Misofonie: ik heb óók een stoornis! (1)

“Kind, érger je toch niet zo,” kreeg ik vaak als antwoord wanneer ik me bijvoorbeeld wanhopig beklaagde bij mijn moeder over het gesmak van mijn zusje tijdens het eten. Dat smakken was voor mij echt om razend van te worden. Ook mijn vader kon er wat van. Luid smakkend werkte hij zijn prak naar binnen. Als we soep aten, dan werd er door sommige gezinsleden geslurpt. Afschuwelijk! Niet eens qua etiquette, wat kon mij dat nou schelen als kind, maar de geluiden maakten dat ik wilde dat de maaltijd maar zo snel mogelijk voorbij was.

Op zaterdagavond mochten we opblijven en dan keken we een film. Natuurlijk kwam er een schaal met chips op tafel, dat maakte het feest compleet. Maar niet voor mij. Pas als de schaal leeg was, kon ik weer genieten van de film. Wat een irritant lawaai, chips-etende mensen!

Nog steeds heb ik last van ‘bijgeluiden’. Ik kan me niet focussen als iemand tijdens een vergadering met een pen zit te klikken. Het lijkt wel, alsof dit geluid in mijn hoofd steeds sterker wordt en vervolgens kan ik alleen nog maar denken aan dit geluid. Ik kan er niet tegen! Neem het nare geluid dat een appel maakt wanneer er een hap van wordt genomen. Het gaat me door merg en been. Mijn vader had de gewoonte om met twee duimen tegen mekaar te zitten en dan maakte hij met zijn nagels een vervelend geluid. Tenminste: in mijn oren. Anderen leken het niet te horen.

Jarenlang heb ik gedacht dat ik me gewoon sneller erger dan andere mensen. Op zich is dat dus ook zo, maar ik dacht dat ik daar de enige in was. De schoolmeester die steeds met zijn vingers op zijn bureau zat te trommelen terwijl wij onze rekensommen zaten te maken. Ik kon me dan echt niet concentreren op mijn werk. In gedachten gaf ik hem een mep op die trommelende vingers. Chagrijnig werd ik van wiebelende voeten. “Hou je poten stil,” zou ik dan het liefst hebben gezegd. Maar ik leerde juist om te zwijgen. Om mijn ergernis niet te laten blijken. Daar maak je namelijk geen vrienden mee.

“Jij ergerde je altijd aan alles,” zegt mijn familie nog weleens als we herinneringen ophalen aan onze jeugd. ‘Nog steeds,’ denk ik dan, ‘ik heb alleen geleerd om het in te slikken en me te beheersen.’ Stel, dat andere mensen om mij heen zich hetzelfde hadden gevoeld bij het horen van al die irritante geluiden, dan had ik dat nog kunnen delen. Maar het was iets van mij. Iets, dat ik af moest leren. Niet die geluiden waren irritant, maar ik. Door altijd maar te zeuren over die bijgeluiden. Dus stopte ik daarmee, want ik maakte mij daardoor niet sympathiek. Terwijl ik mijn hele leven lang heel vaak heb gedacht: 'Hou óp! Gék word ik van dat geluid!’

Deze week  bladerde ik het blad ‘Psychologie’ even door. Mijn blik viel op een artikel waar met chocoladeletters boven stond: ‘Hou óp!’, met als onderschrift de tekst: ‘Een medereiziger die op een appel kauwt. Haar vriend die in zijn slaap zwaar ademt. Daniëlle Dijkstra kan er niét tegen- het drijft haar tot razernij. Sinds kort heeft die razernij een officiële naam: misofonie. En aan een behandeling wordt gewerkt. ’Mijn mond viel open van verbazing, want het  ging precies over hetgeen ik hierboven heb beschreven!  Veel meer mensen blijken daar dus last van te hebben!

Ik herkende zo veel in dat artikel! Het geluid van nagels die geknipt worden. Zelfs als ik er maar aan dénk, krijg ik al kippenvel. Ademhalen, snuiven, snurken, inderdaad allemaal geluiden om gek van te worden! Mensen die op wortels knagen, geritsel van zakjes in de bioscoop, mensen die achter mekaar hun glas leegdrinken met een klokkend geluid van de keel… Wat heerlijk, om nu eindelijk weer eens te kunnen zeggen hoe verschrikkelijk ik me daar aan stoor!

Volgens het artikel is misofonie een ‘nieuwe’ psychiatrische stoornis. Psychiaters van het AMC beschreven de symptomen begin dit jaar voor het eerst in een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift ‘Plos One’. Dit nadat hun een paar jaar eerder opgevallen was dat ze drie patiënten hadden met grotendeels dezelfde klachten, die onder geen enkele stoornis te scharen waren: alle drie reageerden ze met extreme woede, irritatie of walging op vrij onschuldige geluiden. Meestal menselijke geluiden zoals ademen, kauwen of slikken. In de nog heel spaarzame vakliteratuur werd die aandoening aangeduid met ‘misofonie’, Grieks voor ‘geluidshaat.’ Hun vermoeden dat de aandoening vaker voorkwam, werd bevestigd: na hun oproep op de website van het ziekenhuis meldden zich enkele tientallen mensen met vergelijkbare klachten. Jammer, dat ik nooit iets heb geweten van dit onderzoek, want ik had er graag aan meegedaan.

Het valt me op dat de mensen over wie geschreven wordt in dit stuk hetzelfde zijn gaan doen als ik: beheersen. Net doen of het er niet is, terwijl het geluid zich verschrikkelijk bij je opdringt. Ik word zelfs boos op mezelf, omdat ik me zo stoor aan die geluiden.

In dit artikel gaat het over een dame die geobsedeerd is door geluiden. Als zij naar de metro loopt, hoopt ze maar dat er niemand in zal stappen die een appel aan het eten is. Wanneer ze een etentje heeft, dan is ze bang dat er iets op tafel komt de staan dat kraakt tussen de kiezen, of iets heets, waardoor slurpen in de hand wordt gewerkt. Dat heb ik niet. Pas als ik ermee geconfronteerd word, denk ik: ‘O nee, hou óp!’, dus het beheerst mijn leven absoluut niet.

Toch ben ik blij, dat ik dit gelezen heb. Een stukje gerechtigheid, erkenning. ‘Zie je nou wel, mam? Ik kon er niks aan doen! Ik heb namelijk een stoornis! Ik heb misofonie.’

Na het schrijven van deze column ga ik met een voldaan gevoel naar bed. Een beetje op tijd, want morgen moet ik werken. Morgenochtend begint mijn dag dus al met het geluid waar ik het allermeeste een hekel aan heb…