplu omhoog. Niet dat het veel hielp. Het laatste stukje had ik mijn paraplu dichtgeklapt op het stuur van mijn fiets liggen. Mijn bovenbenen waren nat. De temperatuur voelde broeierig aan. Om mij heen hing de zompig doffe geur van zomergroen.
Maar wat was dat? Degene die achter mij fietste, was óók rechtsaf de stoep opgegaan! Zo onopvallend mogelijk wierp ik een blik opzij. Ik wilde weten wie of wat het was. Vanuit mijn ooghoek zag ik niet wie, maar wel wát het was. Een vrouw! Een jonge vrouw! Wat leuk!
Aan het eind van het paadje moest ik links de straat op en dan direct weer de eerste weg rechts. Eens kijken wat de vrouw achter mij zou doen. "Ze blijft achter me aan fietsen!" gierde het in mijn keel. "Ik word achtervolgd!"
Allerlei spannends schoot door mijn hoofd. "Ik heb een stalker! Zou het iemand zijn die mij een lekker ding vindt en meer van mij wil weten?" Wat een geile gedachte, zeg.
Ik ga naar het toilet. Na gedane zaken keer ik terug in de woonkamer. Ik passeer de grote spiegel en werp een blik. In het beeld loopt een man. Ik stop en draai me naar de spiegel. Als ik een stap achteruit doe, kan ik mijzelf helemaal, van top tot teen, goed zien.
"Ben ik de moeite van het aankijken nog wel waard?" vraag ik me bijna hardop af. "Eens zien."
Een week of vier geleden vierde ik mijn verjaardag. Drieënveertig ben ik alweer. 't Is wat.
Het meisje trok haar jas uit en ging onderuit zitten. Ze had oordopjes in met kabeltjes naar iets in haar broekzak. Ze luisterde muziek. Glimmende sportschoenen aan haar voetjes en een spijkerbroek met smalle pijpen. Daarboven droeg ze een grijs truitje met korte mouwtjes. Het truitje had een wijde hals, zodat ik prettig zicht had op haar prachtige decolleteetje. Ze had een fris gezichtje met helder blauwe ogen en blonde haren die over haar schouders vielen. Met twee handen trok ze haar truitje wat strakker naar beneden. Doordat ze onderuit zat, duwde ze haar buikje een beetje naar boven. Ik moest even gaan verzitten.
"Heel misschien bestaat er tóch wel een god," fluisterde ik voor mij uit. "En ik ben blij dat die bussen staken, zeg."
Ineens klopt er iemand op mijn schouder. Ik kijk. Het is een dame gekleed in een kostuum, een pak. Ze ziet eruit als van de bewaking of zoiets.
"Wilt u de zaal verlaten?" zegt ze in mijn oor. Heb ik dat goed verstaan?
"Wat zegt u?" buig ik me naar haar toe.
"Wilt u de zaal verlaten?" herhaalt ze streng.
Ik haal mijn schouders op en laat haar mijn lege handen zien. "Waarom?"
Ze legt een hand op mijn schouder en duwt me in de richting van de uitgang. Ik ga haar voor. We dringen ons door het publiek. Men gaat opzij.
Met goede zin reed ik het buurtje binnen vol kleine huizen met rode puntdaken.
"Wat krijgen we nou?" mompelde ik ineens. "Je ziet geen fluit meer van die mooie huisjes!"
Ieder huis, zonder uitzondering, was versierd. En nu niet met kerstlampjes, arresledes of rendieren. Nee, het was oranje vóór en oranje na. Het deed pijn aan de ogen.
"Ach," stelde ik mij gerust dat dit slechts een incident was, "hoe folkloristisch, die arbeiders."
"Wie het eerste thuis is, die kookt!" is de stomme regel in huize bazbo. Welke mongool zou dat verzonnen hebben? Ikzelf. Voor mijn kóp kan ik mijzelf wel rammen. Tegenwoordig ben ik namelijk vijf keer in de week de lul. Ik heb nogal regelmatige werkuren. Kantoortijden. Vrouwlief heeft onregelmatige werkuren en is vaak laat thuis. En dus kan ik zeker drie keer in de week én twee keer in het weekend bedenken wat de pot schaft. Nu is dát nog niet zo erg; het nog klaarmaken ook is een opgave van een heel andere orde.
Het leven is kut. Of had ik dat al eens gezegd?
Het is zondagmorgen en ik lig in bed. Ik draai mijn hoofd naar het nachtkastje en kijk op de wekker. Het is half elf. Vrouwlief ligt tegen me aan. Ze heeft haar ogen dicht, maar ik weet dat ze wakker is. Haar hand ligt boven het dekbed op mijn buik. Ik hoop dat ze straks mijn ochtenderectie zal gaan benutten. Want hoe zal ik dat eens zeggen? Ik heb momenteel een joekel van een toeter.
Van de 240 miljoen euro die binnenstroomt via deze manier van belasting, gaat maar 115 miljoen terug naar de gemeenten. Zij kunnen het geld gebruiken om systemen in te voeren om afval te scheiden en te verwerken. 125 miljoen pleuro gaat gewoon naar de staatskas.
Verzet vanuit de politiek is er ook. Er zijn partijen die het zien als een manier om de staatsruif te spekken.
Het leven is kut. Dat weet iedereen. Vanaf 21 december is het leven steeds kutter geworden ook, want vanaf die datum worden de dagen nog steeds langer ook. Het wordt steeds vroeger op de ochtend licht. Gelukkig gaat de zomertijd in tijdens het laatste weekend van maart, dus dan is het weer een uur later licht. Daar staat dan weer tegenover dat het 's avonds later donker wordt, maar de ware hypochonder heeft het dan toch al op een zwaar zuipen gezet.
Zalig getafeld, gisterenavond. Hot chili met veel uien, prei en bonen. Die zijn goed voor je. Pruimen in het toetje. Flesje wijn erbij. Naderhand ging er nóg een flesje open. Het smaakte allemaal goed.
De sfeer werd zó prettig en het gesprek zó intiem, dat we deze vrijdagavond in hitsige toestand eens vroeg naar boven gingen.
Niet veel later lag vrouwlief zonder kleren in een verleidelijke pose op het bed. Ikzelf had ook mijn kleren uitgetrokken. Mijn orgaan had zich al helemaal voorbereid en wees fier omhoog. Ik stond naast het bed, klaar voor hete toestanden. Toen voelde ik een lichte druk op het uiteinde van mijn maagdarmkanaal.
Het was koud op de fiets. Een felle februariwind sneed door mijn jas heen. Naar je werk op de fiets is leuk. Had ik al verteld van mijn nieuwe werkplek? (Dat ding blijft niet nieuw!) Tegenwoordig kan ik op mijn rijwiel naar het werk. Nog geen half uur kost het me. Heerlijk als het weer en de wind meezit. Minder leuk als het stortregent.
De tocht leidt me van mijn woonwijk De Maten naar de wijk Zevenhuizen. Onderweg zie ik van alles. Van stukjes weiland tot drukke woonerven. Van forenzenauto's tot schoolgaande jeugd. In Apeldoorn maak je wat mee.
Maandagmorgen. Ik heb mijn zoon de deur uitgewerkt. Hij moest om half acht op. Traag hees ik mij in de kleren van gisteren die ik op de stoel naast mijn bed had gegooid. Toen liep ik naar de slaapkamer van mijn zoon en maakte ik hem wakker. Beneden bereidde ik koffie voor mijzelf en zette ik zijn ontbijtspullen klaar. Drie kwartier later deed hij de voordeur achter zich dicht. Ik had mijzelf weer naar boven gesleept en uitgekleed. Ik viel uitgeput op bed en onmiddellijk in slaap.
"Plok!" hoor ik in het kamertje naast mij.
"Raapstelen! Een kilo voor een euro!"
De marktkoopman riep het hard van achter zijn kraam. Niet dat veel mensen erop in gingen. Jammer.
Ik krijg zowaar binnen een week mijn nieuwe modem binnen. Op een prettige regenachtige avond trek ik - na het avondeten en het inpakken van de vaatwasmachine - de doos open en pak ik mijn nieuwe Speedtouch 541 i v6 uit. "Wat een klein dingetje! De techniek staat toch voor niets," mompel ik. "En hee, hier is de ADSL-installatie cd-rom van de KPN ook weer!"
"Lukt het niet, schat?" vraagt mijn vrouw.
"Bek dicht, demente koe," zeg ik iets te hardop.
"Wat zei je?"
"Geen problemen tot nog toe," bedoel ik.
FLITS! BAOEM!
Ik zit gelijk rechtop in bed. Wat was dat? Het was een flits, onmiddellijk gevolgd door een enorme knal. Of nee, de klap was gelijk met de flits. Ik hoor hoe slagregen tegen het slaapkamerraam aan klettert. Shit, het onweert, en de inslag moet hier vlakbij geweest zijn.
Even wacht ik. Dan zie ik opnieuw een flitsende schittering op het behang. Vol spanning wacht ik op de donder. Die duurt nogal wat tellen. De rommeling in de verte doet me concluderen dat het onweer in vliegende vaart over het land dendert. Niet veel later hoor ik alleen nog maar wat gerommel, zij het nauwelijks hoorbaar. Wel regent het nog hard, maar er is geen onweer meer.
Mooi uitzicht vanaf deze berg. Je ziet de kleine nederzetting verderop. Lemen hutten, als ik het goed heb. Ik ben hier al vaak geweest. En zelden alleen. Ook nu weer ben ik in gezelschap. Er zijn een boel mensen op de been en naast mij zijn twee van mijn collega's.
Ik lig nog even rustig op mijn rug. Straks moet ik aan het werk. En iedereen maar toekijken. Ze maken er altijd een heel circus van. Vandaag lijkt het wel of er nóg meer mensen zijn gekomen om het spektakel te zien.
Ik draai me nog maar eens om. Mijn rechterzijde is nu aan de beurt. Kramp in mijn linkerbeen maakte dat een andere houding noodzakelijk werd. Met dat mijn hoofd een kil stukje van het kussen raakt, word ik de warmte van mijn bed gewaar. Mijn benen zijn nat van het zweet. Ik plak. Tussen mijn benen ligt iets onprettig klem. Met mijn linkerhand graai ik in mijn kruis en zorg voor een aangenaam luchtige toestand. Hoe lang lig ik hier nu al zonder dat ik de slaap kan vatten? Geen idee. Hoe laat is het eigenlijk?
Freek Torso stond op. Toen hij naar het bed keek, zag hij dat zijn vrouw Trees ook wakker was geworden.
"Wat een nacht weer, Freek," zei ze hijgerig. "Je bent echt een beest in bed. Vier keer, tsjongejonge!"
"Wéér vier keer?" vroeg Freek. "Het wordt saai."
"Met jou in bed wordt het nooit saai," zei Trees. "Ik zou nu wel weer kunnen. Verdomme, ik word weer geiltjes."
"Ik moet nu even met andere dingen in mijn kop bezig," zei Freek kortaf.
"Zou je mij eigenlijk niet eens losmaken, Freek?" vroeg ze.
Zonder al te veel moeite tilde Harrie de fiets op en zette hem met een zachte plof in de grote vrachtwagen.
Schichtig keek hij om zich heen. Het was donker in het smalle straatje. De sombere herenhuizen klommen vanaf de stoep omhoog. Er was geen mens te zien. Onder de straatlantaarns stond hier en daar een auto. Het regende zachtjes.
Harrie kon niet zien dat er in de auto, die maar een twintigtal meters van hem vandaan stond, iemand zat.
Carlo Piemol krijgt bezoek.
Van Neef Noga.
Neef Noga heeft iets.
Neef Noga heeft een probleem.
Een leerzaam verhaal over de generatiekloof.
Freek Torso stond op van tafel. "Tijd voor serieuze zaken. Eens kijken of ik het beleid rondom het Scheurbuikplantsoen kan beïnvloeden."
"Waar heb je het over, Freek?" vroeg zijn vrouw Trees.
"Niet mee bemoeien, mens," was zijn antwoord. "Politiek is niets voor het zwakke geslacht."
"Is jouw geslacht nu ook zwak?" vroeg Trees met een geile blik in haar ogen. "Zal ik hem even sterk maken?"
Ineens word ik ingehaald door een bromscooter. Ik kijk opzij. De bestuurder is een meisje van een jaar of negentien. Haar lange donkerblonde haren komen van onder haar valhelm vandaan en wapperen vrolijk in de wind. Héél even zie ik haar ogen. Wat een prachtige ogen. Uit haar mond klinkt een lied. Ze zingt. Wat lief! Het meisje draagt een kort leren jack en een strakke spijkerbroek met platte laarsjes. Ze rijdt nu voor me uit. Haar jack is te kort; haar spijkerbroek te laag. Ik heb zicht op een stukje van haar rug en op het kanten boord van de lichtblauwe lingerie die van onder haar spijkerbroek omhoog komt.
Freek Torso draaide zich om in zijn bed. "Godsammeballekrake!" In de tuin klonk het lawaai van een motormaaier. "Laten ze alsjeblieft een héél klein grasveldje hebben. Dan is dit met een minuut bekeken." Hij lag inmiddels op zijn rug en legde zijn handen achter zijn hoofd.
Naast hem lag zijn vrouw Trees te slapen. Ze snurkte zachtjes. "Nog meer geluid waar een man wakker van wordt. Zal ik 's kijken hoe lang het duurt voor ze stil is als ik mijn kussen hard in haar gezicht druk?"
Muziek, de één beschouwt het als behang, de ander kan als een bezetene doorfreaken over zijn of haar favoriete band of zanger. Freak of onkundig, bijna iedereen heeft wel songs die ontroerende momenten naar boven laat komen. Een oude liefde, een grappige gebeurtenis of het enthousiasme voor een speciaal liedje, terwijl je daar nu heel anders over denkt.
Als je dan ook nog van schrijven houdt, is de muziekcolumn een feit.
Inmiddels weten jullie het wel. Als ik de aandrang krijg om te poepen, dan moet ik ook direct, anders gaat het fout. Hoe vaak heb ik nu al niet met een warme plak in mijn broek gestaan?
Heerlijk is het dat ik tegenwoordig op de fiets naar het werk kan. Minder heerlijk was de plotselinge druk die zich op mijn anus aandiende. Het was nog zeker een flink eindje rijden vóór ik op de plaats van bestemming zou zijn. Een angstgolf schoot mijn hoofd binnen: "Ik ga het niet halen!"
Freek Torso zette zijn tanden in een groot stuk kippenbout. "Daar ben je toch mooi onderuit gekomen, Freek," zei zijn vrouw Trees. "Het was maar goed dat er geen getuigen waren vanmorgen, toen je dat mes in de hals van die agent stak."
"Ach wat," wuifde Freek Torso de opmerking van zijn vrouw weg. "Een Torso laat zich niet zomaar pakken. Zeker niet door die slapjanussen van de politie. Die idioten komen van verre met luide sirenes aanzetten. Dan weet je dat je weg moet wezen. En een Audi kan snel zijn."
Ineens had ik dan een andere werkplek. Had ik al verteld dat ik op mijn oude plek boventallig was geworden? 'Doorontwikkeling' noemde de grote baas het. Dat was managementtaal voor 'reorganisatie'. Zo kwam mijn functie te vervallen. Na een heel loopbaantraject vol gesprekken, workshops, assessment en andere omzwervingen kwam ik dan hier terecht. Een nieuwe werkplek vol kansen en uitdagingen, niet eens zo heel gek ver van mijn huis. Nog geen half uurtje fietsen.
Freek Torso kroop van zijn vrouw af en sloeg zijn benen buiten het bed.
"Dat was weer eens als vanouds, Freek," hijgde zijn vrouw. "Vier keer maar liefst. En jij?"
Freek Torso vond zichzelf te bescheiden om er eerlijk antwoord op te geven. Hij stond op. Zijn bezwete lichaam koelde nu snel af. Zijn erectie was veranderd in een slappe zooi. "Zo heet als ik net was, zo koud heb ik het nu."
In de badkamer nam hij een uitgebreide douche. Toen liep hij terug naar de slaapkamer, pakte zijn kleren van zijn stoel en kleedde zich aan.
Daar zat ze. Het meisje met wie ik nu al een paar weken 's avonds zat te kletsen via een forum. Ook op MSN troffen we elkaar en af en toe stuurden we mailtjes. Nu zat ze dan voor het eerst in levende lijve bij mij aan tafel. Allemensen, wat vond ik haar mooi.
Het leven van mijn soort is kort, maar geen van ons twijfelt aan het belang ervan. Wij zijn er om de Mens te dienen. Als we dat goed doen, zullen we een veilige plek krijgen in het hiernamaals van mijn soort. Wat is er mooier dan je levensbestemming vervuld te zien? Ik zou het niet weten. Niemand twijfelt ook aan die bestemming. Wij krijgen het vanaf ons allereerste ontstaan diep in ons mee. Noem het instinct. Niemand die ons hoeft te wijzen op die bestemming. Wij hebben geen boek nodig; wij wéten het gewoon. Wij zijn, dus wij dienen.
"Ik met mijn grote muil ook altijd. Nee, ik zou dit jaar zélf oliebollen gaan bakken. Zie mezelf nu eens staan koukleumen hier." Chagrijnig gooi ik de volgende schep in de olie. Er komt een spetter op mijn hand. "Au! Godsallahmachtige FOK!kerfuck!" Bliksemsnel heb ik mijn hand naar mijn mond gebracht. Ik druk mijn lippen over de pijnlijke plek.
"Schiet je op, Luc?" zei ik. "We zijn weer de laatsten." De kleedkamer was leeg.
In een flits zag ik de gymmeester langs ons heen gaan. We waren de enigen nog in dit kleedhok. Ik hoorde een deur dichtslaan.
Luc was klaar met aankleden. We liepen naar de deur. Ik duwde de klink naar beneden en wilde de deur opengooien. Dat ging niet. Hij zat op slot.
Carlo Piemol is te dik.
Hij heeft teveel gegeten met Kerstmis.
Hij wil afvallen.
Maar hoe?
Is de sportschool een optie?
Of liever een verantwoorde levensstijl?
Een leerzaam verhaal over overgewicht.
En hoe je er iets aan kunt doen.
De tas met haar laatste bezittingen hangt op haar heup. Veel zit er niet meer in. Wat vuile kleren, een borstel voor haar lange haren, haar paspoort en een kleine spiegel.
"Getsie," denkt ze in haar eigen taal. "Als het nou échte sneeuw was, dan vond ik het wel oké. Dit is natte troep." Snel zoekt ze een plek om te schuilen. Daarginds is de luifel van een winkel. Als ze er is, haalt ze de gitaar om haar hals weg. Het is het meest waardevolle dat ze nog heeft. Ze legt de tas naast haar neer. Dan knielt ze en legt de gitaar op haar bovenbeen. Ze zet haar handen op de juiste plek en slaat een akkoord aan. Automatisch gaan haar vingers over de snaren. Onbewust weet ze precies wat ze moet doen. Zachtjes zingt ze de tekst.
Plotseling stond ik op een kerstmarkt hamburgers te bakken. Naast mij stond het Mascara Meisje. Het begon al flink koud te worden in de tent, maar dankzij de grote bakplaat bleven we zelf lekker warm.
De uitvinder van de eierprikker verdient een standbeeld. Zeg dat ik het gezegd heb. Het is zó'n ontzettend handig kleinnood. Daar heb je geen weet van!
Het aantal gebruiksmogelijkheden is waarlijk enorm. Ik kan legio voorbeelden geven, maar zal me hier in deze column tot slechts een paar voor de hand liggende mogelijkheden beperken.
Onder de salontafel vind ik nog een prop pakpapier. Verderop in een hoek van de woonkamer ligt nog méér. Ik loop erheen en raap het op. Het is kleurig bedrukt papier.
Vroeger pakte de Sint altijd enorm uit. Om de beurt mochten we ieder een pakje pakken en openmaken. Papa sloeg af en toe een uitpakrondje over. Dat vond ik vaak wel sneu voor hem.
Nu ben ik zelf papa...
"Allemensen, wat een sinterklaasweer, zeg!" De regen komt met bakken uit de hemel. Terwijl ik over de straat strompel, mompel en mopper ik in mijzelf. "Waarom doe ik dit soort dingen toch? Ik kan geen nee zeggen, dat is het hele eieren eten. Welke idioot vraagt nou of ik dit soort dingen wil doen? Invallen voor een sinterklaas-uitzendbureau. Hoe verzin je het? En ik trap er in."
Ik ben behept met een nogal levendige fantasie. Waar ik ook kom, loop of ben, de minste aanleiding doet mij allerlei dingen in mijn hoofd bedenken. Meestal gaan die fantasieën over leuke meisjes en wat ik daarmee zoal zou willen, maar soms gaat het ietsjes anders. Zoals nu.
"De uitvinder van de staafmixer verdient een standbeeld. Wat een prachtig apparaat is het toch. Alleen al de vrouwelijke vormen doen mij het water de bek in lopen. In de winkel zie je ze in allerlei soorten en maten."
bazbo belicht alle aspecten van dit ultrahandige stukje keukengerei. Compleet met recept!
"Ik zie jou niet meer," zegt ze. "Ik kom je gedag zeggen." Ze kijkt me aan alsof ze even niet weet wat ze moet doen.
"Dat is lief van je," zeg ik. "Ik vond het heel leuk om met jou samen te werken."
Ze geeft me het lachje. Ik sta op en loop naar haar toe.
Buren, niets dan last heb je ervan.
De deurbel ging. Ik zuchtte. De deurbel gaat altijd net als je zit te eten, of als je op het punt staat om aan tafel te gaan. Dat zul je altijd zien. Vandaag stond ik een rollade te bakken en ik had de tafel net gedekt. Geërgerd deed ik de deur open. Op de stoep stond een mevrouw met kort krulhaar en met een briefje in haar hand.
"Alles moet altijd hetzelfde gaan. Waar blijf je in het leven zonder rituelen? Als alles volgens een vaste volgorde gebeurt, alles op dezelfde manier, alles automatisch, dan hoeft de mens niet meer na te denken over de eenvoudigste handelingen en gebeurtenissen in het leven. Een gestructureerd bestaan geeft duidelijkheid, overzicht en rust. Rust in het hoofd. Waarom nadenken over dagelijkse gebeurtenissen als ze automatisch gaan? Het geeft ruimte in de kop voor andere, belangrijker zaken. Totdat er iets wezenlijks verandert."
Muziek, de één beschouwt het als behang, de ander kan als een bezetene doorfreaken over zijn of haar favoriete band of zanger. Freak of onkundig, bijna iedereen heeft wel songs die ontroerende momenten naar boven laat komen. Een oude liefde, een grappige gebeurtenis of het enthousiasme voor een speciaal liedje, terwijl je daar nu heel anders over denkt.
Als je dan ook nog van schrijven houdt, is de muziekcolumn een feit.
Carlo Piemol loopt op straat.
Maar wat gebeurt daar?
Een groep jongens bij de bushalte.
Ze schoppen het bushokje in elkaar.
Een leerzaam verhaal over jeugdvandalisme.
De letter 'r' is weer in de maand. En dat zie je op de markt, met name in de groentekramen. De zomerse bladgroentes maken plaats voor de herfstproducten. Meer koolsoorten, knollen en paddestoelen. Ook het aanbod van fruit verandert. Weg zijn de aardbeien en meloenen. In plaats daarvan ineens weer mandarijnen.
Vanaf vandaag ben ik formeel boventallig. Wat betekent dat precies?
"Een gevolg van doorontwikkeling in de organisatie," zei de Grote Directeur. "We willen anticiperen op wat er op onze dynamische markt gebeurt. Daarvoor moeten we efficiënt en slagvaardig leiding geven. Hierdoor zullen bepaalde functies gaan verdwijnen."
'Doorontwikkeling', dat is gewoon managementtaal voor 'reorganisatie'. Hopla, wég is mijn functie.
Voorzichtig bleven we op een afstandje wachten tot het stekelige bolletje zich zou ontvouwen tot een egel. Het duurde uren. Maar ons geduld werd beloond. Nieuwsgierig dribbelde het diertje de stenen bak door. Soms probeerde hij tegen een tegel op te klimmen. Tevergeefs.
Schrijven over het huisdier is hip! Hier uw fijne dierendag-column!
Alles moet altijd hetzelfde gaan. Waar ben ik in het leven zonder rituelen? Als ik alles volgens een vaste volgorde doe, alles op dezelfde manier, alles automatisch, dan hoef ik niet meer na te denken over de eenvoudigste handelingen in mijn leven. Een gestructureerd bestaan geeft me duidelijkheid, overzicht en rust. Rust in mijn hoofd. Het geeft me de ruimte in mijn kop voor andere, belangrijker zaken. Maar dan moet iedereen wel meewerken.
Het meisje is een mooi meisje. Een jaar of twintig oud. Ze heeft lang donkerblond haar, dat slordig krullend tot halverwege haar rug hangt. Twee blauwe ogen in een fris gezichtje. Ze draagt een bruin hemdje en een wijdvallende legergroene broek. Haar blote voeten in teenslippers zijn zwart van het zand. Aan haar polsen hangen armbanden en om haar hals een stuk of wat kettingen. En ze lacht. Vaak en veel. Ik vind het leuk om naar haar te kijken.
Vroeger bij ons thuis ging het alleen maar over poep. En scheten. We kletsten er niet alleen over, we brachten alles ook uitgebreid in de praktijk. Tjonge, d’r werd wat afgeruft bij ons.
Spetterende gebeurtenissen in het saaie leven van bazbo. Of zit er een luchtje aan?
Muziek, de één beschouwt het als behang, de ander kan als een bezetene doorfreaken over zijn of haar favoriete band of zanger. Freak of onkundig, bijna iedereen heeft wel songs die ontroerende momenten naar boven laten komen. Een oude liefde, een grappige gebeurtenis of het enthousiasme voor een speciaal liedje, terwijl je daar nu heel anders over denkt. Als je dan ook nog van schrijven houdt, is de muziekcolumn een feit.
Soms heeft bazbo van die dagen. Dat hij er enorm veel zin in heeft. Soms heeft hij ook van die dagen dat hij twijfelt aan de zin ervan. Van die dagen.
Soms heeft bazbo ook van die dagen dat hij de zin erin en de zin ervan niet kan vangen in een zin.
Een onzinnig verhaal.
Hoe krijg je voor elkaar dat columns meer gelezen worden? Een paar schrijvers wisten het antwoord wel. "Als je een pakkende titel hebt, dan gaan meer gebruikers je columns lezen." Goede gedachte. Maar wat is een pakkende titel?
En zo verschenen er steeds meer columns met een pakkende titel, waarin de benamingen voor de genitaliën als eerste in het oog springen.
- Een verhaal ter nagedachtenis van TheGrandWazoo.
"Ik moet naar Weert," zei ik tegen de dikke chauffeur.
"U moet niet, u wílt graag!" zei hij.
Ik voelde mijn vuisten gaan branden, maar kon me beheersen. "Naar Weert, graag," mummelde ik.
"Waar zijn we hier?" vroeg de chauffeur en hij haalde zijn leesbril tevoorschijn. Ik schrok me kapot. Hij wist het ook niet!
Wat volgde was een ellenlange rit door plaatsen, gehuchten en buurtschappen waar ik nog nóóit van had gehoord, en die ik ervan verdacht dat ze op geen enkele kaart te vinden zouden zijn.
Carlo Piemol koopt pannen.
Van een vertegenwoordiger.
Hij voelt zich genaaid.
Een leerzaam verhaal over zwendel en oplichting.
Soms komt zelfs bazbo er niet onderuit. Dan moet hij zich onder de mensen begeven. De massa in. Hij zit daar persoonlijk niet zo op te wachten. Maar hij deed wat hem werd opgedragen. Soms doet hij niet moeilijk. De kogel was door de kerk. Hij ging!
Over het bezoek aan een heus pretpark. Een fijn dagje uit in het leven van een vader met zijn zoontje.
Raar hè? Ik volgde hem niet eens. Toch vind ik het erg. Dat-ie dood is.
Erg wel: zijn partner overleeft hem. Frank Sanders had óók kanker, maar genas grotendeels, geloof ik. Ik weet het niet eens zeker. Ik volgde hem immers niet. Vroeger wel.
"Over mijn grandioze voetbalcarrière schrijf ik ooit nog eens een allesverklarende column. Help me onthouden," schreef bazbo vorige week. En bazbo houdt zich graag aan zijn woord. Dus opgelet: hier is de column over zijn grandioze voetbalcarrière.
Het grote nadeel van een vakantiereis is dat ze op enig moment afgelopen is. En dan moet je weer naar huis. De terugweg is één van de allerergste verschrikkingen van de globetrotter. Het gevoel van vrijheid is weg; je weet dat dat je binnen enkele uren weer vast zit in het patroon van de dagelijkse sleur.
Nog een deel uit bazbo's vreselijke vakantieverhalen.
bazbo op vakantie. Altijd lachen. Kijk hier voor de zuipverhalen, de wilde seks, de levensgevaarlijke achtervolgingen en de ruige ontberingen in het land van de moslims. U bent gewaarschuwd.
Soms moet bazbo ontspannen en ontgiften. Hij kan natuurlijk een scheldcolumn schrijven, zoals u van hem gewend bent, maar er zijn ook andere manieren.
Een klein stukje observatie en antropologie van de sauna. Volgens bazbo, dan.
Amusante tafereeltjes 's morgens vroeg bij de bushalte op het station. Lui van allerlei pluimage zoeken hun weg naar het werk. Zo ook de mensen van de sociale werkplaats. Een ieder met een fijn observatievermogen heeft de tijd van zijn leven. Of toch niet?
Pats. Lampje boven de kookplaat uit. Alle lampen uit. Muziek uit de stereo klonk niet meer. Ik liep de woonkamer in. Vrouwlief zat verbaasd naar de televisie te kijken. Het beeld was zwart. De computer was ook uit. Niemand had hem uit gedaan.
"Stroom eraf?" vroeg ik naar de bekende weg.
Ik begin met de jaren steeds meer te begrijpen. Dingen waar ik vroeger met mijn pet niet bij kon, die zijn nu voor mij zeer helder. Mijn vorige column over hufterigheid op straat werd niet helemaal goed ontvangen. Vandaar deze als herkansing. Een column die niet voor gevoelige zieltjes is. Als de kijkwijzer het voor het zeggen had over deze column, dan zou hij het advies '16' krijgen.
Ik begin met de jaren steeds meer te begrijpen. Dingen waar ik vroeger met mijn pet niet bij kon, die zijn nu voor mij zeer helder. Neem nu zinloos geweld. Een column die niet voor gevoelige zieltjes is. Als de kijkwijzer het voor het zeggen had over deze column, dan zou hij het advies '16' krijgen. Hufterigheid op straat!
Muziek, de één beschouwt het als behang, de ander kan als een bezetene doorfreaken over zijn of haar favoriete band of zanger. Freak of onkundig, bijna iedereen heeft wel songs die ontroerende momenten naar boven laat komen. Een oude liefde, een grappige gebeurtenis of het enthousiasme voor een speciaal liedje, terwijl je daar nu heel anders over denkt.
Als je dan ook nog van schrijven houdt, is de muziekcolumn een feit.
Kijk naar haar gitzwarte lange haren in een paardenstaart. Ziedaar die diep donkerbruine ogen om mijzelf in te verdrinken. Ze heeft een ietwat bol gezicht met een glimlachje. Een dunne gouden ketting om haar hals. Heeft ze een beetje een onderkinnetje? Ranke handen met smalle vingers. Verscheidene gouden ringen aan die vingers. Ze is een jaar of zeventien, misschien achttien. En wat kan het eigenlijk schelen? Ze is er zoals ze is en als ik haar zie dan ben ik geheel van deze wereld.
U kent dat wel. Iemand die bij het weggaan nog even iets wil zeggen. Dat hij te laat komt en het nogal druk heeft. De jachtige samenleving heeft ons in zijn greep.
Carlo Piemol helpt Buurman Barman.
Zijn neefjes Mik en Mak zijn stout.
Een heftig maar leerzaam verhaal over opvoedingsproblematiek.
"Wat zoek je, Bas?" vroeg de collega. "Kan ik je helpen?"
"Ik sta hier en ineens valt het me op dat-ie weg is."
De collega keek me aan met een glimlach. "Maar wat zoek je dan?" lachte ze nog maar eens.
"Volgens mij had ik hem net nog." Ik keek de vloer van de kantine eens rond. Bukkend maakte ik een rondje om de tafels. Ik schoof wat stoelen aan de kant, in de verwachting dat hij misschien achter een poot lag. Nergens lag het kleinood.
"Geachte redactie, graag wil ik reageren op de column van de heer Augurkenpot die gisteren in deze krant stond. Ik vond de inhoud stuitend en erg kwetsend voor de betrokkenen die iets dergelijks hebben moeten meemaken. Ik hoop dat de heer Augurkenpot zich voortaan bedenkt alvorens hij weer eens een verhaal als dit meent te moeten maken. Anton Aarsschaef, Waddinxveen."
"Beste mensen, we gaan beginnen!" zei ik. De klas praatte gewoon door.
"Kom op, jongens! Tassen van tafel, draai je om, gezichten deze kant op. Dan gaan we starten."
Het leek er niet op dat de klas hoorde wat ik zei.
"Ring! Ring!"
"Met bazbo."
"Goedenavond. U spreekt met Amanda Gleufgeur van Onderzoeksgroep 'De Loep'. Komt het gelegen dat ik u bel?"
"Maar natuurlijk."
"We zijn momenteel bezig met een onderzoek naar telefonische enquêtes. Het onderzoek zal ongeveer vijf à tien minuten in beslag nemen. Bent u bereid om mee te werken?"
"Vanzelf."
"Fijn. Dank u wel."
"Graag gedaan. Tot ziens."
Carlo Piemol wil vis kopen.
Op de markt is het altijd gezellig.
Behalve vandaag.
Een leerzaam verhaal over de multi-culturele samenleving!
Beelden van Duitsland. De G8-top nadert. Ik zie de Duitse Bundeskansler dingen zeggen. Ik zie ook de Amerikaanse president dingen zeggen. In flitsen zien we de andere zes wereldleiders ook nog even. Over twee maanden ben ik daar. Dan is hopelijk de rust weergekeerd.
Het gaat even niet goed met uw columnist.
Hij heeft slecht geslapen, moest toch weer veel te vroeg op en strompelt zichzelf nu de dag door. Het gevoel van schuurpapier in de keel, een voortdurend verstopte neus, niesbuien en vlagen van hoofdpijn: het kan niet op, vandaag. Kortom: een gevoel van algehele lamlendigheid.
Uw columnist heeft vandaag totáál geen zin.
Hij gaat deze keer op de automatische piloot, dus u bent gewaarschuwd. En wat u ervan vindt, zal hem helemáál worst wezen.
De periode van eind april en begin mei van dit jaar was klimatologisch gezien een uitzonderlijke tijd. Veel zonuren per dag en zomerse temperaturen. Behalve de boeren genoot iedereen er zichtbaar van.
Het allermooiste van een dergelijke zonnige periode vind ik zelf het prachtige uitzicht op breekbare meisjes die zich luchtig kleden.
Allahmachtig, ik ben vandaag 42 jaar oud geworden. Het gaat hard. Ondertussen ben ik er een beetje aan gewend, maar een paar jaar geleden had ik het wel moeilijk. Die veertig, daar zag ik als een Vaalsberg tegenop. Veertig is het teken van het einde der tijden.
Zo dood als een pier ben ik. Ik geloof zo langzamerhand steeds meer dat ik écht niet meer van deze wereld ben. Mijn werkelijkheid slaat nergens op; tenminste, hij past niet meer in deze tijd.
De broer van mijn vrouw is dood.
Hij leefde zijn leven zoals hij het wilde.
Laten we dát vieren.
Maar het klopt nooit.
Carlo Piemol viert feest.
Buurman Barman ergert zich aan het lawaai.
Hoe een luidruchtig feest kan zorgen voor verdraagzaamheid.
De tolerante samenleving is dichterbij dan we denken!
"De oorlog? Me reet!"
TheGrandWazoo en bazbo schrijven ieder over hoe ze met Dodenherdenking zijn opgegroeid.
Muziek, de één beschouwt het als behang, de ander kan als een bezetene doorfreaken over zijn of haar favoriete band of zanger. Freak of onkundig, bijna iedereen heeft wel songs die ontroerende momenten naar boven laat komen. Een oude liefde, een grappige gebeurtenis of het enthousiasme voor een speciaal liedje, terwijl je daar nu heel anders over denkt.
Als je dan ook nog van schrijven houdt, is de muziekcolumn een feit.
Soms sta ik verbaasd van mijzelf. Van de week nog.
Nu was het een godsdienstwaanzinnige die mij lastig viel; andere keren zijn het enquêteurs, daklozen of ECI-verkopers die me op straat aanspreken.
In dat soort gevallen begrijp ik zinloos geweld volledig.
... hier, nu, in mijn waterige bed, drijf ik; ik guts de lange paden af; de lange paden van een diepgaande trip; wat ontbreekt zijn de vloeistofprojecties, maar verder is alles er; beeld, geluid, geur, gevoel c.q. tastzin, emotie, smaak, besef ...
IJlen, hoe doe je dat?
De eerste les van een cursus.
Aan dit verhaal zal zeker wel weer een seksueel aspect vastzitten. Opletten, dus!
Koeien met grote uiers produceren veel melk. De meeste mannen vallen op vrouwen met grote uiers. Veel vrouwen laten hun uiers vergroten door er operatief plastic in aan te laten brengen. Of, zoals tegenwoordig kan, er vetweefsel uit de buikwand in te laten proppen.
De politie heeft in de nacht van maandag 2 op dinsdag 3 april een 27-jarige man opgepakt die ervan werd verdacht dat hij in negen maanden tijd een pony in het Friese Marssum 45 keer heeft verkracht.
"Negen maanden?” dacht ik hardop. "In die tijd kun je volgens mij een kind krijgen! Maar waarom deed de eigenaar niet eerder iets?” vroeg ik me af. Ik kreeg onmiddellijk antwoord.
De tekst zei: "Seks met dieren is in Nederland niet verboden."
Bij de welpen deden we leuke dingen. Gipsafdrukken maken en spoorzoeken, knutselen en toneelspelen. Ik vond het erg leuk. Er waren drie leidsters. Één ervan vond ik heel aardig. Ze heette Marloes en ze woonde vlakbij ons. Ze was een jaar of achttien, was kort, maar had een vriendelijk gezicht met sproetjes en ze had prachtig lang krullend donkerblond haar dat tot onder op haar rug hing.
Een vaatwasser die niet goed schoon poetst, de wasdroger die hapert, de stofzuiger die half zuigt, de buitenlamp die knippert, de elektrische tandenborstel die om de haverklap leeg is, de staafmixer die een penetrante doorbrandlucht verspreidt. De hel.
Muziek, de één beschouwt het als behang, de ander kan als een bezetene doorfreaken over zijn of haar favoriete band of zanger. Freak of onkundig, bijna iedereen heeft wel songs die ontroerende momenten naar boven laat komen. Een oude liefde, een grappige gebeurtenis of het enthousiasme voor een speciaal liedje, terwijl je daar nu heel anders over denkt.
Als je dan ook nog van schrijven houdt, is de muziekcolumn een feit.
De laatste jaren spraken we elkaar veel te weinig. We ontmoetten elkaar zelden buiten elkaars verjaardag om. Maar was dat niet een chronische ontwikkeling met heel veel jeugdvrienden? We bouwden allemaal ons eigen leven op vol met opleiding, werk, relatie en gezin. We hadden ieder zo onze eigen dingen. Niet dat we elkaar niet meer wílden zien; het kwam er gewoon niet meer van. We waren duidelijk uit elkaar gegroeid.
Muziek, de een beschouwt het als behang, de ander kan als een bezetene over doorfreaken over zijn of haar favoriete band of zanger. Freak of onkundig, bijna iedereen heeft wel songs die ontroerende momenten naar boven laat komen. Een oude liefde, een grappige gebeurtenis of het enthousiasme voor een speciaal liedje, terwijl je daar nu heel anders over denkt.
Als je dan ook nog van schrijven houdt, is de muziekcolumn een feit.
Die rottige e-mail altijd.
"Je hebt mail van Ard."
"O, fijn. Ons eten staat koud te worden, hoor."
Zoals bepaalde moderniteiten het dagelijks leven kunnen verpesten. Of nee: zoals wij ons leven laten bepalen door zaken als telefoon en e-mail. Ik word daar niet goed van.
Benno heeft de bal handig met zijn voet opgevangen. Hij wipt hem een keer omhoog en schopt hem met een grote boog naar mij toe. Die gaat veel te hard. Ik spring met mijn handen omhoog, maar ik red het niet.
Een beetje een vies praatje. Sommige mensen schamen zich nergens voor. Maar ja, ze vroeg er zélf om!
Over de zedeloosheid van dit land. En waarom een kameel te verkiezen is boven een vrouw.
Let op! Dit is een ruige column! Niet geschikt voor gevoelige zieltjes. Mensen van de vrouwelijke soort wordt aangeraden even iets anders te gaan doen. Inspiratie opdoen bij mevrouw Thieme, of zo.
Iedere man die denkt dat hij een lekkere vent is, kan dit stuk maar beter wél even lezen. En vervolgens op zoek gaan naar een kameel.
Een masterclass over het schrijven van een column. Over scheerschuim en de ware scheersensatie.
Of toch niet? Zit er meer achter?
Billen zijn trouwens ook een leuk onderwerp om over te schrijven. Mits je geen writer's block hebt. Woordenboek bij de hand!
Ik heb zo mijn geniale momenten. Mijn hele leven al.
Ik en meisjes, dat was niet echt een gemakkelijke combinatie. Ze kwamen van een andere planeet, en ik durfde niet naar ze te kijken, laat staan dat ik met ze durfde te praten. Zo ging dat toen met mij. Zestien jaar en volkomen wereldvreemd. Wél een grote bek en altijd de aandrang om leuk en grappig te willen wezen.
De volgende dag kwam hij ook niet opdagen. Die maandagmiddag was ik vrij en ik liep steeds grotere cirkels rond het huis en in de buurt. Nergens een spoor van onze katerkanjer.
Haal meer plezier uit je schoonmoeder!